Moedermelk geeft de beste bescherming tegen het ontstaan van allergische aandoeningen. Met andere woorden: moedermelk is de beste voeding om het risico op een allergie te verminderen of een allergie te voorkomen.
Voor elk kind natuurlijk heel belangrijk, maar met name voor die kindjes die een vader/moeder of broertje/zusje hebben met een aangetoonde allergie. Met andere woorden: exclusieve borstvoeding, je geeft je kindje uitsluitend moedermelk en verder niets anders, beschermt tegen allergieën.
Hoe langer hoe beter
Hoe langer de borstvoedingsperiode, hoe beter en langduriger de bescherming. Daarnaast is het belangrijk om na de zesde maand vast voedsel te introduceren. Het 'eerste flesje' met kunstvoeding [kunstvoeding is gemaakt van koemelk] in de eerste zes maanden verhoogt het risico op het krijgen van een koemelkallergie. Sommigen zeggen dat dat alleen zo is als sprake is van een verhoogd risico voor het krijgen van een allergie. Anderen zeggen dat dit voor alle kindjes geldt.
Maar ook de erfelijke component speelt een rol: in sommige families komen allergieën voor en in andere helemaal niet. Tegelijkertijd kan iemand een aanleg voor een allergie hebben zonder dat hij/zij klachten heeft.
De laatste jaren zijn er veel nieuwe inzichten opgedaan met betrekking tot voedselallergieën. Het blijkt dat het niet altijd zinvol is om de kennismaking met zogenaamde 'verdachte' ofwel 'sterk allergene' voedingsmiddelen zo lang mogelijk uit te stellen. Daarom zijn de regels voor het introduceren van vast voedsel versoepeld. En daarom ook wordt er meer en meer belang gehecht aan borstvoeding, omdat je kindje via de moedermelk op heel gepaste wijze kennis maakt met allerlei soorten voedsel.
Voedselallergieën
Een voedselallergie is niet te genezen, maar kan wel 'overgaan'. De meeste kinderen groeien er weer overheen. Volwassenen groeien niet meer over een allergie heen, maar kunnen soms baat hebben bij een desensibilisatiekuur. Koemelkallergieën staan erom bekend weer te verdwijnen: na twaalf maanden is 60% van de kinderen genezen, na drie jaar is meer dan 80% genezen en na vijf jaar zo'n 97%. Maar andere allergieën blijven soms langer bestaan, tot een jaar of vijf, of gaan nooit over, zoals een pinda- of garnalenallergie. Een voedselallergie kan ook gevolgd worden door astma of hooikoorts.
De enige manier om geen last van een allergie te hebben is door het contact met de stof die de allergie veroorzaakt te vermijden. Er is niemand die een allergie kan genezen, maar er zijn wel middeltjes die hulp kunnen bieden bij het verminderen van de klachten. De informatie die ik in dit bestek kan geven, is niet voldoende om op eigen houtje te gaan experimenteren. Allergieën en kindervoeding zijn een dermate complexe materie dat je altijd een gespecialiseerd diëtist moet inschakelen om een verantwoord menu voor jezelf en voor je kind te kunnen samenstellen. Daarbij is het niet aan de diëtist om te besluiten tot voedingsinterventie, dit moet altijd op verwijzing van een arts.
Is het wijs om je voedingspatroon preventief aan te passen?
Preventief je voedingspatroon aanpassen in de zwangerschap en/of in de tijd dat je borstvoeding geeft is volgens de laatste wetenschappelijke inzichten af te raden. Door je kind de mini-spoortjes van de voeding te onthouden wordt de kans groter dat hij later dat voedsel niet herkent, en dus allergisch reageert. Door in de zwangerschap en borstvoedingsperiode normaal en gevarieerd te eten laat je je kind kennismaken met jouw voedselkeuze. En zo verloopt later de introductie van bijvoeding met diverse soorten vast voedsel vaak ook gemakkelijker.
