© foto: Izaak P. Slagt© foto: Izaak P. Slagt© foto: Izaak P. Slagt© foto: Izaak P. Slagt© foto: Izaak P. Slagt
home
home

Borstvoeding.com - kenniscentrum voor borstvoeding biedt een keur aan informatie over borstvoeding. Kijk hier hoe dé site voor borstvoedend Nederland en België is samengesteld en kijk hier voor een compleet overzicht van alle informatie.
Elke week plaatsen wij op zondag een nieuwe column, op woensdag een nieuwe foto en op zaterdag een nieuw lezersverhaal

Voedselallergie bij zuigelingen

Moedermelk geeft de beste bescherming tegen het ontstaan van allergische aandoeningen. Met andere woorden: moedermelk is de beste voeding om het risico op een allergie te verminderen of een allergie te voorkomen.
Voor elk kind natuurlijk heel belangrijk, maar met name voor die kindjes die een vader/moeder of broertje/zusje hebben met een aangetoonde allergie. Met andere woorden: exclusieve borstvoeding, je geeft je kindje uitsluitend moedermelk en verder niets anders, beschermt tegen allergieën.

Hoe langer hoe beter

Hoe langer de borstvoedingsperiode, hoe beter en langduriger de bescherming. Daarnaast is het belangrijk om na de zesde maand vast voedsel te introduceren. Het 'eerste flesje' met kunstvoeding [kunstvoeding is gemaakt van koemelk] in de eerste zes maanden verhoogt het risico op het krijgen van een koemelkallergie. Sommigen zeggen dat dat alleen zo is als sprake is van een verhoogd risico voor het krijgen van een allergie. Anderen zeggen dat dit voor alle kindjes geldt.

Maar ook de erfelijke component speelt een rol: in sommige families komen allergieën voor en in andere helemaal niet. Tegelijkertijd kan iemand een aanleg voor een allergie hebben zonder dat hij/zij klachten heeft.

De laatste jaren zijn er veel nieuwe inzichten opgedaan met betrekking tot voedselallergieën. Het blijkt dat het niet altijd zinvol is om de kennismaking met zogenaamde 'verdachte' ofwel 'sterk allergene' voedingsmiddelen zo lang mogelijk uit te stellen. Daarom zijn de regels voor het introduceren van vast voedsel versoepeld. En daarom ook wordt er meer en meer belang gehecht aan borstvoeding, omdat je kindje via de moedermelk op heel gepaste wijze kennis maakt met allerlei soorten voedsel.

Inhoudsopgave

Voedselallergieën

Een voedselallergie is niet te genezen, maar kan wel 'overgaan'. De meeste kinderen groeien er weer overheen. Volwassenen groeien niet meer over een allergie heen, maar kunnen soms baat hebben bij een desensibilisatiekuur. Koemelkallergieën staan erom bekend weer te verdwijnen: na twaalf maanden is 60% van de kinderen genezen, na drie jaar is meer dan 80% genezen en na vijf jaar zo'n 97%. Maar andere allergieën blijven soms langer bestaan, tot een jaar of vijf, of gaan nooit over, zoals een pinda- of garnalenallergie. Een voedselallergie kan ook gevolgd worden door astma of hooikoorts.
De enige manier om geen last van een allergie te hebben is door het contact met de stof die de allergie veroorzaakt te vermijden. Er is niemand die een allergie kan genezen, maar er zijn wel middeltjes die hulp kunnen bieden bij het verminderen van de klachten. De informatie die ik in dit bestek kan geven, is niet voldoende om op eigen houtje te gaan experimenteren. Allergieën en kindervoeding zijn een dermate complexe materie dat je altijd een gespecialiseerd diëtist moet inschakelen om een verantwoord menu voor jezelf en voor je kind te kunnen samenstellen. Daarbij is het niet aan de diëtist om te besluiten tot voedingsinterventie, dit moet altijd op verwijzing van een arts.

Is het wijs om je voedingspatroon preventief aan te passen?

Preventief je voedingspatroon aanpassen in de zwangerschap en/of in de tijd dat je borstvoeding geeft is volgens de laatste wetenschappelijke inzichten af te raden. Door je kind de mini-spoortjes van de voeding te onthouden wordt de kans groter dat hij later dat voedsel niet herkent, en dus allergisch reageert. Door in de zwangerschap en borstvoedingsperiode normaal en gevarieerd te eten laat je je kind kennismaken met jouw voedselkeuze. En zo verloopt later de introductie van bijvoeding met diverse soorten vast voedsel vaak ook gemakkelijker.

Het kind dat gevoed wordt met moedermelk heeft dus een unieke kans om op een geleidelijke manier te wennen aan vast voedsel. Dat is een van de redenen waarom het zo belangrijk is dat zuigelingen uitsluitend moedermelk te drinken krijgen gedurende de eerste zes maanden, en daarna vaste voeding, maar daarbij kan moedermelk de melkbron blijven in de voeding zolang moeder en kind dat allebei willen.

Dat je zelf niet rookt tijdens de zwangerschap en borstvoedingsperiode en dat je je kind niet blootstelt aan sigarettenrook, lijkt me haast té logisch om het hier expliciet te noemen.

