Vingervoeden is een techniek die je helpt als je de baby leert de borst te nemen. Deze techniek kan ook gebruikt worden om spenen te vermijden, maar het hoofddoel is om te helpen bij het aanleggen van een baby die weigert toe te happen. Als je met succes borstvoeding wilt geven, is het beter om het gebruik van spenen te vermijden tot je melkproductie goed op gang is.
Je kunt vingervoeden als
- De baby om wat voor reden dan ook de borst weigert, of als de baby aan de borst te slaperig is om goed te drinken. Het is ook een erg goede manier om in de eerste levensdagen een slaperige baby wakker te maken;
- De baby de borst niet goed in de mond lijkt te kunnen nemen (is niet goed aangelegd) en dus moeilijk melk krijgt. Maar als je een borstvoedingshulpset aan de borst zelf kunt gebruiken, waarom dan vingervoeden?
- De baby om wat voor reden dan ook van de moeder gescheiden is. In zo'n situatie kun je echter beter met een kopje (klein bekertje) voeden;
- Je tijdelijk met de borstvoeding bent gestopt (er zijn maar heel weinig geldige redenen om met borstvoeding te stoppen);
- Je tepels zo'n pijn doen, dat je de baby niet aan de borst kunt nemen. Een paar dagen vingervoeden geeft je tepels wat rust zodat ze kunnen genezen terwijl je het probleem niet erger maakt door de baby aan het flesje te laten wennen. In deze situatie is voeden met een kopje passender en het kost minder tijd. Vingervoeden is alleen een laatste redmiddel. Goed aanleggen en een baby die de borst op de juist manier in de mond neemt, helpt meestal beter tegen pijnlijke tepels dan vingervoeden. Ook een goede 'tepelzalf voor alle doeleinden' zal beter helpen. Deze zogenaamde 'tepelvakantie' is in het algemeen een vergissing en als het in de eerst levensdagen gesuggereerd wordt is het een verschrikkelijke vergissing. De baby van de borst nemen resulteert niet altijd in pijnloze voedingen als je weer begint, en soms zal de baby weigeren toe te happen;
Vingervoeden lijkt veel meer op borstvoeding dan een flesje. Bij het vingervoeden moet de baby zijn tongetje laag houden en voorbij zijn kaakje laten uitsteken, het mondje moet wijd open (hoe groter de vinger die je gebruikt, hoe beter), en het kaakje moet naar voren komen. Daarbij lijkt de beweging van kaak en tong op wat de baby bij het drinken aan de borst moet doen. Vingervoeden wordt bij voorkeur gebruikt om de baby die weigert toe te happen voor te bereiden op het nemen van de borst. Het zou maximaal een minuut of twee gebruikt kunnen worden, voordat je probeert een baby die weigert toe te happen aan de borst te leggen. Maar voeden met een kopje is vaak makkelijker en sneller als de moeder er zelf niet is om de baby te voeden of om de voeding te beëindigen als het vingervoeden traag gaat.
Nota bene: Als de baby de borst accepteert, is het veel beter om, als bijvoeding werkelijk nodig is, de borstvoedingshulpset aan de borst te gebruiken. Wat is de zin van vingervoeden ná borstvoeden?
