Het officiële advies met betrekking tot de aanbevolen hoeveelheden vitamine D voor kinderen is opgesteld door de Gezondheidsraad. En jonge kinderen, wanneer ze regelmatig buiten zijn, maken zelf veel meer vitamine D aan dan vroeger werd verondersteld. Daarom zijn de aanbevolen hoeveelheden drastisch naar beneden gebracht.
Stefan Kleintjes, kinderdiëtist geeft een samenvatting van het officiële advies en schetst vervolgens zijn eigen visie en advies.
Vitamine D - het officiële advies
Voor kinderen tot vier jaar, die een witte of licht gekleurde huid hebben en die 'normaal' naar buiten gaan, geldt dat zij per dag 5 mcg (200 IE)* vitamine D per dag moeten opnemen. Dit advies geldt tevens voor 'de meeste' allochtone kinderen.
Deze 5 mcg vitamine D betreft de hoeveelheid die via het mondje naar binnen zou moeten gaan en staat dus los van wat er in de huid wordt gevormd.
5 mcg vitamine D (200 IE)* per dag extra voor
- een kind dat uitsluitend borstvoeding krijgt
- een kind dat niet aan de borst is en geen 'volledige zuigelingenvoeding' krijgt
- een kind dat niet buiten komt en/of een donkere huidskleur heeft
2,5 mcg vitamine D (100 IE)* per dag extra voor
- een kind dat minder dan 300 ml 'volledige zuigelingenvoeding' drinkt
- een kind dat minder dat 200 ml opvolgmelk drinkt
Geen suppletie voor
- een kind dat meer dan 200 ml 'volledige zuigelingenvoeding' drinkt
- een kind dat meer dan 200 ml opvolgmelk drinkt
Moedermelk
- Moedermelk, en na zes maanden ook de andere voeding, bevat tot de leeftijd van vier jaar onvoldoende vitamine D. Dus is suppletie aanbevolen
- Kinderen met een donkere, negroïde huid en kinderen die zelden of nooit buiten komen moeten 10 mcg vitamine D extra slikken
|
- *1 microgram (mcg) komt overeen met 40 Internationale Eenheden (IE)
|
Het Voedingscentrum
Toen in Nederland nog geen vitamine D-suppletie werd gegeven aan jonge kinderen kenden we hier rachitis. Nu gelukkig niet meer. Uit Nederlands onderzoek is gebleken dat bij kinderen die uitsluitend borstvoeding kregen zonder vitamine D-suppletie, de vitamine D-status verminderde. Op grond hiervan is indertijd besloten om de vitamine D-suppletie al in de eerste levensweken te beginnen en niet, zoals toen gebruikelijk was, pas met drie maanden.
De visie van de kinderarts Jack Newman
Het lijkt dat moedermelk niet veel vitamine D bevat, maar er zit wel een beetje in. We moeten aannemen dat de natuur het zo bedoeld heeft, niet dat het een vergissing van de evolutie is. De baby slaat tijdens de zwangerschap vitamine D op en hij zal zonder bijvoeding van vitamine D gezond blijven, tenzij jijzelf tijdens de zwangerschap een vitamine D-tekort had.
Een vitamine D-tekort bij zwangere vrouwen is in Canada zeldzaam. Van blootstelling aan de buitenlucht krijgt je baby ook vitamine D, ook 's winters in een bewolkte lucht. Je baby krijgt ruim voldoende vitamine D als hij ongeveer een uur per week buiten is, zelfs als alleen zijn gezichtje bloot is, óók in de winter.
Onder bijzondere omstandigheden kan het verstandig zijn om de baby vitamine D te geven. Bijvoorbeeld wanneer blootstelling aan de ultraviolette zonneschijn niet mogelijk is ('s winters in Noord-Canada, of als de baby nooit naar buiten mag) zou extra vitamine D aan te raden zijn.
Citaat uit het blad 'Moeder' [1955] [1]
'Als u dus met zorg een flesje klaarmaakt, zal de voedingswaarde van de pap gelijkgesteld mogen worden aan die van moedermelk. De voorbehoedende werking van moedermelk ten opzichte van rachitis missen we, al zit er in koemelk [in die tijd was koemelk altijd volvet! en bestond er geen halfvolle of magere melk S.K.] ook wel vitamine D. Het beste is daarom om iedere zuigeling vanaf de derde maand geregeld levertraan te geven. Verder moet het kind de mogelijkheid krijgen vitamine D zelf te vormen in zijn huid, hetgeen gebeurt wanneer directe inwerking van ultraviolette stralen mogelijk is; dus het kind zo mogelijk in de buitenlucht, anders vlak voor het open raam liefst met blote armen en beentjes aan de lucht (dus niet alleen aan het zonlicht) blootstellen.'
Stefan Kleintjes' visie
Ik ben tevreden met het feit dat de aanbevolen hoeveelheden vitamine D drastisch naar beneden gegaan zijn. Naar mijn smaak is het toch nog altijd zo van hoe minder je je kind erbij geeft, hoe beter. Laat een kind in eerste instantie maar zelf leren zijn of haar zaakjes te regelen. De huid maakt tenslotte vitamine D aan en het vitamine D dat niet gerbuikt wordt wordt opgeslagen in het vetweefsel en in de huid. Zodra het nodig is wordt dat gebruikt. Het enige wat je moet doen is je kind naar buiten sturen. Ingrijpen kan altijd nog. En een geoefend arts kan een dreigend vitamine D tekort aan zien komen.
In de zwangerschaps- en borstvoedingsperiode zorg je voor je eigen vitamine D-status |
| Kies de voedingsmiddelen die ruim vitamine D leveren: 40+ kaas, volle melk, volle yoghurt, volle kwark, roomboter, margarine, halvarine, vette vis [1-2 x per week] of diverse dieetproducten waaraan vitamine D is toegevoegd |
| Neem de fiets en niet altijd de auto |
Kinderen |
| Gaat je kind voldoende naar buiten en krijgt het een volwaardige voeding, dan is suppletie van vitamine D niet noodzakelijk |
Dit kind maakt in principe voldoende vitamine D aan:
- een blote zuigeling met luier die 30 minuten per week buiten is;
- een volledig geklede zuigeling die minimaal 2 uur per week buiten is
|
Zorg voor volwaardige voeding:
- moedermelk [of kunstvoeding met toegevoegd vitamine D]
- volle melk en -producten [of speciale kindermelk met toegevoegd vitamine D]
- ei en eidooier
- vette vis
- boter of margarine
|
Aangepast advies |
dagelijks 5 – 10 mcg vitamine D voor
- kinderen met een heel donkere huid
- kinderen die nooit buiten komen
- kinderen die altijd veel kleren aan hebben
|
En weet |
- Zolang je borstvoeding geeft, geef je je kind vitamine D.
Dat moedermelk niet voldoende vitamine D zou bevatten is een fabeltje.
|
Bronvermelding
- [1] E. Pereira d'Oliveira, arts. De volledige tekst is gepubliceerd in BN, verenigingsblad Vereniging Borstvoeding Natuurlijk