Het kind dat gevoed wordt met moedermelk heeft dus een unieke kans om op een geleidelijke manier te wennen aan vast voedsel. Dat is een van de redenen waarom het zo belangrijk is dat zuigelingen uitsluitend moedermelk te drinken krijgen gedurende de eerste zes maanden, en daarna vaste voeding, maar daarbij kan moedermelk de melkbron blijven in de voeding zolang moeder en kind dat allebei willen.
Dat je zelf niet rookt tijdens de zwangerschap en borstvoedingsperiode en dat je je kind niet blootstelt aan sigarettenrook, lijkt me haast té logisch om het hier expliciet te noemen.
Wat doe je als er klachten ontstaan in de eerste borstvoedingsperiode van zes maanden?
In het geval dat je volledige borstvoeding geeft is het zaak uit te zoeken waar de klacht vandaan komt. Hiertoe moet je vier weken op een sterk hypo-allergeen dieet: je laat koemelk, kippenei en soja volledig weg uit je eigen voeding (eliminatie). En eventueel laat je ook die voedingsmiddelen weg waarvan je de indruk hebt dat ze klachten veroorzaken. Je hoeft je niet ongerust te maken over tekorten, daar is een periode van vier weken te kort voor.
Reden om de eliminatie tot deze genoemde voedingsmiddelen te beperken is dat het vrijwel altijd om deze voedingsmiddelen gaat en omdat het zowel in de praktijk als in de literatuur niet hard te maken valt dat het een meerwaarde heeft om alle (sterk) allergenen weg te laten. Als een moeder bovendien heel veel producten niet meer mag eten is het risico groot dat zij de borstvoeding staakt. En dat is nou precies weer niet de bedoeling.
Na vier weken introduceer je genoemde voedingsmiddelen één voor één in je eigen voeding (belasting). Van een voedingsmiddel neem je eerst een klein beetje, de volgende dag iets meer, en de derde dag een normale portie. Kijk goed of de klachten terugkomen bij je kindje. Klachten via de borstvoeding komen niet binnen een uur, maar mogelijk pas na 8 tot 24 uur. Dus besteed je zeker twee weken aan het her-introduceren van melk, kaas en yoghurt, om te kijken of dit een verkeerd effect geeft bij je kind.
Geen klachten? Dan mag je het volgende voedingsmiddel, namelijk kippenei of soja, introduceren. Wel klachten? Dan weet je dat je een boosdoener te pakken hebt: dit voedingsmiddel zul je voorlopig uit je eigen dieet moeten schrappen. Overleg met de diëtist over de aanpassingen aan je voeding om te voorkomen dat je tekorten krijgt.
Doe een dergelijke eliminatie-belasting-test nooit op eigen houtje, maar stap altijd naar een in allergieën gespecialiseerde diëtist (op verwijzing van de arts). Die helpt je met het maken van keuzes, het leren lezen van ingrediëntendeclaraties op de etiketten en de noodzakelijke aanpassingen van je eigen voeding.
In het geval dat je je kindje flesvoeding geeft met een kunstmatige zuigelingenvoeding, en hij reageert daarop, overleg dan met de (cb)arts op welke andere kunstmatige zuigelingenvoeding je zou moeten overstappen. In dit geval zou je ook kunnen overwegen om te relacteren. Ook al was je geheel of gedeeltelijk gestopt met de borstvoeding, met de juiste aanpak en adviezen van een lactatiekundige is het best mogelijk dat je weer 100% borstvoeding gaat geven. Het voedingsmiddel dat de klachten bij je kind veroorzaakt, zul je wel uit je eigen voeding weg moeten laten.
Minderen of stoppen met borstvoeding in de eerste zes maanden, en daarna vaste voeding geven (met een familielid met allergie)
In de situatie dat je een familielid in de eerste graad hebt, dus één van de ouders of een broertje of zusje, met een allergie, is het niet verstandig om in die eerste zes maanden te minderen of te stoppen met de borstvoeding. De beschermende werking van moedermelk is een groot voordeel. Zolang je borstvoeding geeft, geef je de beste bescherming en verlaag je de risico's op het ontstaan van een allergie. En ook na de eerste zes maanden is borstvoeding de beste voeding die je maar bedenken kunt: de beste melkbron naast andere vaste voeding.