Vingervoeden; je leert dit het best door ernaar te kijken en het zelf te doen
- Was je handen. Het is beter om de nagel van de vinger die je gebruikt goed kort te knippen, maar het is niet per se nodig;
- Het is het best als jij en de baby comfortabel zitten. Je moet het hoofdje van de baby met één hand achter zijn schouders en nek steunen, terwijl de baby half zittend bij jou op schoot zit en jou aankijkt. Maar elke positie die jij en de baby prettig vinden waarbij je je vinger plat in het mondje van de baby kunt houden, is goed;
- Je hebt een borstvoedingshulpset nodig, die je maakt van een slangetje (nr. 5F, ruim 91 cm lang) en een flesje met - afhankelijk van de omstandigheden -afgekolfde moedermelk, suikerwater of, als dat nodig is, kunstvoeding. Het slangetje gaat door het groter gemaakte gat van het speentje in de vloeistof;
- Zorg ervoor dat het slangetje op het zachte stuk van je wijsvinger (of een andere vinger) rust. Het eind van het slangetje moet niet verder komen dan het eind van je vinger. Het is het makkelijkst om het slangetje, ongeveer daar waar hij een beetje krult, tussen je duim en wijsvinger te nemen en dan je wijsvinger onder het slangetje te houden. Als je dit goed doet, hoef je het slangetje niet met een pleister aan je vinger vast te plakken;
- Kietel voorzichtig de lipjes van de baby met de vinger waarlangs het slangetje loopt, totdat de baby de mond zo wijd opent dat je de vinger erin kunt steken. Als de baby erg slaperig is, maar toch gevoed moet worden, kun je de vinger voorzichtig in zijn mondje brengen. Meestal zal de baby, zelfs als hij slaapt, beginnen met zuigen en zal hij wakker worden als hij de vloeistof binnenkrijgt;
- Steek je vinger met het slangetje zó in het mondje dat de zachte kant van je vinger boven blijft. Houd je vinger zo vlak mogelijk, zodat de tong van de baby vlak en naar voren blijft. Meestal zal de baby op de vinger gaan zuigen en komt je vinger daardoor vrij ver in het mondje. De baby zal meestal, zelfs als de vinger vrij ver in het mondje zit, niet door de vinger gaan kokhalzen, tenzij de baby geen honger heeft of helemaal aan flesjes gewend is;
- Als de baby zijn onderlipje naar binnen heeft gezogen, duw zijn kinnetje dan zachtjes omlaag;
- Als de baby drinkt, werkt het. Als het voeden erg traag gaat, mag je het flesje hoger dan het hoofd van de baby houden, maar meestal is dit niet nodig. Probeer je vinger recht te houden, daarbij houdt je de tong van de baby plat. Probeer je vinger niet omhoog te richten, maar houd hem vlak;
- Naar mijn mening is het toepassen van vingervoeding met een spuitje om de melk in het mondje van de baby te spuiten te moeilijk voor de moeder om het alleen doen en beslist niet effectiever dan het gebruik van een gewoon flesje met een vergroot gat in de speen waaruit een slangetje komt. De bedoeling van vingervoeding is niet om de baby te voeden! De bedoeling is om de baby te leren om goed te zuigen, dus melk in zijn mondje spuiten ondermijnt het uiteindelijke doel van het vingervoeden.
Als je moeite hebt om de baby aan te leggen of uit de borst te laten drinken, denk er dan aan dat een baby met razende honger de zaak erg ingewikkeld kan maken. Stil de ergste honger door een minuut of wat te vingervoeden. Probeer de borst weer aan te bieden als de baby wat gekalmeerd is en goed op je vinger zuigt (dit is meestal na enkele minuten). Raak niet ontmoedigd als het nog steeds moeilijk gaat. Ga weer vingervoeden en probeer het later deze voeding of bij een volgende voeding nog eens. Meestal werkt dit. Soms is het echter nodig om een paar dagen of in een enkel geval een week of langer te blijven vingervoeden.
Als je het ziekenhuis verlaat of de kraamverpleegkundige vertrekt terwijl je de baby vingervoeding geeft, maak dan na het ontslag een afspraak met een lactatiekundige. Hoe eerder hoe beter.
Als de baby eenmaal aan de borst is, heb je misschien nog enige tijd de borstvoedingshulpset nodig om bij te voeden. Alhoewel de baby de borst misschien neemt, kan het zijn dat zijn drinktechniek nog niet ideaal is, en hij drinkt mogelijkerwijs nog niet efficiënt genoeg om voldoende melk binnen te krijgen.
Lees ook
Heb je nog vragen?
Artikelgegevens
- Artikel (handout#8) Finger feeding. Herzien in januari 2005
- Vertaald door Heleen Hayes
- Deze handout mag zonder verdere toestemming gekopieerd en verspreid worden, op voorwaarde dat hij in geen geval gebruikt wordt in enige context die de WHO-code op de marketing van vervangingsmiddelen van moedermelk schendt