Voorbereiding
Wie borstvoeding geeft en wil blijven werken, zit al snel vast aan het afkolven van de moedermelk. Het gebruik van kolven is de laatste zes jaar vertienvoudigd. Het is dus erg in opkomst, ook omdat borstvoeding flink in opkomst is. Lactatiekundige Heleen Hilgers van het
Borstvoedingscentrum Amsterdam gaf in het programma Kassa! van de VARA, op 27 januari 2007, een toelichting over het onderwerp.
In alle boeken over borstvoeding wordt de borst al jaren afgebeeld met zo'n 15-20 kwabben met klierweefsel die uitmonden in melkbuisjes, die weer netjes rondom de tepel gerangschikt liggen met kleine voorraadholtes vlak achter de tepel.
Dit idee over de bouw van de lacterende borst blijkt fout en achterhaald. Esther Bakker beschrijft de resultaten van recent onderzoek en schetst hoe de borst werkelijk gebouwd is.
Gewoon omdat we je álles willen vertellen wat wij weten over borstvoeding. En soms zijn dat heel saaie zaken, heel gewone dingen zoals tepelhoedjes of zoogkompressen. Van die dingen die je gewoon even moet weten.
Christine van den Broecke en de redactie van scheppen met dit woordenboek die duidelijkheid die je misschien al zo lang zocht.
Om te beginnen: vrouwen met elk formaat borst, van supergroot tot superklein, kunnen met succes borstvoeding geven. Desondanks kan het voor vrouwen die gezegend zijn met een zeer grote boezem, cupmaat DD of groter -voor ze begonnen met voeden-, nodig zijn om met verschillende posities en technieken uit te proberen om te zien wat voor hun lichaam het best werkt.
In Nederland werkt een groeiend aantal instellingen aan de hand van de 'Tien Vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding', die de grondslag vormen voor een goed beleid en wetenschappelijk aantoonbaar effectief zijn. Instellingen die een gedegen borstvoedingsbeleid willen voeren kunnen het WHO/UNICEF certificaat Zorg voor Borstvoeding behalen.
Voor de periode na de kraamtijd zijn ook uitgangspunten ontwikkeld: de 'Zeven stappen voor ondersteuning van borstvoeding in de Jeugdgezondheidszorg', zodat ook de JGZ het WHO/UNICEF certificaat Zorg voor Borstvoeding kan verwerven.
Goede begeleiding bij borstvoeding blijft. Ook na het kraambedzal je vragen hebben en op zijn tijd begeleiding nodig hebben. Het consultatiebureau speelt een niet onbelangrijke rol. Consultatiebureaus kunnen zich ook certificeren. Op een gecertificeerd CB krijg je gegarandeerd goede borstvoedingsbegeleiding. Nu kun je borstvoeding blijven geven zo lang als jij en je kind dat prettig vinden. Om de aandacht voor borstvoeding in de Jeugdgezondheidszorg te stimuleren en de medewerkers te ondersteunen zijn de volgende uitgangspunten [zeven stappen] ontwikkeld.
Er is tegenwoordig een overvloed aan onderzoek dat laat zien dan mama's en baby's bij elkaar horen, huid op huid (de baby bloot, niet in een deken gewikkeld). En dit meteen na de geboorte en daarna ook. De baby is blijer, de temperatuur van de baby is stabieler en normaler, het hart van de baby en de adem waarden zijn stabieler en normaler en de bloedsuiker van de baby is hoger. Niet alleen dat, huid op huid contact meteen na de geboorte zorgt ervoor dat de baby gekoloniseerd wordt door dezelfde bacteriën als de moeder. Hiervan wordt gedacht dat het, naast het geven van borstvoeding, belangrijk is bij de preventie van allergische ziekten. Wanneer een baby echter in een couveuse verblijft, worden zijn huid en darmen vaak gekoloniseerd door bacteriën anders dan die van zijn moeder.
Bij borstvoeding spelen drie dingen een rol: melk maken, melk geven en melk nemen.
Midden in deze discussie of moeders al dan niet borstvoeding moeten geven en hoe lang dan wel, wil ik een analoge situatie aanhalen. Dit is weliswaar een ander onderwerp maar het heeft in wezen dezelfde grondslag, namelijk die van de weloverwogen keuze.
Ik houd niet van deze term, omdat hij een tegenstelling oproept met 'nutritief zuigen', met de implicatie dat nutritief zuigen het echte zuigen is, en het andere niet. Het impliceert ook dat het overdragen van voedingsstoffen het hoofd/enige echte doel van borstvoeding is. Dit is de boodschap die kunstvoedingsfabrikanten voortdurend overbrengen – borstvoeding is slechts een manier om je baby te voeden en hier hebben we een andere manier die beter/net zo goed/bijna evengoed is.
Alle zorgverleners zeggen dat ze voor borstvoeding zijn. Maar velen zijn dat alleen als de borstvoeding goed gaat, en sommigen zelfs dan nog niet. Zodra borstvoeding, of wat dan ook in het leven van de kersverse moeder, niet perfect verloopt, wordt maar al te vaak geadviseerd te stoppen of bijvoeding te geven. Hier volgt een (nog niet eens complete) lijst met signalen waaraan je kunt zien of je zorgverlener borstvoeding inderdaad steunt, en wel voldoende om, als je problemen hebt, de moeite te nemen je te helpen borstvoeding te blijven geven.
Borstvoeding is de natuurlijke, fysiologische manier om zuigelingen en kleine kinderen melk te voeden, en moedermelk is de melk die speciaal voor mensenbaby's is gemaakt. Kunstvoedingen die van koeienmelk of sojabonen zijn gemaakt (zoals de meeste kunstvoedingen, zelfs 'speciaal samengestelde') vertonen slechts oppervlakkige overeenkomsten met moedermelk. Reclame waarin iets anders wordt beweerd is misleidend. Borstvoeding hoort voor de meeste moeders gemakkelijk en probleemloos te verlopen. Een goede start helpt ervoor te zorgen dat borstvoeding een prettige ervaring is voor zowel moeder als kind.