Maar kan het niet anders, of wil je het anders, dan zul je op een flesvoeding op basis van een partieel eiwithydrolysaat over moeten stappen. Alle voedingen waarin de eiwitketens zijn afgebroken, zijn in meer of mindere mate hypoallergeen. Op advies van de arts en diëtist kies je voor de voeding die voor jouw situatie het meest geschikt is.
Ná de zes maanden, bij de introductie van vaste voeding, onthoud je je kind niet preventief bepaalde voedingsmiddelen. Je blijft borstvoeding geven, of de partiëel gehydrolyseerde voeding, en verder volg je het normale voedingsintroductieschema dat geldt voor elk ander gezond kind. Zie bijgaand voedselintroductieschema.
Introduceren van vast voedsel bij een kind dat klachten heeft van koemelk of andere producten
Even terug naar het begin: deze kindjes reageerden in de eerste zes maanden op een bepaald voedingsmiddel via de moedermelk. Toen heb je je eigen voeding aangepast en nu is het tijd voor de vaste voeding.
Het beste is dat je zelf op dieet blijft en borstvoeding blijft geven. De voordelen van moedermelk zijn evident, en zolang jij het wil en kan geef je de borst. Wil je minder borstvoeding gaan geven of stoppen, dan schakel je over op een zuigelingenvoeding op basis van sterk gehydrolyseerde eiwitten, die past bij de leeftijd van je kind.
Vast voedsel bied je aan volgens het normale schema. Maar, het type voedingsmiddel dat de klacht veroorzaakte introduceer je natuurlijk niet. Dus bij een koemelkallergie laat je koemelk weg en alle producten waar koemelk in verwerkt is. Bij een kippen-eiwitallergie laat je alle kippen-ei weg, alsmede alle voedingsmiddelen waar kippen-ei in verwerkt is. Enzovoort. Zie bijgaand voedselintroductieschema.
Deze voedingsmiddelen: zoals aardbei, tomaat, kiwi, varkensvlees, citrusfruit, chocolade en verschillende kruiden en specerijen geef je later, pas na dat je begonnen bent met 'gewone' voedingsmiddelen, dus vanaf de negende maand. Daarna kan dan met voedingsmiddelen als vis, zaden, pitten, soja en koemelk worden begonnen. Tenzij het gaat om een allergie voor koemelk of één van de andere producten. Vanaf twaalf maanden, of in ernstige gevallen na 24 maanden, mogen de voedingsmidddelen die bekend staan om de soms heftige reactie: ei, schaal- en schelpdieren, noten en pinda.
Het voedselintroductieschema voor gezonde kinderen dat hierbij gaat is van zichzelf al een schema dat een 'rustiger' opbouw kent dan het cb-schema. Hierdoor loopt de voorgestelde introductie van voedingsmiddelen bij een kindje met een allergie soms gelijk op met de introductie van voedingsmiddelen voor kindjes zonder allergie.
Het introduceren van voedingsmiddelen waarvoor een allergie bestaat mag natuurlijk pas gebeuren na dat getest is of het introduceren zonder problemen verloopt.
In geval van een koemelkallergie mag je rond de eerste verjaardag testen of de allergie nog steeds bestaat (re-introductie). Verloopt de re-introductie goed, dan kunnen langzamerhand de voedingsmiddelen waar koemelk in verwerkt is, aangeboden worden.
Geef het nieuwe voedingsmiddel bij voorkeur aan het begin van de dag, omdat eventuele reacties overdag beter op te merken zijn dan 's avonds of 's nachts. Gebruik het liefst zo min mogelijk bewerkte voedingsmiddelen die zo weinig mogelijk hulpstoffen (kleur-, geur- en smaakstoffen) bevatten. En op de dagen van, of op de dagen na een vaccinatie, het krijgen van tanden, bij diarree of een infectie (verkoudheid, ernstig hoesten) kan je kind sowieso al anders reageren. Op deze dagen kun je beter geen nieuwe voedingsmiddelen introduceren.
