Geelzucht wordt veroorzaakt door ophoping van bilirubine in het bloed. Bilirubine is een gele kleurstof die ontstaat bij de afbraak van oude rode bloedcellen. Het is normaal dat oude rode bloedcellen worden afgebroken, maar de gevormde bilirubine veroorzaakt meestal geen geelzucht omdat de lever het omzet en het via de darmen afvoert. De pasgeboren baby wordt echter in de eerste paar dagen vaak geel omdat het leverenzym dat de bilirubine omzet nog niet helemaal rijp is. Daarbij hebben pasgeboren baby's meer rode bloedcellen dan volwassenen en dus worden er meer cellen tegelijkertijd afgebroken. Als de baby prematuur is, of stress heeft door een moeilijke bevalling, of een moeder met diabetes heeft, of als er meer rode bloedcellen dan normaal afgebroken worden (zoals bij tegenstrijdige bloedgroepen) kan het bilirubinegehalte in het bloed meer dan normaal stijgen.
Twee soorten geelzucht
De lever zet bilirubine om zodat het uit het lichaam verwijderd kan worden (de veranderde bilirubine wordt nu geconjugeerde, direct reagerende of water oplosbare bilirubine genoemd, de drie termen betekenen in wezen hetzelfde). Als de lever echter niet zo goed werkt, zoals dat bij sommige infecties voorkomt, of als de buisjes die de bilirubine naar de darmen transporteren verstopt zijn, kan het omgezette bilirubine zich in het bloed ophopen en ook geelzucht veroorzaken. Als dit gebeurt komt de omgezette bilirubine in de urine en de urine kleurt hier bruin van. Deze bruine urine is een belangrijk signaal dat het hier niet om 'gewone' geelzucht gaat.
Geelzucht die ontstaat door geconjugeerde bilirubine is altijd abnormaal, vaak ernstig en de baby moet onmiddellijk grondig worden onderzocht. Behalve bij een paar bijzonder zeldzame stofwisselingsziekten, kan de borstvoeding voortgezet worden (en dit is ook beter).
Ophoping van bilirubine voordat het door het leverenzym is omgezet, kan normaal zijn: 'fysiologische geelzucht' (deze bilirubine heet ongeconjugeerde, indirect reagerende of vet oplosbare bilirubine). Fysiologische geelzucht begint op de tweede of derde dag, bereikt het hoogtepunt op de derde of vierde dag en begint dan te verdwijnen. Er kunnen echter andere problemen zijn die misschien behandeld moeten worden, die dit type geelzucht kunnen verergeren. Omdat deze problemen niet in verband staan met de borstvoeding, zou deze gewoon voortgezet moeten worden. Als de baby bijvoorbeeld ernstige geelzucht heeft als gevolg van snelle afbraak van rode bloedcellen, is dit geen reden om de baby van de borst te nemen. Borstvoeding zou in zo'n situatie gewoon moeten doorgaan.
Zo genaamde borstvoedingsgeelzucht
Er is een (lichamelijke) toestand die in de volksmond borstvoedingsgeelzucht heet. Niemand weet wat de oorzaak hiervan is. Om deze diagnose te kunnen stellen, moet de baby minstens een week oud zijn, maar het is opvallend dat veel baby's met borstvoedingsgeelzucht ook zware fysiologische geelzucht hebben gehad. De baby zou goed moeten aankomen met alleen borstvoeding, veel ontlasting moeten hebben, ruimschoots doorzichtige urine moeten plassen en in het algemeen gezond zijn. In zo'n situatie heeft de baby de zogenaamde borstvoedingsgeelzucht, maar soms kan dit beeld ook veroorzaakt worden door een urineweginfectie, een niet voldoende werking van de schildklier van de baby of een paar andere nog zeldzamere ziektes.
Borstvoedingsgeelzucht heeft zijn hoogtepunt rond de 10 - 21 dagen, maar kan twee tot drie maanden aanhouden. Borstvoedingsgeelzucht is normaal. Zelden tot nooit hoeft de borstvoeding hier zelfs maar voor even voor gestaakt te worden. Het is maar zeer sporadisch nodig om een behandeling, zoals lichttherapie, toe te passen. Er is geen greintje bewijs dat deze geelzucht voor de baby enig probleem oplevert. Borstvoeding hoeft niet gestaakt te worden 'om een diagnose te kunnen stellen'.
