Het is onvoorstelbaar hoe snel baby'tjes groeien. En dan bedoel ik niet alleen de ontwikkeling die baby's doormaken volgens de groeicurve van het CB. Ik blijf me er over verbazen dat zo'n klein wezentje, mits gezond en goed verzorgd, in de loop van de maanden zich ontwikkelt van een hulpeloos wurmpje tot een klein mensje dat z'n hoofdje op tilt, begint te rollen, te tijgeren en dat al snel dappere pogingen onderneemt om zijn wereldje te vergroten door te gaan kruipen.
Alles moet onderzocht worden, alles willen die handjes vasthouden, alles moet naar dat mondje. Hij gaat de mensen in de omgeving herkennen, begint te brabbelen, te imiteren. Allemaal instinct. Een gezonde baby wil zich ontwikkelen, die wil leren. Ik blijf het bijzonder vinden.
Daar kunnen wij volwassenen nog wat van opsteken. Wij kiezen toch regelmatig met zijn allen voor de makkelijke oplossing. Tegen mensen die wel doorzetten zeggen wij al snel 'joh, waarom doe je niet gewoon… dat is toch veel eenvoudiger?'. We laten achterwege hen te steunen maar kiezen er vaak voor ze te ontmoedigen of ze op andere gedachten te brengen. Raar toch?
Een kind probeer je tenslotte ook zoveel mogelijk positief te stimuleren. Die rem je ook niet af! Het achter de rug om praten over de aanpak van iemand anders is ook al zo'n geliefde bezigheid van volwassenen. Tenslotte is dat veel eenvoudiger dan je verdiepen in de denkwijze en beweegredenen van iemand anders. Natuurlijk heb ik mijzelf daar ook al geregeld schuldig aan gemaakt.
Zo herinner ik me nog goed dat ik jaren geleden met een vriendin in een restaurant zat alwaar een liefdevolle moeder haar baby voedde. Onbegrijpelijk vond ik het. 'Dat doe je toch niet in het openbaar? En dan nog wel in een restaurant!'. Ik vond het niet gepast.
Toen ik werkzaam was in een kinderdagverblijf kwam een van de moeders trouw elke dag tijdens haar lunchpauze naar onze groep om haar tweejarige zoontje te voeden. 'Dat ziet er toch niet uit', dacht ik, 'dat kind is al twee!'. Onbekend maakt, ook in het geval van borstvoeding, dus duidelijk onbemind. Ik had geen idee wat die vrouwen bewoog op dat moment maar ik moet nu tot mijn schaamte toegeven dat ik wel snel klaar stond met mijn oordeel.
Later, toen ik getrouwd was, heb ik mijn zoontje ook in het openbaar gevoed. Maar zo min mogelijk in een restaurant en dan het liefst zo onopvallend mogelijk. Ik moest duidelijk nog een hoop leren.
Daniël kreeg de voorgeschreven zes maanden borstvoeding en dat was dat. Achteraf gezien natuurlijk een gemiste kans. Want er zijn nooit problemen geweest. Maar ja, ook ik luisterde braaf naar het commentaar van mensen die het weliswaar goed bedoelden maar die geen benul van hebben wat het betekent om een kindje aan je borst te hebben.
Tijdens mijn volgende zwangerschap ging ik beter voorbereid aan de slag. Iemand adviseerde mij om Borstvoeding.com te bezoeken en ik vond daar een schat aan informatie. Ik voelde me gesterkt door het feit dat zoveel vrouwen gewoon in het openbaar voeden en daar blijkbaar helemaal geen punt van maken. Maar terwijl ik in het kraambed lag had ik een gesprek over borstvoeding met mijn kraamhulp en samen kwamen we tot de conclusie dat het toch eigenlijk een raar gezicht is om na zes maanden nog een baby aan je borst te hebben. En wat is daarvan nou echt de meerwaarde? Achteraf gezien natuurlijk onvoorstelbaar dat een kraamhulp mee gaat in deze conclusie! Terwijl ik daar helemaal emotioneel, verliefd en vol hormonen met een baby aan mijn borst lag, had ze toch juist die kans moeten aangrijpen om me eens flink op andere gedachten te brengen!
Omdat ik steeds meer ben gaan lezen over vrouwen die na de zes maanden gewoon doorgingen met voeden ben ik me er geleidelijk aan meer open voor gaan stellen. Toch liep ik zo rond de vier á vijf maanden tegen een borstvoedingsdip op waardoor ik eigenlijk weinig zin meer had in het voeden. Ik begon met afbouwen toen Sanne zo'n zes maanden was. Ik wilde meer vrijheid en alleen de avond-, nacht- en ochtendvoeding behouden. Drie voedingen, meer niet. 's Middags kreeg ze een flesje en na haar fruit gewoon wat sap. Hier kon ik mee leven. Tot de dag kwam dat het flesje wat ik mee had genomen naar het zwembad allemaal vieze stukjes bevatte. Geen middageten dus! Wat nu? 'Kun je niet gewoon de borst geven?', vroeg mijn zus, die haar kleine op dat moment ook aan de borst had. 'Uh… ja, waarom eigenlijk niet', dacht ik. Een andere optie was er niet. En zo zaten we gezellig samen in het subtropische zwemparadijs met een baby aan de borst. Heel knus allemaal. Uiteraard had ik door het afbouwen niet zo heel veel voeding meer waardoor mijn meisje om drie uur honger had en nogmaals bij haar mamma mocht drinken. Het voelde heel natuurlijk en ik begon me af te vragen waarom ik niet gewoon die fles weer overboord zou gooien. Een soort mini-relactatie dus.
De zesmaandengrens zijn we nu ruim gepasseerd, mijn dochter is inmiddels negen maanden en ik geef weer vol enthousiasme de borst. Soms nog een fles, soms de borst. Net hoe het uitkomt. Ik heb geleerd me flexibel op te stellen. Zij leert van mij, ik leer van haar. Op alle gebieden. En uiteindelijk heb ik nu dus alleen nog maar bewondering voor al die moeders die ongestoord doorvoeden en daar gewoon van genieten. Zo lang, waar en wanneer ze willen.
Eigenlijk vind ik mijn eigen ontwikkeling die ik in de loop van de jaren heb doorgemaakt ook best wel opmerkelijk te noemen. Net als de ontwikkeling van mijn kleine meisje. We zijn samen gegroeid.
Ik ben dan ook blij dat ik als mamma dit een unieke steentje mag bijdragen aan haar ontwikkeling. Nog steeds!