Wat doe je als je een allergie ontdekt nu je al vast voedsel introduceert
Probeer er nu achter te komen welk voedingsmiddel de boosdoener is. Een beetje afhankelijk van de leeftijd en de soorten voedingsmiddelen die je kind al gewend is te eten, kan dit een ingewikkelde klus worden.
Is je kindje jonger dan zes maanden, dan staak je alle bijvoeding. Maar als het goed is gaf je al geen bijvoeding! Gaf je er een flesje kunstvoeding bij, dan geef je dat niet meer. Is je kindje ouder dan zes maanden, dan laat je in eerste instantie de koemelk, ei én soja én eventuele door jezelf verdacht bevonden voedingsmiddelen weg. Als ook de voedingsmiddelen waar koemelk, ei en/of soja of een verdacht voedingsmiddel in verwerkt is.
In wezen moet je terug naar een situatie waarin je kind geen last had. Deze situatie hanteer je voor vier weken totdat, zeg maar, de situatie weer genormaliseerd is.
Het is belangrijk om te weten dat elimineren alléén niet voldoende is om vast te stellen dat je kind ergens voor allergisch is. Je kind belasten met 'verdachte' voedingsmiddelen is nooit leuk, maar wel noodzakelijk om met zekerheid vast te kunnen stellen welk voedingsmiddel de boosdoener is.
Ga niet op eigen houtje belasten, schakel je huisarts of (cb-)arts in, en ga onder begeleiding van je diëtist aan de slag.
Geef het nieuwe voedingsmiddel bij voorkeur aan het begin van de dag, omdat eventuele reacties overdag beter op te merken zijn dan 's avonds of 's nachts.
Gebruik liefst zo min mogelijk bewerkte voedingsmiddelen die zo weinig mogelijk hulpstoffen (kleur-, geur- en smaakstoffen) bevatten.
Op de dagen van, of op de dagen na een vaccinatie, het krijgen van tanden, bij diarree of een infectie (verkoudheid, ernstig hoesten) kan je kind sowieso al anders reageren. Op deze dagen kun je beter geen nieuwe voedingsmiddelen introduceren.
Als je te maken hebt met een voedselallergie ben je flink afhankelijk van informatie. Veel van die informatie vind je op de etiketten. Etiketten lezen is een kunst, iets wat je moet leren. En het kost tijd om te leren begrijpen wat er precies geschreven staat en wat de fabrikant er precies mee bedoelt. Maar vanaf eind 2005 moeten de meest voorkomende allergenen op de verpakking vermeld zijn. Dat helpt!
Een handig hulpmiddel is een merkartikelenlijst, te bestellen bij het Voedingscentrum.
De kansen op een allergie
Bij 2-3% van alle zuigelingen komt voedselallergie voor. Echter bij borstgevoede kinderen is de kans op een voedselallergie slechts 0,5%.
Tussen de 5 en 15% van de kinderen heeft een kans op het ontstaan van 'een' allergie zoals eczeem, hooikoorts of astma. Heeft een van de ouders of één familielid in de eerste graad een dergelijke allergie, dan is de kans voor een kind: 20-40%. Bij twee familieleden in de eerste graad met een allergie is het 40-60%. Hebben beide ouders hetzelfde type allergie, dan stijgt de kans tot 50-80%. Kinderen die borstvoeding krijgen hebben vaker te maken met een allergie voor koemelk, kippenei of soja. Terwijl kinderen die kunstvoeding krijgen vaker te maken hebben met een allergie voor koemelk en/of soja-eiwit.