Wat doe je als er klachten ontstaan in de eerste borstvoedingsperiode van zes maanden?

In het geval dat je volledige borstvoeding geeft is het zaak uit te zoeken waar de klacht vandaan komt. Hiertoe moet je vier weken op een sterk hypo-allergeen dieet: je laat koemelk, kippenei en soja volledig weg uit je eigen voeding (eliminatie). En eventueel laat je ook die voedingsmiddelen weg waarvan je de indruk hebt dat ze klachten veroorzaken. Je hoeft je niet ongerust te maken over tekorten, daar is een periode van vier weken te kort voor.
Reden om de eliminatie tot deze genoemde voedingsmiddelen te beperken is dat het vrijwel altijd om deze voedingsmiddelen gaat en omdat het zowel in de praktijk als in de literatuur niet hard te maken valt dat het een meerwaarde heeft om alle (sterk) allergenen weg te laten. Als een moeder bovendien heel veel producten niet meer mag eten is het risico groot dat zij de borstvoeding staakt. En dat is nou precies weer niet de bedoeling.

Na vier weken introduceer je genoemde voedingsmiddelen één voor één in je eigen voeding (belasting). Van een voedingsmiddel neem je eerst een klein beetje, de volgende dag iets meer, en de derde dag een normale portie. Kijk goed of de klachten terugkomen bij je kindje. Klachten via de borstvoeding komen niet binnen een uur, maar mogelijk pas na 8 tot 24 uur. Dus besteed je zeker twee weken aan het her-introduceren van melk, kaas en yoghurt, om te kijken of dit een verkeerd effect geeft bij je kind.
Geen klachten? Dan mag je het volgende voedingsmiddel, namelijk kippenei of soja, introduceren. Wel klachten? Dan weet je dat je een boosdoener te pakken hebt: dit voedingsmiddel zul je voorlopig uit je eigen dieet moeten schrappen. Overleg met de diëtist over de aanpassingen aan je voeding om te voorkomen dat je tekorten krijgt.
Doe een dergelijke eliminatie-belasting-test nooit op eigen houtje, maar stap altijd naar een in allergieën gespecialiseerde diëtist (op verwijzing van de arts). Die helpt je met het maken van keuzes, het leren lezen van ingrediëntendeclaraties op de etiketten en de noodzakelijke aanpassingen van je eigen voeding.

In het geval dat je je kindje flesvoeding geeft met een kunstmatige zuigelingenvoeding, en hij reageert daarop, overleg dan met de (cb)arts op welke andere kunstmatige zuigelingenvoeding je zou moeten overstappen. In dit geval zou je ook kunnen overwegen om te relacteren. Ook al was je geheel of gedeeltelijk gestopt met de borstvoeding, met de juiste aanpak en adviezen van een lactatiekundige is het best mogelijk dat je weer 100% borstvoeding gaat geven. Het voedingsmiddel dat de klachten bij je kind veroorzaakt, zul je wel uit je eigen voeding weg moeten laten.

Minderen of stoppen met borstvoeding in de eerste zes maanden, en daarna vaste voeding geven (met een familielid met allergie)

In de situatie dat je een familielid in de eerste graad hebt, dus één van de ouders of een broertje of zusje, met een allergie, is het niet verstandig om in die eerste zes maanden te minderen of te stoppen met de borstvoeding. De beschermende werking van moedermelk is een groot voordeel. Zolang je borstvoeding geeft, geef je de beste bescherming en verlaag je de risico's op het ontstaan van een allergie. En ook na de eerste zes maanden is borstvoeding de beste voeding die je maar bedenken kunt: de beste melkbron naast andere vaste voeding.
Maar kan het niet anders, of wil je het anders, dan zul je op een flesvoeding op basis van een partieel eiwithydrolysaat over moeten stappen. Alle voedingen waarin de eiwitketens zijn afgebroken, zijn in meer of mindere mate hypoallergeen. Op advies van de arts en diëtist kies je voor de voeding die voor jouw situatie het meest geschikt is.

Ná de zes maanden, bij de introductie van vaste voeding, onthoud je je kind niet preventief bepaalde voedingsmiddelen. Je blijft borstvoeding geven, of de partiëel gehydrolyseerde voeding, en verder volg je het normale voedingsintroductieschema dat geldt voor elk ander gezond kind. Zie bijgaand voedselintroductieschema.

Introduceren van vast voedsel bij een kind dat klachten heeft van koemelk of andere producten

Even terug naar het begin: deze kindjes reageerden in de eerste zes maanden op een bepaald voedingsmiddel via de moedermelk. Toen heb je je eigen voeding aangepast en nu is het tijd voor de vaste voeding.
Het beste is dat je zelf op dieet blijft en borstvoeding blijft geven. De voordelen van moedermelk zijn evident, en zolang jij het wil en kan geef je de borst. Wil je minder borstvoeding gaan geven of stoppen, dan schakel je over op een zuigelingenvoeding op basis van sterk gehydrolyseerde eiwitten, die past bij de leeftijd van je kind.
Vast voedsel bied je aan volgens het normale schema. Maar, het type voedingsmiddel dat de klacht veroorzaakte introduceer je natuurlijk niet. Dus bij een koemelkallergie laat je koemelk weg en alle producten waar koemelk in verwerkt is. Bij een kippen-eiwitallergie laat je alle kippen-ei weg, alsmede alle voedingsmiddelen waar kippen-ei in verwerkt is. Enzovoort. Zie bijgaand voedselintroductieschema.

