Moedermelk is tot de leeftijd van ongeveer zes maanden het enige voedsel dat je baby nodig heeft. Ongebruikelijke of zeer bijzondere omstandigheden daargelaten, is er geen voordeel aan het toevoegen van andere voeding of melk dan moedermelk voor de leeftijd van circa zes maanden. Veel situaties waar in het lijkt dat moedermelk moet worden aangevuld met bijvoeding komen voort uit misverstanden over hoe borstvoeding werkt en/of door een slechte start bij het op gang brengen van de borstvoeding.
Bijvoeding gedurende de eerste paar dagen
Veel mensen denken dat er in de eerste paar dagen nadat de baby geboren is 'geen melk' is, en dat enige vorm van bijvoeding tot de melkproductie op gang komt noodzakelijk is. Dit idee lijkt voort te komen uit het feit dat baby's de eerste paar dagen vaak lange tijd achter elkaar lijken te drinken en toch niet tevreden lijken. De sleutel is echter, dat baby's uren 'lijken te drinken', terwijl ze feitelijk niet veel voeding krijgen. Een baby kan niet efficiënt melk drinken wanneer hij niet correct is aangelegd, vooral niet als de melk nog niet overvloedig stroomt. Als de moeder na drie tot vier dagen meer melk heeft, kan de baby het prima doen, zelfs als hij niet goed is aangelegd. Maar in de eerste dagen kan de baby, als hij niet goed is aangelegd, de melk niet gemakkelijk krijgen en lijkt hij dus lange tijd achter elkaar te drinken.
Er is een verschil tussen 'aan de borst liggen' en borstvoeding krijgen. De baby moet goed zijn aangelegd zodat hij de melk van de moeder krijgt, die er naar zijn behoefte in voldoende hoeveelheid is, zoals de natuur het bedoeld heeft. Als beter aanleggen en compressie de baby niet aan het drinken krijgen, dan kan bijvoeding, als het medisch noodzakelijk is, met een borstvoedingshulpset gegeven worden. De borstvoedingshulpset is een veel betere manier van bijvoeding geven dan vingervoeden of met een kopje voeden, als de baby de borst neemt. En het is vele malen beter dan het gebruik van een flesje. Onthoud echter: de baby eerst goed aangelegd krijgen en compressie toepassen werkt meestal al, en dan is geen bijvoeding nodig.
Water
Moedermelk bestaat voor meer dan 90 procent uit water. Baby's die goed aan de borst drinken hebben geen extra water nodig, ook niet in de zomer, zelfs niet als het bloedheet is. Als ze niet goed aan de borst drinken, hoeven ze ook geen extra water, maar moet de moeder geholpen worden zodat de borstvoeding beter gaat.
Vitamine D
Moedermelk lijkt niet veel vitamine D te bevatten, maar er zit wel een beetje in. We moeten aannemen dat dit is zoals de natuur het bedoeld heeft, en dat het geen vergissing van de evolutie is. Het is zelfs zo dat moedermelk een van de weinige natuurlijke voedingsmiddelen is waarin enige vitamine D zit. De baby slaat tijdens de zwangerschap vitamine D op en hij zal zonder bijvoeding van vitamine D gezond blijven, tenzij de moeder tijdens de zwangerschap zelf een vitamine D-tekort had. Een vitamine D-tekort bij zwangere vrouwen is in Canada en de VS zeldzaam. Van blootstelling aan de buitenlucht krijgt je baby ook vitamine D, ook 's winters in een bewolkte lucht. Je baby krijgt ruim voldoende vitamine D als hij ongeveer een uur per week buiten is, zelfs als alleen zijn gezichtje bloot is, óók in de winter.
Onder bijzondere omstandigheden kan het verstandig zijn om de baby vitamine D te geven. Bijvoorbeeld wanneer blootstelling aan de ultraviolette zonneschijn niet mogelijk is ('s winters in Noord-Canada, of als de baby nooit naar buiten mag) zou extra vitamine D aan te raden zijn. Vitamine D-druppels zijn duur.
IJzer
Moedermelk bevat veel minder ijzer dan kunstvoeding, vooral de met ijzer verrijkte poeders. Eigenlijk lijkt het erop, dat dit de baby extra bescherming geeft tegen infecties, aangezien veel bacteriën ijzer nodig hebben om zich te kunnen vermenigvuldigen. De baby gebruikt het ijzer in de moedermelk zeer goed (ca. 50 procent wordt opgenomen), terwijl het voor bacteriën niet beschikbaar is, en een voldragen baby die borstvoeding krijgt heeft tot hij zes maanden is helemaal geen extra ijzer nodig. Na de leeftijd van zes maanden moet je het aanbieden van voedsel dat ijzer bevat echter niet te lang meer uitstellen.
Vaste voeding
In het algemeen hebben baby's die borstvoeding krijgen geen vaste voeding nodig voor ze zes maanden oud zijn. Velen hebben zelfs geen vaste voeding nodig tot ze negen maanden of ouder zijn, als we dit mogen beoordelen aan de hand van hun gewichtstoename en het ijzergehalte in het bloed. Er zijn echter baby's die grote moeilijkheden zullen krijgen om vaste voeding te accepteren als ze niet voor de leeftijd van zeven tot negen maanden beginnen met eten. Omdat een baby van zes maanden toch binnenkort een extra ijzerbron nodig heeft, wordt algemeen geadviseerd en is het handig om rond de leeftijd van zes maanden te beginnen met vaste voeding.