De symptomen bij een voedselallergie
De symptomen en verschijnselen van een voedselallergie zijn als volgt te groeperen:
- maag-darmkanaal: overgeven, diarree, obstipatie, groeivertraging, weigeren van voedsel, kolieken, ontroostbaar huilen
- huid: atopisch exceem, bultjes en jeuk, bepaalde soorten oedeem
- luchtwegen: astma, allergische oogbindvliesontsteking of rinitis
- algemeen: kolieken, ontroostbaar huilen, onrustig gedrag, anafylaxie
Bij het optreden van een mogelijk allergische reactie wordt nogal eens snel de conclusie getrokken dat voedsel de veroorzaker is van die klacht, terwijl er ook andere dingen aan de hand kunnen zijn. Zoals tandjes die door dreigen te komen, een inenting die 'verwerkt' moet worden, een opkomende verkoudheid of een andere onderliggende ziekte.
Daartegenover staat dat veel ouders de vraag of er allergieën in de familie voorkomen vaak met 'nee' beantwoorden, terwijl er dan toch een zus met een penicilinne allergie blijkt te zijn, of iemand met hooikoorts, atopisch eczeem of een (allergische) astma.
Voedselintroductieschema vanaf zes maanden tot twee jaar
Dit is een basisintroductieschema voor gezonde kinderen. Het geeft je een idee hoe je de verschillende voedingsmiddelen in de loop van de tijd kunt introduceren aan je kindje. Het biedt je houvast bij de keuzes die je moet maken. Het is geen bindend advies. Ga er dus vooral soepeltjes mee om.
Het is een 'rustig', borstvoedingsvriendelijk introductieschema.
De verantwoording en uitgebreide achtergrondinformatie is gepubliceerd in het boek "
Eten voor de kleintjes - van borst tot boterham, voor kinderen van 0-4 jaar" van dezelfde auteur.
De opmerkingen in de laatste kolom zijn zeer beknopt. Raadpleeg dus vooral ook de andere hoofdstukken waar uitgebreide informatie te vinden is over alle aspecten van kindervoeding.
De opmerkingen en aandachtspunten die gelden voor kindjes die, vanwege een vastgestelde voedselallergie, met een aantal voedingsmiddelen voorzichtiger moeten zijn, staan ook in de laatste kolom. Maar let op. Re-introductie van een bepaald voedingsmiddel vindt, afhankelijk van het soort voedingsmiddel en allergie, plaats na de eerste of tweede verjaardag. En pas als de re-introductie gunstig is verlopen mogen ook andere voedingsmiddelen die het betreffende allergeen bevatten geïntroduceerd worden. Zie ook de specifieke 'allergie-opmerkingen' onderaan dit schema.
Dit schema is ook handig om af te geven op het kinderdagverblijf, of te laten zien aan de oppas. Vul de naam en geboortedatum van je kind en je eigen gegevens in. Je kan natuurlijk ook je specifieke wensen of eigenaardigheden van jouw kindje er zelf bij schrijven.
Naam en geboortedatum kind | Naam moeder | Telefoon moeder | Naam vader | Telefoon vader |
| | | | |
| | wat | ná... maanden / jaar | opmerkingen |
| drinken | moedermelk aan de borst of licht opgewarmd uit het kopje/flesje water | 6 maanden | drinken altijd met een bekertje of kopje, of: moedermelk met het kopje/flesje ander drinken uit het kopje |
kruidenthee water verdunde vruchtensappen | 9 maanden | geen frisdrank, babysiroop etc.