Deze voedingsmiddelen: zoals aardbei, tomaat, kiwi, varkensvlees, citrusfruit, chocolade en verschillende kruiden en specerijen geef je later, pas na dat je begonnen bent met 'gewone' voedingsmiddelen, dus vanaf de negende maand. Daarna kan dan met voedingsmiddelen als vis, zaden, pitten, soja en koemelk worden begonnen. Tenzij het gaat om een allergie voor koemelk of één van de andere producten. Vanaf twaalf maanden, of in ernstige gevallen na 24 maanden, mogen de voedingsmidddelen die bekend staan om de soms heftige reactie: ei, schaal- en schelpdieren, noten en pinda.
Het voedselintroductieschema voor gezonde kinderen dat hierbij gaat is van zichzelf al een schema dat een 'rustiger' opbouw kent dan het cb-schema. Hierdoor loopt de voorgestelde introductie van voedingsmiddelen bij een kindje met een allergie soms gelijk op met de introductie van voedingsmiddelen voor kindjes zonder allergie.

Het introduceren van voedingsmiddelen waarvoor een allergie bestaat mag natuurlijk pas gebeuren na dat getest is of het introduceren zonder problemen verloopt.
In geval van een koemelkallergie mag je rond de eerste verjaardag testen of de allergie nog steeds bestaat (re-introductie). Verloopt de re-introductie goed, dan kunnen langzamerhand de voedingsmiddelen waar koemelk in verwerkt is, aangeboden worden.

Geef het nieuwe voedingsmiddel bij voorkeur aan het begin van de dag, omdat eventuele reacties overdag beter op te merken zijn dan 's avonds of 's nachts. Gebruik het liefst zo min mogelijk bewerkte voedingsmiddelen die zo weinig mogelijk hulpstoffen (kleur-, geur- en smaakstoffen) bevatten. En op de dagen van, of op de dagen na een vaccinatie, het krijgen van tanden, bij diarree of een infectie (verkoudheid, ernstig hoesten) kan je kind sowieso al anders reageren. Op deze dagen kun je beter geen nieuwe voedingsmiddelen introduceren.

Wat doe je als je een allergie ontdekt nu je al vast voedsel introduceert

Probeer er nu achter te komen welk voedingsmiddel de boosdoener is. Een beetje afhankelijk van de leeftijd en de soorten voedingsmiddelen die je kind al gewend is te eten, kan dit een ingewikkelde klus worden.
Is je kindje jonger dan zes maanden, dan staak je alle bijvoeding. Maar als het goed is gaf je al geen bijvoeding! Gaf je er een flesje kunstvoeding bij, dan geef je dat niet meer. Is je kindje ouder dan zes maanden, dan laat je in eerste instantie de koemelk, ei én soja én eventuele door jezelf verdacht bevonden voedingsmiddelen weg. Als ook de voedingsmiddelen waar koemelk, ei en/of soja of een verdacht voedingsmiddel in verwerkt is.
In wezen moet je terug naar een situatie waarin je kind geen last had. Deze situatie hanteer je voor vier weken totdat, zeg maar, de situatie weer genormaliseerd is.
Het is belangrijk om te weten dat elimineren alléén niet voldoende is om vast te stellen dat je kind ergens voor allergisch is. Je kind belasten met 'verdachte' voedingsmiddelen is nooit leuk, maar wel noodzakelijk om met zekerheid vast te kunnen stellen welk voedingsmiddel de boosdoener is.
Ga niet op eigen houtje belasten, schakel je huisarts of (cb-)arts in, en ga onder begeleiding van je diëtist aan de slag.

Geef het nieuwe voedingsmiddel bij voorkeur aan het begin van de dag, omdat eventuele reacties overdag beter op te merken zijn dan 's avonds of 's nachts.
Gebruik liefst zo min mogelijk bewerkte voedingsmiddelen die zo weinig mogelijk hulpstoffen (kleur-, geur- en smaakstoffen) bevatten.
Op de dagen van, of op de dagen na een vaccinatie, het krijgen van tanden, bij diarree of een infectie (verkoudheid, ernstig hoesten) kan je kind sowieso al anders reageren. Op deze dagen kun je beter geen nieuwe voedingsmiddelen introduceren.

Als je te maken hebt met een voedselallergie ben je flink afhankelijk van informatie. Veel van die informatie vind je op de etiketten. Etiketten lezen is een kunst, iets wat je moet leren. En het kost tijd om te leren begrijpen wat er precies geschreven staat en wat de fabrikant er precies mee bedoelt. Maar vanaf eind 2005 moeten de meest voorkomende allergenen op de verpakking vermeld zijn. Dat helpt!
Een handig hulpmiddel is een merkartikelenlijst, te bestellen bij het Voedingscentrum.

