Bij borstvoeding spelen drie dingen een rol: melk maken, melk geven en melk nemen.
Melk maken
De melkklieren in de borsten maken melk aan uit het bloed dat in piepkleine adertjes door de borsten stroomt. Na de bevalling zorgt het hoge prolactinegehalte en de snelle daling van het progesterongehalte in het bloed van de pas bevallen vrouw er voor dat de melkproduktie op gang komt. Door de aanraking van de tepel wordt iedere keer weer nieuwe prolactine aangemaakt, wat weer een stimulans is voor de melkproduktie.

Als de melkproduktie eenmaal op gang is, spelen de hormonen niet meer zo'n grote rol. Na verloop van tijd is de stimulus voor de melkproduktie de leegheid van de borst. Met andere woorden, hoe meer en hoe beter de borst geleegd wordt, hoe meer melk er wordt aangemaakt. Dit is de basis voor het vraag-aanbod principe dat aan het geven van borstvoeding ten grondslag ligt. Hierdoor maken de borsten zo veel melk aan als de baby nodig heeft. Als de hoeveelheid melk te groot is, zal de baby niet alles opdrinken en zal de melkproduktie wat afnemen. Als de hoeveelheid melk te klein is, zal de baby vaker vragen om gevoed te worden, zal de borst vaker geleegd worden en zal daardoor de melkproduktie toenemen.
Melk geven
Naast het maken van de melk speelt er nog iets een rol: het geven van de melk. De melk die in de borst ligt opgeslagen, zit voor een groot deel achterin de melkklieren en in de melkgangen. Als de baby drinkt heeft hij de tepel en een flink deel van de tepelhof in zijn mond. Door de melkende beweging van zijn tong wordt de melk die in de borst zit naar voren gestuwd en komt achter in de mond van de baby terecht, waarna hij het kan doorslikken.
Door de aanraking van de tepel wordt er een seintje naar de hersens gegeven, die vervolgens het hormoon oxytocine vrijgeven. Dit hormoon zorgt ervoor dat de spiertjes die in de borst rondom de melklklieren liggen, samentrekken. Door dit samentrekken wordt de melk die beschikbaar is vrijgegeven waardoor het door de baby kan worden opgedronken. Deze reflex die voor dit toeschieten van de melk zorgt, is de toeschietreflex, of TSR. Veel vrouwen, maar niet alle vrouwen, voelen de toeschietreflex als een lichte tinteling in hun tepels.
De melk die het eerst vrijkomt heeft een andere samenstelling dan de achtermelk die later vrijkomt. De voormelk is wateriger en lest de dorst van de baby. De achtermelk bevat meer vet en zorgt ervoor dat de baby zich verzadigd voelt en goed groeit. De overgang van voormelk naar achtermelk gaat overigens geleidelijk.
Wil de baby dus zowel genoeg voor- als achtermelk krijgen zal de toeschietreflex moeten optreden, en zal de baby de tijd moeten krijgen om zolang aan de borst te drinken totdat hij verzadigd is.
Het optreden van de toeschietreflex zal vanzelf gaan als de een baby aan de borst ligt en als hij de borst goed in de mond neemt. Echter, wie kolft zal soms bewust moeite moeten doen om de toeschietreflex op te wekken. Dat kan met warmte, massage van de borsten, ontspanningsoefeningen en het denken aan je kindje. Bijvoorbeeld met behulp van foto's, een casettebandje of een doekje waarin de geur van de baby zit. Wie ondanks veel inspanningen toch geen toeschietreflex krijgt zal de hulp in kunnen roepen van een neusspray dat nagemaakte
oxytocine bevat.
Melk nemen
Tot slot is het bij borstvoeding van belang dat de baby de melk moet kunnen 'nemen'. Als de melk in de borst opgeslagen ligt, en de toeschietreflex is opgetreden, dan zal de baby de melk uit de borst moeten kunnen melken. Dit kan de baby door de mond goed wijd open te doen, zodat hij een flink deel van de tepel en de tepelhof in zijn mond kan nemen. De tepel komt dan achterin de mond te liggen, tegen het zachte gehemelte aan en kan daar niet beschadigen. De lipjes van de baby zijn naar buiten gekruld en de tong van de baby ligt onder de tepelhof, ietsjes over de onderlip heen, zodat de baby met zijn tong de voorraadholtes kan leegmelken.
De moeder kan de baby helpen om de borst goed in de mond te nemen door in te spelen op zijn aangeboren zoek-, hap- en zuigreflex. Bekijk hiervoor het artikel
Als je aanlegt van Jack Newman.