borstkindjes geen ander drinken geven dan moedermelk |
zuigelingenvoeding andere melk | | alleen op verzoek van de ouders tot 8 à 9 maanden melk verdunnen |
| zuivel, pap en zuivelhapjes | kwark yoghurt andere zuivelhapjes | 7-9 maanden | pap is niet echt nodig Biobim bindt goed met moedermelk
zolang het kindje aan de borst is, geef je andere zuivel met mate
bij koemelkallergie: wachten tot na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen |
| groenten | aardappel aardpeer (topinamboer) *amsoi *andijvie artisjok asperge aubergine *bleekselderij bloemkool broccoli champignons *Chinese kool courgette doperwten jonge peultjes jonge sperzieboontjes jonge tuinboontjes *knolselderij komkommer koolraap *koolrabi meiknol paddenstoelen (10 mnd) *paksoi paprika pastinaak pompoen *postelein *raapstelen rabarber radijs (rettich) rammenas *rode biet schorseneren *snijbiet snijboon *spinazie spruiten tomaat *sla, alle soorten *venkel *waterkers witlof wortel zoete aardappel (bataat) zuurkool | 6 maanden | groenten hoeven niet per se geprakt of gepureerd gaar koken en in stukken aanbieden is een leuke manier van introduceren groenten niet voeren of opdringen
kies bij voorkeur de groenten die je zelf ook eet restjes groenten niet weer opwarmen
de groenten met een sterretje * zijn de nitraatrijke groenten, deze geef je beslist niet vaker dan twee keer per week |
boerenkool maïs prei savooienkool *spitskool ui witte en rode kool | 1½ jaar | |
| rauwkost | komkommer tomaat | 6-8 maanden | is erg verschillend per kindje
andere rauwe groenten komen vanzelf op het menu, afhankelijk van wat je kind zelf aan kan |
| fruit | abrikoos ananasmeloen appel avocado banaan druif duindoorn kers mango meloen peer perzik pruim (vers) rozenbottel stoofpeer suikermeloen | 6 maanden | geschild en in stukken aanbieden
biologisch geteeld fruit mag je op den duur ongeschild geven
de eerste maanden pitjes verwijderen |
citroen grapefruit mandarijn nectarine sinaasappel | 9 maanden | |
aalbes aardbei ananas bosbes braam framboos kiwi (groen én geel) kruisbes rode bes vlierbes zwarte bes | 12 maanden | |
| eiwitbronnen | jonge pitloze kaas | 7 maanden | bij borstvoeding matig zijn met kaas
bij koemelkallergie: kaas pas introduceren na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen |
mager rundergehakt lamsvlees kipfilet kalkoenfilet paardenvlees ei vis zachte Franse kaas tahoe soja sojamelk | 9-10 maanden | vlees mag, maar hoeft niet voor de eerste tien à twaalf maanden helemaal vegetarisch kan ook
bij koemelkallergie: Franse kaas pas introduceren na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen
bij soja- of ei-allergie: wachten tot na 1 respectievelijk 2 jaar, maar alleen als de re-introductie van soja of ei, na het 1e respectievelijk 2e jaar goed is verlopen
bij een andere allergie dan voor soja of ei; soja of ei introduceren vanaf de 10de maand |
varkensvlees schaal- en schelpdieren blauwe en sterke Franse kaas andere Hollandse kaas tempé gebruiksklare vleesvervangers | 1 jaar | biologische vleesvervangers bevatten doorgaans minder hulpstoffen
bij koemelkallergie: kaas pas introduceren na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen |
worst smeerleverworst leverpastei | 3 jaar | voorlopig niet nodig biologische smeerworst bevat doorgaans minder hulpstoffen |
| brood en andere graan- en meel-producten | rijstwafel broodkorst (gist of zuurdesem) rijstmeel | 6 maanden | een korst om op te sabbelen |
bruin brood zuurdesembrood boekweitmeel boekweitwafel | 7 maanden | van het meel en moedermelk kan eventueel pap gemaakt worden |
vezelrijk volkoren brood baby-muesli havermout volkoren beschuit volkoren knäckebrød ontbijtkoek | 10 maanden | |
rozijnen- en krentenbrood | 1½ jaar | |