Sommige baby's hebben tegen de tijd dat ze vijf maanden zijn grote interesse voor voedsel. Ze graaien het van je bord en er is geen reden om hen niet toe te staan het voedsel te pakken, ermee te spelen, het in de mond te steken en op te eten.
Sommige artsen hebben de gewoonte om te adviseren baby's te laten beginnen met pap en daarna ander voedsel te introduceren. Maar een kind van zes maanden is heel anders dan een kind van vier maanden. Veel baby's van zes maanden lijken niet zo van pap te houden als ze het rond deze leeftijd voor het eerst krijgen.
Dwing de baby niet het te eten, maar bied ander voedsel aan en probeer het misschien nog eens als de baby een beetje ouder is, als je echt wilt dat hij pap eet. Maak je als hij weigert geen zorgen dat hij iets tekort komt. Pap is geen 'supervoedsel' en baby's doen het prima zonder. Je baby zal toch binnenkort wel brood eten. De makkelijkste manier om je baby extra ijzer te geven is hem vlees laten eten.
Er is geen goede reden waarom de baby maar één nieuw voedingsmiddel per week zou moeten eten of zou moeten krijgen, of waarom je eerst groenten moet geven en dan pas fruit. Wie zich druk maakt over de zoete smaak van fruit, heeft nooit moedermelk geproefd. Een kind van zes maanden kan bijna alles krijgen wat op het bord van de ouders ligt en dat met een vork geprakt kan worden.
Als men zich wat meer ontspannen zou opstellen tegenover voeding, zouden er veel minder voedingsproblemen optreden.
Moedermelk, koemelk, kunstvoeding, werk buitenshuis en flesjes
Een borstvoedingsbaby die ouder is dan vier maanden zal niet gauw een flesje nemen als hij er nog niet aan gewend is. Hij kan in feite zelfs als hij eerder wel een flesje accepteerde, beslissen dat niet meer te doen. Dit is geen probleem. Rond de zes maanden of wat jonger kan een baby beginnen uit een kopje te leren drinken en meestal zal hij rond de zeven tot acht maanden, of al eerder, tamelijk goed uit een kopje kunnen drinken. Als de moeder wanneer de baby ca. zes maanden is weer naar haar betaalde baan gaat, hoef je ook niet met flesjes of kunstvoeding te beginnen. In deze situatie kun je iets voor de zes maanden (zeg bij vier tot vijf maanden) beginnen met vaste voeding, zodat de baby tegen de tijd dat de moeder buitenshuis werkt de meeste voeding en drinken, als de moeder er niet bij is, met een lepeltje kan krijgen. Wanneer hij ouder wordt, kan de beker steeds vaker gebruikt worden voor vloeistoffen. Jij en de baby redden het wel zonder dat hij een flesje neemt. Probeer niet een baby door uithongering aan het flesje te krijgen als hij een flesje weigert. Je baby is geen stijfkop, maar weet niet hoe hij met de speen overweg moet. Het kan ook zijn dat hij de kunstvoeding niet lekker vindt, wat begrijpelijk is.
Alhoewel er de laatste tijd veel publiciteit is geweest over het niet geven van koeienmelk tot baby's minstens negen maanden zijn, geldt dit niet echt voor baby's die borstvoeding krijgen. De baby die borstvoeding krijgt kan vanaf de leeftijd van zes maanden een deel van zijn melk als koeienmelk innemen, vooral als hij er redelijke hoeveelheden vaste voeding van een grote variëteit bij krijgt. Geitenmelk is een alternatief. Veel baby's die borstvoeding krijgen zullen geen kunstvoeding drinken, omdat ze niet van de smaak houden. Zelfs wanneer de baby maar een paar keer per dag aan de borst drinkt, kan hij in feite alle melk die hij nodig heeft via de borst krijgen, zonder dat je andere soorten melk hoeft te geven.
Mijn baby van vier maanden heeft niet genoeg aan alleen de borst. Vast voedsel of kunstvoeding?
In deze situatie is er geen voordeel verbonden aan het geven van kunstvoeding in een flesje, en er kunnen wel enkele nadelen zijn. Zelfs op deze leeftijd kan de baby de fles gaan prefereren boven de borst als het lijkt dat hij niet genoeg uit de borst krijgt (als hij de fles tenminste accepteert). Onder deze omstandigheden heeft het de voorkeur om vaste voeding met een lepeltje te geven boven kunstvoeding uit de fles. (Dikwijls kan deze situatie echter anders worden aangepakt, namelijk door de borstvoeding te verbeteren – zoek hulp!). Als je kunstvoeding met vaste voeding wilt mengen, geeft dat niet dezelfde problemen als wanneer je het met het flesje geeft. Als de baby na de borstvoeding hongerig lijkt, geef hem dan vaste voeding met een lepeltje. Het kan echter zijn dat de baby door een paar eenvoudige veranderingen weer goed aankomt aan de borst en/of met borstvoeding alleen tevreden is. Vraag een lactatiekundige om hulp.
Lees ook
Heb je nog vragen?
Artikelgegevens
- Artikel (handout #10). Breastfeeding and Other Food. Herzien in januari 2005
- Vertaald door Anne-Marie van den Bosch
- Deze handout mag zonder verdere toestemming gekopieerd en verspreid worden, op voorwaarde dat hij in geen geval gebruikt wordt in enige context die de WHO-code op de marketing van vervangingsmiddelen van moedermelk schendt