De kansen op een allergie

Bij 2-3% van alle zuigelingen komt voedselallergie voor. Echter bij borstgevoede kinderen is de kans op een voedselallergie slechts 0,5%.
Tussen de 5 en 15% van de kinderen heeft een kans op het ontstaan van 'een' allergie zoals eczeem, hooikoorts of astma. Heeft een van de ouders of één familielid in de eerste graad een dergelijke allergie, dan is de kans voor een kind: 20-40%. Bij twee familieleden in de eerste graad met een allergie is het 40-60%. Hebben beide ouders hetzelfde type allergie, dan stijgt de kans tot 50-80%. Kinderen die borstvoeding krijgen hebben vaker te maken met een allergie voor koemelk, kippenei of soja. Terwijl kinderen die kunstvoeding krijgen vaker te maken hebben met een allergie voor koemelk en/of soja-eiwit.

De symptomen bij een voedselallergie

De symptomen en verschijnselen van een voedselallergie zijn als volgt te groeperen:

  • maag-darmkanaal: overgeven, diarree, obstipatie, groeivertraging, weigeren van voedsel, kolieken, ontroostbaar huilen
  • huid: atopisch exceem, bultjes en jeuk, bepaalde soorten oedeem
  • luchtwegen: astma, allergische oogbindvliesontsteking of rinitis
  • algemeen: kolieken, ontroostbaar huilen, onrustig gedrag, anafylaxie

Bij het optreden van een mogelijk allergische reactie wordt nogal eens snel de conclusie getrokken dat voedsel de veroorzaker is van die klacht, terwijl er ook andere dingen aan de hand kunnen zijn. Zoals tandjes die door dreigen te komen, een inenting die 'verwerkt' moet worden, een opkomende verkoudheid of een andere onderliggende ziekte.
Daartegenover staat dat veel ouders de vraag of er allergieën in de familie voorkomen vaak met 'nee' beantwoorden, terwijl er dan toch een zus met een penicilinne allergie blijkt te zijn, of iemand met hooikoorts, atopisch eczeem of een (allergische) astma.

Voedselintroductieschema vanaf zes maanden tot twee jaar

Dit is een basisintroductieschema voor gezonde kinderen. Het geeft je een idee hoe je de verschillende voedingsmiddelen in de loop van de tijd kunt introduceren aan je kindje. Het biedt je houvast bij de keuzes die je moet maken. Het is geen bindend advies. Ga er dus vooral soepeltjes mee om.
Het is een 'rustig', borstvoedingsvriendelijk introductieschema.
De verantwoording en uitgebreide achtergrondinformatie is gepubliceerd in het boek " Eten voor de kleintjes - van borst tot boterham, voor kinderen van 0-4 jaar" van dezelfde auteur.

De opmerkingen in de laatste kolom zijn zeer beknopt. Raadpleeg dus vooral ook de andere hoofdstukken waar uitgebreide informatie te vinden is over alle aspecten van kindervoeding.

De opmerkingen en aandachtspunten die gelden voor kindjes die, vanwege een vastgestelde voedselallergie, met een aantal voedingsmiddelen voorzichtiger moeten zijn, staan ook in de laatste kolom. Maar let op. Re-introductie van een bepaald voedingsmiddel vindt, afhankelijk van het soort voedingsmiddel en allergie, plaats na de eerste of tweede verjaardag. En pas als de re-introductie gunstig is verlopen mogen ook andere voedingsmiddelen die het betreffende allergeen bevatten geïntroduceerd worden. Zie ook de specifieke 'allergie-opmerkingen' onderaan dit schema.

Dit schema is ook handig om af te geven op het kinderdagverblijf, of te laten zien aan de oppas. Vul de naam en geboortedatum van je kind en je eigen gegevens in. Je kan natuurlijk ook je specifieke wensen of eigenaardigheden van jouw kindje er zelf bij schrijven.

Naam en
geboortedatum kind
Naam
moeder
Telefoon
moeder
Naam
vader
Telefoon
vader
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 watná... maanden / jaaropmerkingen
drinkenmoedermelk aan de borst
of licht opgewarmd uit het kopje/flesje
water
 
6 maandendrinken altijd met een bekertje of kopje, of:
moedermelk met het kopje/flesje
ander drinken uit het kopje
 
kruidenthee
water
verdunde vruchtensappen
 
9 maandengeen frisdrank, babysiroop etc.

borstkindjes geen ander drinken geven dan moedermelk
 
zuigelingenvoeding
andere melk
 
 alleen op verzoek van de ouders
tot 8 à 9 maanden melk verdunnen
 
zuivel, pap en zuivelhapjeskwark
yoghurt
andere zuivelhapjes
 
7-9 maandenpap is niet echt nodig
Biobim bindt goed met moedermelk

zolang het kindje aan de borst is, geef je andere zuivel met mate

bij koemelkallergie: wachten tot na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen
 
groentenaardappel
aardpeer (topinamboer)
*amsoi
*andijvie
artisjok
asperge
aubergine
*bleekselderij
bloemkool
broccoli
champignons
*Chinese kool
courgette
doperwten
jonge peultjes
jonge sperzieboontjes
jonge tuinboontjes
*knolselderij
komkommer
koolraap
*koolrabi
meiknol
paddenstoelen (10 mnd)
*paksoi
paprika
pastinaak
pompoen
*postelein
*raapstelen
rabarber
radijs (rettich)
rammenas
*rode biet
schorseneren
*snijbiet
snijboon
*spinazie
spruiten
tomaat
*sla, alle soorten
*venkel
*waterkers
witlof
wortel
zoete aardappel (bataat)
zuurkool
 