| broodbeleg | appelstroop perenstroop duindoornmoes fruithapjes jonge kaas schijfje appel, banaan of mango | 7-8 maanden | op brood dun roomboter of plantaardige margarine smeren zachte margarine uit een kuipje bevat gezonde vetten op het brood hoeft niet altijd beleg
bij noten of pinda-allergie: pas introduceren na 2e jaar, maar alleen als de re-introductie van noten/pinda na de 2everjaardag goed is verlopen
bij een andere allergie dan voor noten of pinda; noten of pinda introduceren na 12 maanden |
pindakaas sesampasta (tahin) amandelpasta | 9 maanden |
chocoladepasta | 2 jaar |
| deegwaren e.d. | rijst gierst couscous quinoa boekweitgrutten macaroni of spaghetti | 8-9 maanden | goed gaar koken met volkoren altijd langzaam beginnen |
| peulvruchten | linzen (ook rode) kikkererwten taugéboontjes | 8-10 maanden | van tevoren weken goed gaar koken |
bruine bonen sojaproducten: tahoe andere peulvruchten | 9-12 maanden | zwaarder te verteren en gasvormend |
tempé | 1 jaar | |
| zoet | suiker honing | 1 jaar | jam, hagelslag, muisjes, chocoladepasta voorlopig niet |
| snoep | chips koek ijs chocola | 2-3 jaar | zolang mogelijk niet geven |
| zuidvruchten | ongezwavelde zuidvruchten; ook rozijntjes | 1 jaar | goed weken abrikoos mag vanaf negen maanden |
| zout | | 1-2 jaar | niet toevoegen aan het eten en zo mogelijk de varianten kiezen die ook zonder zout te koop zijn
|
| kruiden | zacht smakende kruiden: afhankelijk van de borstvoeding scherpe kruiden na 1 1/2 jaar | met mate gebruiken
een kindje dat borstvoeding krijgt kan gemakkelijker en eerder wennen aan zacht smakende kruiden | |
In het geval van een allergie
Deze voedingsmiddelen: aardbei, tomaat, kiwi, varkensvlees, citrusfruit, chocolade en verschillende kruiden en specerijen geef je later, pas na dat je begonnen bent met 'gewone' voedingsmiddelen, dus vanaf de negende maand.
Daarna kan dan met voedingsmiddelen als vis, zaden, pitten, soja en koemelk worden begonnen. Tenzij het gaat om een allergie voor koemelk of één van de andere producten.
Vanaf twaalf maanden [of in ernstige gevallen vanaf 24 maanden] mogen de voedingsmidddelen die bekend staan om de soms heftige reactie: ei, schaal- en schelpdieren, noten en pinda.
Het voedselintroductieschema voor gezonde kinderen dat hierbij gaat is van zichzelf al een schema dat een 'rustiger' opbouw kent dan het gebruikelijke. Dat komt omdat een rustiger introductieschema borstvoedingsvriendelijker is. Hierdoor loopt de voorgestelde introductie van voedingsmiddelen bij een kindje met een allergie soms gelijk op met de introductie van voedingsmiddelen voor kindjes zonder allergie.
Testen op allergieën
Ook bij zuigelingen kan allergologisch onderzoek worden uitgevoerd. Er wordt gekeken of er in het bloed specifieke antistoffen zitten. Allergologisch onderzoek vervangt echter nooit eliminatie/belasting/re-eliminatie omdat je met het onderzoek alleen kunt aantonen dat sprake is van sensibilisatie.
Bij een huidtest wordt een krasje gezet en een druppel met het allergeen zo op de huid aangebracht. Met de priktest wordt het betreffende voedingsmiddel, of een extract ervan in de huid aangebracht. Uit de reactie kan een deskundige de uitslag aflezen. Het bloed wordt dus niet onderzocht, er wordt alleen gekeken of er sprake is van specifieke antistoffen.
Na een test dient eliminatie/belasting/re-eliminatie alsnog te worden uitgevoerd als 'gouden standaard' om te kijken of het in het echt ook zo is. Tenzij een ernstige reactie verwacht kan worden, zoals een anafylactische shock of een ernstig angio-oedeem. Overleg altijd met de arts en voer het uit onder begeleiding van een gespecialiseerd diëtist. De arts neemt het besluit om tot voedingsinterventie over te gaan, de diëtist kan dat in principe niet zelf beslissen. Testen kan met ook met Touch for Health, dit is op basis van spierspanning, of met bioresonantie, dat werkt met electroacupunctuur.