Als de baby het prima doet op alleen maar borst dan is er geen enkele reden om de borstvoeding te staken of bijvoeding te geven met een borstvoedingshulpset. Het idee dat er iets fout is met de baby met geelzucht komt van de aanname dat de kunstgevoede baby de norm is waaraan we moeten afmeten hoe de borstgevoede baby zou moeten zijn. Deze denkwijze, die vrijwel universeel is onder zorgverleners, zet de wereld volledig op z'n kop.
De redenering is als volgt: de baby die kunstvoeding krijgt, heeft na de eerste week zelden geelzucht, en als hij het heeft, is er meestal iets mis. Daarom maakt men zich zorgen over de baby met borstvoedingsgeelzucht en dat er 'iets aan gedaan moet worden'. Maar onze ervaring leert dat de meeste baby's die uitsluitend borstvoeding krijgen en gezond zijn en goed aankomen op de leeftijd van 5 - 6 weken (of soms nog wat langer) nog steeds geel zien. De vraag is feitelijk of het normaal is om niet geel te zien te hebben en we ons juist over de afwezigheid van geelzien zorgen zouden moeten maken?
Staak de borstvoeding niet vanwege 'borstvoedingsgeelzucht'.
Geelzucht als gevolg van te weinig melk
Hogere bilirubinespiegels of langere tijd geelzien dan gebruikelijk kunnen optreden omdat de baby niet genoeg melk krijgt. Dit kan het gevolg zijn van het feit dat het op gang komen van de melk langer duurt dan gemiddeld (maar als de baby de eerste dagen goed drinkt zou dit geen probleem moeten zijn), of omdat de ziekenhuisroutine de borstvoeding beperkt of omdat, wat meestal de oorzaak is, de baby slecht is aangelegd en daardoor niet alle melk krijgt die beschikbaar is.
Als de baby weinig melk krijgt, is er vaak heel weinig ontlasting en deze komt onregelmatig, zodat de bilirubine die in de darmen van de baby zat, weer opnieuw in de bloedstroom wordt opgenomen in plaats van dat het het lichaam met de ontlasting verlaat. Het is duidelijk dat het goed op gang brengen van de borstvoeding de beste manier is om deze vorm van geelzucht te behandelen. Het van de borst nemen of flesjes geven is beslist niet het eerste wat je doet bij geelzucht als gevolg van te weinig melk.
Als de baby goed drinkt, kan het verhogen van het aantal voedingen voldoende zijn om het bilirubinegehalte sneller te doen dalen, maar eigenlijk hoeft er niets gedaan te worden.
Als de baby slecht drinkt, kan hij door hulp bij het aanleggen beter drinken en dus meer melk krijgen. Borstcompressie om meer melk naar de baby te leiden kan helpen. Als beter aanleggen en borstcompressie niet helpen, is een borstvoedingshulpset het aangewezen middel om bijvoeding te geven.
Lichttherapie: bilirubine lamp
Een baby die lichttherapie krijgt heeft meer vloeistof nodig. Als de baby goed drinkt, is wat vaker voeden meestal voldoende om in de toegenomen behoefte te voorzien. Als de baby echter volgens de arts meer vloeistof nodig heeft, gebruik dan voor het bijvoeden een borstvoedingshulpset, bij voorkeur gevuld met afgekolfde moedermelk, afgekolfde melk gemengd met glucosewater of puur glucosewater en liever niet met kunstvoeding.
Lees ook
Heb je nog vragen?
Artikelgegevens
- Artikel (handout #7) Jaundice. Herzien in januari 2005
- Vertaald door Heleen Hayes
- Deze handout mag zonder verdere toestemming gekopieerd en verspreid worden, op voorwaarde dat hij in geen geval gebruikt wordt in enige context die de WHO-code op de marketing van vervangingsmiddelen van moedermelk schendt