6 maandengroenten hoeven niet per se geprakt of gepureerd
gaar koken en in stukken aanbieden is een leuke manier van introduceren
groenten niet voeren of opdringen

kies bij voorkeur de groenten die je zelf ook eet
restjes groenten niet weer opwarmen

de groenten met een sterretje * zijn de nitraatrijke groenten, deze geef je beslist niet vaker dan twee keer per week
boerenkool
maïs
prei
savooienkool
*spitskool
ui
witte en rode kool
 
1½ jaar 
rauwkostkomkommer
tomaat
 
6-8 maandenis erg verschillend per kindje

andere rauwe groenten komen vanzelf op het menu, afhankelijk van wat je kind zelf aan kan
 
fruitabrikoos
ananasmeloen
appel
avocado
banaan
druif
duindoorn
kers
mango
meloen
peer
perzik
pruim (vers)
rozenbottel
stoofpeer
suikermeloen
 
6 maandengeschild en in stukken aanbieden

biologisch geteeld fruit mag je op den duur ongeschild geven

de eerste maanden pitjes verwijderen
citroen
grapefruit
mandarijn
nectarine
sinaasappel
 
9 maanden 
aalbes
aardbei
ananas
bosbes
braam
framboos
kiwi (groen én geel)
kruisbes
rode bes
vlierbes
zwarte bes
 
12 maanden 
eiwitbronnenjonge pitloze kaas 7 maanden  bij borstvoeding matig zijn met kaas

bij koemelkallergie: kaas pas introduceren na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen
 
mager rundergehakt
lamsvlees
kipfilet
kalkoenfilet
paardenvlees
ei
vis
zachte Franse kaas
tahoe
soja
sojamelk
 
9-10 maandenvlees mag, maar hoeft niet
voor de eerste tien à twaalf maanden helemaal vegetarisch kan ook

bij koemelkallergie: Franse kaas pas introduceren na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen

bij soja- of ei-allergie: wachten tot na 1 respectievelijk 2 jaar, maar alleen als de re-introductie van soja of ei, na het 1e respectievelijk 2e jaar goed is verlopen

bij een andere allergie dan voor soja of ei; soja of ei introduceren vanaf de 10de maand
 
varkensvlees
schaal- en schelpdieren
blauwe en sterke Franse kaas
andere Hollandse kaas
tempé
gebruiksklare vleesvervangers
 
1 jaarbiologische vleesvervangers bevatten doorgaans minder hulpstoffen

bij koemelkallergie: kaas pas introduceren na 1 jaar, maar alleen als de re-introductie van koemelk goed is verlopen
 
worst
smeerleverworst
leverpastei
3 jaarvoorlopig niet nodig biologische smeerworst bevat doorgaans minder hulpstoffen
 
brood en andere graan- en meel-productenrijstwafel
broodkorst (gist of zuurdesem)
rijstmeel
 
6 maandeneen korst om op te sabbelen
bruin brood
zuurdesembrood
boekweitmeel
boekweitwafel
 
7 maandenvan het meel en moedermelk kan eventueel pap gemaakt worden
vezelrijk volkoren brood
baby-muesli
havermout
volkoren beschuit
volkoren knäckebrød
ontbijtkoek
 
10 maanden 
rozijnen- en krentenbrood
 
1½ jaar 
broodbelegappelstroop
perenstroop
duindoornmoes
fruithapjes
jonge kaas
schijfje appel, banaan of mango
 
7-8 maandenop brood dun roomboter of plantaardige margarine smeren
zachte margarine uit een kuipje bevat gezonde vetten
op het brood hoeft niet altijd beleg

bij noten of pinda-allergie: pas introduceren na 2e jaar, maar alleen als de re-introductie van noten/pinda na de 2everjaardag goed is verlopen

bij een andere allergie dan voor noten of pinda; noten of pinda introduceren na 12 maanden
 
pindakaas
sesampasta (tahin)
amandelpasta
 
9 maanden
chocoladepasta
 
2 jaar
deegwaren e.d.rijst
gierst
couscous
quinoa
boekweitgrutten
macaroni of spaghetti
 
8-9 maandengoed gaar koken met volkoren altijd langzaam beginnen
peulvruchtenlinzen (ook rode)
kikkererwten
taugéboontjes
 
8-10 maandenvan tevoren weken goed gaar koken
bruine bonen
sojaproducten: tahoe
andere peulvruchten
 