Glutenintolerantie
Een glutenintolerantie krijg je alleen als je er aanleg voor hebt en kan tot uiting komen als je gluten geeft, bijvoorbeeld als je voor het eerst brood introduceert. We weten al dat borstvoeding het eerste half jaar de beste voeding is, en dat we daar niets bij hoeven te geven. Dus geef je geen gluten voor de zes maanden.
De producten waar je gluten in kunt vinden zijn: tarwe, rogge, gerst, haver, tarwemeel, havermeel, roggemeel, roggebloem, griesmeel, tarwebloem, couscous, bulgur, seitan, gort, gerstemoutbloem, parelgort, gort, grutten, tarwekiemen, havervlokken, tarwevlokken, muesli, havermout, spelt (wilde tarwe), mout, alle soorten brood, tarwegries, beschuit, crackers, gebak, koek, ontbijtkoek.
Ook deegwaren zoals macaroni, spaghetti en vermicelli bevatten gluten en in worst, soepen en sauzen wordt het als bindmiddel gebruikt. Spoortjes van gluten zijn genoeg om klachten te geven, dus dien je in de keuken de glutenhoudende en glutenvrije producten strikt van elkaar gescheiden te houden wanneer je kind een glutenvrij dieet moet volgen.
| | gluten
| relatieve verteerbaarheid |
| rijst | glutenvrij | goed |
| boekweit | glutenvrij | goed |
| gierst | glutenvrij | goed |
| quinoa | glutenvrij | goed |
| haver | gluten | minder goed |
| gerst | gluten | minder goed |
| tarwe | gluten | moeilijk |
| spelt | gluten | moeilijk |
| maïs | glutenvrij | moeilijk |
| rogge | gluten | moeilijk |
| Veelvoorkomende glutenvrije bindmiddelen zijn: maïzena, aardappelzetmeel, guarpitmeel (E412), tapioca (cassave), arrowroot (pijlwortel), agar-agar, johannesbroodpitmeel/carobe (E410), gelatine, sago, kuzu, pectine, xanthaangom (E415). |
De landelijke standaard voedselallergie bij zuigelingen, uitgave 2005
De landelijke standaard is een handleiding, bedoeld voor de consultatiebureau-arts, huisarts, wijkverpleegkundige en diëtist bij de diagnosestelling, behandeling en preventie van voedselallergie bij zuigelingen. De standaard is bedoeld als een praktische, wetenschappelijk verantwoorde richtlijn. Het is niet verplicht om deze standaard of protocol te volgen, maar het is wel handig als alle hulpverleners dat in Nederland zouden doen. Hij is dus eigenlijk vooral bedoeld voor gebruik op het consultatiebureau. De kinderartsen in Nederland werken aan een standaard die hierop voortborduurt.
Het protocol geeft ideeën over de omstandigheden waarbij aan een voedselallergie moet worden gedacht, de manier waarop een diagnose gesteld dient te worden, de wijze waarop voedingsveranderingen het beste doorgevoerd kunnen worden en wanneer doorverwezen dient te worden naar andere deskundigen. Daarnaast wordt besproken wanneer, waarom en hoe voedingsinterventies moeten worden uitgevoerd. Ook andere aspecten van de behandeling van zuigelingen die met voedselovergevoeligheid samenhangende klachten te maken hebben komen aan bod. Het is geen kookboek, maar een spoorboekje. Opmerkelijk verschil met de vorige uitgave is het belang dat er gehecht wordt aan borstvoeding.
Met dank aan
- Anneloe Rijpkema, allergie-diëtist, Thebe Voeding en dieet Tilburg
- Karen van Drongelen, Projectmanager Voedingscentrum
- Pauline Kranendonk, vertaalster en columnist
- Senta Zimnik Modder, moeder van Luna
Lees ook