9-12 maandenzwaarder te verteren en gasvormend
tempé
 
1 jaar 
zoetsuiker
honing
 
1 jaarjam, hagelslag, muisjes, chocoladepasta voorlopig niet
snoepchips
koek
ijs
chocola
 
2-3 jaarzolang mogelijk niet geven
zuidvruchtenongezwavelde zuidvruchten; ook rozijntjes
 
1 jaargoed weken
abrikoos mag vanaf negen maanden
zout 1-2 jaarniet toevoegen aan het eten en zo mogelijk de varianten kiezen die ook zonder zout te koop zijn

kruidenzacht smakende kruiden: afhankelijk van de borstvoeding scherpe kruiden na 1 1/2 jaar
 
met mate gebruiken

een kindje dat borstvoeding krijgt kan gemakkelijker en eerder wennen aan zacht smakende kruiden
 
 

In het geval van een allergie

Deze voedingsmiddelen: aardbei, tomaat, kiwi, varkensvlees, citrusfruit, chocolade en verschillende kruiden en specerijen geef je later, pas na dat je begonnen bent met 'gewone' voedingsmiddelen, dus vanaf de negende maand.

Daarna kan dan met voedingsmiddelen als vis, zaden, pitten, soja en koemelk worden begonnen. Tenzij het gaat om een allergie voor koemelk of één van de andere producten.

Vanaf twaalf maanden [of in ernstige gevallen vanaf 24 maanden] mogen de voedingsmidddelen die bekend staan om de soms heftige reactie: ei, schaal- en schelpdieren, noten en pinda.

Het voedselintroductieschema voor gezonde kinderen dat hierbij gaat is van zichzelf al een schema dat een 'rustiger' opbouw kent dan het gebruikelijke. Dat komt omdat een rustiger introductieschema borstvoedingsvriendelijker is. Hierdoor loopt de voorgestelde introductie van voedingsmiddelen bij een kindje met een allergie soms gelijk op met de introductie van voedingsmiddelen voor kindjes zonder allergie.

Testen op allergieën

Ook bij zuigelingen kan allergologisch onderzoek worden uitgevoerd. Er wordt gekeken of er in het bloed specifieke antistoffen zitten. Allergologisch onderzoek vervangt echter nooit eliminatie/belasting/re-eliminatie omdat je met het onderzoek alleen kunt aantonen dat sprake is van sensibilisatie.
Bij een huidtest wordt een krasje gezet en een druppel met het allergeen zo op de huid aangebracht. Met de priktest wordt het betreffende voedingsmiddel, of een extract ervan in de huid aangebracht. Uit de reactie kan een deskundige de uitslag aflezen. Het bloed wordt dus niet onderzocht, er wordt alleen gekeken of er sprake is van specifieke antistoffen.
Na een test dient eliminatie/belasting/re-eliminatie alsnog te worden uitgevoerd als 'gouden standaard' om te kijken of het in het echt ook zo is. Tenzij een ernstige reactie verwacht kan worden, zoals een anafylactische shock of een ernstig angio-oedeem. Overleg altijd met de arts en voer het uit onder begeleiding van een gespecialiseerd diëtist. De arts neemt het besluit om tot voedingsinterventie over te gaan, de diëtist kan dat in principe niet zelf beslissen. Testen kan met ook met Touch for Health, dit is op basis van spierspanning, of met bioresonantie, dat werkt met electroacupunctuur.

Glutenintolerantie

Een glutenintolerantie krijg je alleen als je er aanleg voor hebt en kan tot uiting komen als je gluten geeft, bijvoorbeeld als je voor het eerst brood introduceert. We weten al dat borstvoeding het eerste half jaar de beste voeding is, en dat we daar niets bij hoeven te geven. Dus geef je geen gluten voor de zes maanden.
De producten waar je gluten in kunt vinden zijn: tarwe, rogge, gerst, haver, tarwemeel, havermeel, roggemeel, roggebloem, griesmeel, tarwebloem, couscous, bulgur, seitan, gort, gerstemoutbloem, parelgort, gort, grutten, tarwekiemen, havervlokken, tarwevlokken, muesli, havermout, spelt (wilde tarwe), mout, alle soorten brood, tarwegries, beschuit, crackers, gebak, koek, ontbijtkoek.
Ook deegwaren zoals macaroni, spaghetti en vermicelli bevatten gluten en in worst, soepen en sauzen wordt het als bindmiddel gebruikt. Spoortjes van gluten zijn genoeg om klachten te geven, dus dien je in de keuken de glutenhoudende en glutenvrije producten strikt van elkaar gescheiden te houden wanneer je kind een glutenvrij dieet moet volgen.

 gluten
relatieve
verteerbaarheid
rijstglutenvrijgoed
boekweitglutenvrijgoed
gierstglutenvrijgoed
quinoaglutenvrijgoed
haverglutenminder goed
gerstglutenminder goed
tarweglutenmoeilijk
speltglutenmoeilijk
maïsglutenvrijmoeilijk
roggeglutenmoeilijk
Veelvoorkomende glutenvrije bindmiddelen zijn: maïzena, aardappelzetmeel, guarpitmeel (E412), tapioca (cassave), arrowroot (pijlwortel), agar-agar, johannesbroodpitmeel/carobe (E410), gelatine, sago, kuzu, pectine, xanthaangom (E415).

De landelijke standaard voedselallergie bij zuigelingen, uitgave 2005

De landelijke standaard is een handleiding, bedoeld voor de consultatiebureau-arts, huisarts, wijkverpleegkundige en diëtist bij de diagnosestelling, behandeling en preventie van voedselallergie bij zuigelingen. De standaard is bedoeld als een praktische, wetenschappelijk verantwoorde richtlijn. Het is niet verplicht om deze standaard of protocol te volgen, maar het is wel handig als alle hulpverleners dat in Nederland zouden doen. Hij is dus eigenlijk vooral bedoeld voor gebruik op het consultatiebureau. De kinderartsen in Nederland werken aan een standaard die hierop voortborduurt.
Het protocol geeft ideeën over de omstandigheden waarbij aan een voedselallergie moet worden gedacht, de manier waarop een diagnose gesteld dient te worden, de wijze waarop voedingsveranderingen het beste doorgevoerd kunnen worden en wanneer doorverwezen dient te worden naar andere deskundigen. Daarnaast wordt besproken wanneer, waarom en hoe voedingsinterventies moeten worden uitgevoerd. Ook andere aspecten van de behandeling van zuigelingen die met voedselovergevoeligheid samenhangende klachten te maken hebben komen aan bod. Het is geen kookboek, maar een spoorboekje. Opmerkelijk verschil met de vorige uitgave is het belang dat er gehecht wordt aan borstvoeding.

Met dank aan

  • Anneloe Rijpkema, allergie-diëtist, Thebe Voeding en dieet Tilburg
  • Karen van Drongelen, Projectmanager Voedingscentrum
  • Pauline Kranendonk, vertaalster en columnist
  • Senta Zimnik Modder, moeder van Luna

Lees ook

Foto van de week

2008-20a.jpg

Liesbeth stuurt ons de foto van de oudste. Leuk! Dank je wel Liesbeth.

Liesbeth: Hannelys had een tijdje geleden aangegeven dat ze zou stoppen met drinken als ze vijf jaar zou worden. (Dat zei ze vorig jaar ook al, maar du leek het echt menens te zijn.) In de weken voor haar verjaardag hebben we het daar regelmatig over gehad. 'Als ik vijf ben hoef ik niet meer bij mamma te drinken' zei ze. Ze vertelde ook tegen haar zusje van 2,5: 'Morgen dan ben ik vijf en dan is het drinken alleen voor jou, Sjoukje!'
De avond voor haar verjaardag zei ze: 'Ik wil nu nog wat drinken, want morgen ben ik vijf".' Maar toen puntje bij paaltje kwam vroeg ze toch nog op de ochtend van haar verjaardag of ze nog een allerallerallerlaatste slokje mocht.

We hebben in allerlei situaties gevoed in al die jaren: op bed, op de bank, in bad, aan het strand, in de duinen, in de draagdoek, liggend in het gras, op het aanrecht, in de trein, bus en auto, het restaurant, de kerk, de speeltuin, de kinderboerderij, de peuterspeelzaal, in de winkel, tijdens de bevalling van haar zusje, samen met haar zusje, tijdens vergaderingen, achter de computer. Er was altijd een troost- of kalmeringsmiddel bij de hand of gewoon een slokje tegen de dorst.

En dan zijn er nog meer winnaars, in diverse categorieën:

Driemaal 'stoer'

2008-20b1.jpgMiranda: Thirza is hier bijna drie maanden en met een beetje hulp drinkt ons meisje, met down én een ernstige hartafwijking, uitstekend! Daarmee beloont ze haar en mijn enorme inspanning 'van de eerste twee maanden.

2008-20b2.jpgJoke: Mijn kleine man, alweer bijna negen maanden en drinkt nog lekker bij mama. Ook mijn dochter, die inmiddels bijna 3.5 is heeft 13 maanden bij mama gedronken. En dat te bedenken dat het misschien niet mogelijk was om borstvoeding te geven omdat ik een prolactinoom heb.

2008-20b3.jpgEllen: na een moeilijke start, Kasper zwom een knoop in z'n navelstreng en kwam zo even op neonatale terecht, kwam de borstvoeding thuis goed op gang. Op deze foto zien jullie hem na het drinken: hij is uitgeteld!

Eerste kindje

2008-20c.jpgJoke, 25 jaar: ons eerste kindje Hannah is op 13 april 2008 geboren. En ik geef met trots bv aan haar. Ze groeit goed en heeft amper krampjes. Slaapt snachts ook lekker door van 23.30 tot 7.00 uur!
In totaal krijgt ze zes voedingen per dag en ze is een heel tevreden en lief meisje.

Momentje van rust

2008-20d.jpgEster: hier een foto van ons meisje Merle, ze is nu ruim zestien maanden en we genieten volop van de borstvoeding. Een heerlijk rustmomentje in het leven van onze actieve dreumes!

In het openbaar

2008-20e.jpgYvonne: ik voed hier Isabel op het strand van Fuerteventura. Ze is hier zes weken.

Leukste uitspraak

2008-20f.jpgCindy: hier heb ik mijn zoontje Thorin aan de borst. Hij is vandaag exact vijf maanden en krijgt voltijds borstvoeding. We hebben een heel moeilijke start gehad maar dankzij de goede zorgen van onze vroedvrouw Stephanie is de borstvoeding gelukt. Wel met veel bloed, zweet en tranen.
Ik zeg nu steeds dat ik bv zal geven totdat het hoofd van mijn zoontje groter is dan mijn borst. Heeeeel lang dus.

Beste eters

2008-20g.jpgHanneke: buiten eten, brood en eierkoek. Tom is een hele goede eter.

2008-20g2.jpgAxel, de vader van Lente: Lente is nu zes en een halve maand en krijgt sinds kort naast de borstvoeding ook vaste voeding. Kerstomaatjes zijn favoriet!


Meedoen?

Woensdag fotodag! Heb jij ook zo'n prachtige foto van je kleintje? Wij kiezen elke week de allerliefste foto en plaatsen die op woensdag. Kijk hier voor meer informatie

Groot borstabces

verhaal-34-ulrike.jpgMijn dochter Lisanne, nu vijf maanden, die krijgt bv omdat, we met allergieën te maken hebben in de familie en het is schijnbaar ook beter bv ipv fles voor haar. We hadden een bijeenkomst gevolgd tijdens de zes maanden zwangerschap van twee uurtje en na veel lezen en ik had zo iets van daar ga ik voor. Dit ga ik doen en toen Lisanne er was heb ik aan me borsten gevoeld van; zo voelen ze aan, als er wat mee zou zijn dan weet ik het. En van dag één dat ze er was had ik al een hard plekje in me borst en ik heb het tegen iedereen gezegd huisarts, kraam- en de verloskundige maar niemand gaf er eigenlijk aandacht aan, ze zeiden alleen: niemand heeft twee dezelfde borsten en klaar was ik er mee.

In de kraamtijd had ik een bloedende tepel en het deed erg zeer tot dikke tranen van mij tijdens het voeden van Lisanne en de kraamhulp gaf nog aan; jij wilt toch bv geven, dan moet je er maar wat voor over hebben (was als een grapje bedoeld neem ik aan?). Het was ook erg normaal dat het pijn deed zeiden ze (huisarts en verloskundige en de kraam) het mag dertig seconden zeer doen want, je tepels moeten er wennen.

Ik lag labiel in me bed natuurlijk nog van de bevalling maar met grote twijfels maar ja zij zeggen het en dan zal het zo wel zijn dacht ik nog.

Lisanne is de 13 december 2007 geboren en net voor de feestdagen had ik een bloedende tepel. De verloskundige gebeld en tepelhoedjes gehaald en dat ging wel weer even. De vrijdag na de kerstdagen heb ik de borstvoedingsstichting gebeld want, voor de tweede keer had ik bloedende tepel en er is een lactatiekundige bij ons geweest aan huis. Dezelfde dag en die heeft mee gekeken naar het aanleggen. En letterlijk na drie seconden zag zij al wat er aan de hand was; ze lag verkeerd aan. Dus al die tijd van dag één na de bevalling lag ze verkeerd aan schijnbaar en niemand heeft daar opgelet.


Meedoen?

Zaterdag verhaaldag! Heb jij ook zo'n prachtig verhaal over je kleintje? Wij plaatsen elke zaterdag het mooiste verhaal.
Kijk hier voor meer informatie
 

Zelf eten - kindgerichte manier van bijvoeden na zes maanden

Olivier, geboren in maart 2007, is onlangs, na zes maanden uitsluitend moedermelk gedronken te hebben, begonnen met het eten van vast voedsel. Margot geeft Olivier van het begin af aan bijvoeding volgens de kindgerichte manier, ook wel de Rapley-methode genoemd. Zowel Margot als Olivier zijn er zeer enthousiast over dat Olivier zélf zijn eten ontdekt en dat hij helemaal zelf de regie in handen heeft. Margot laat ons regelmatig zien hoe Olivier zelfstandig leert eten.


 

Lang(er) borstvoeding geven; een pleidooi voor meer openheid

Vroeger was het heel vanzelfsprekend om langer dan zes maanden borstvoeding te geven. De komst van kunstvoeding zorgde ervoor dat moeders een keuze kregen: borstvoeding was niet langer noodzaak, want er was een alternatief dat je kon kopen in de winkel. Kunstvoedingsfabrikanten deden hele generaties ouders geloven dat kunstvoeding beter zou zijn dan de moedermelk. Steeds minder moeders kozen voor borstvoeding en veel kennis die voorheen van moeder op dochter werd doorgegeven, raakte vergeten.


 

Borstvoeding, de eerste dagen. Gaat het goed?

Je bent nog maar net bevallen en je hebt nog maar een paar keer je kleintje aan de borst gehad. Hoe gaat het nu verder? Doe je het goed en waar moet je nu precies op letten om te weten of je het goed doet? Loop dit lijstje eens rustig door. Heb je een vraag? Zoek een deskundige of stel je vraag op het borstvoedingsforum