banner_bvcom.jpgbanner_webshop.jpgbanner_graphico_nederlands.jpgbanner_bvcomapp.jpgbanner_bmbbv1.pngbannerlivredme2.png
Afbouwen borstvoeding door middel van kolven

Als je de borstvoeding actief afbouwt, doe je dat meestal door je kindje geleidelijk steeds minder vaak en/of lang aan de borst te laten drinken. Maar er zijn ook situaties waarin je de melkproductie afbouwt terwijl je kindje niet aan de borst drinkt. In dit artikel lees je hoe je met een kolf de melkproductie kunt afbouwen.

Borstvoeding wordt in de loop van de tijd vanzelf minder als je kindje geleidelijk meer vaste voeding eet en dus vanzelf minder vaak en/of lang aan de borst drinkt. Je borsten passen zich dan vanzelf aan aan de verminderde vraag naar moedermelk. En je kindje went geleidelijk aan ander voedsel en drinken. Dat is een heel natuurlijk proces dat soms een jaar, maar gemakkelijk ook twee of drie jaar kan duren. De Wereldgezondheidsorganisatie raadt moeders en kinderen aan om tenminste twee jaar borstvoeding te geven, dan wel te nemen.

Maar mogelijk kies je ervoor om de borstvoeding actief af te bouwen. Door je kindje steeds minder vaak en/of lang aan de borst te laten drinken, bouw je actief af. Je kan dit proces beïnvloeden en met afkolven je productie minderen.
Met de kolf je productie minderen en afbouwen kan van pas komen als

  • je kindje niet daadwerkelijk aan de borst drinkt en je geen moedermelk meer wilt geven
  • je kindje is overleden
  • je kindje een zeldzame aandoening heeft en geen moedermelk meer mag hebben
  • je plotseling en langdurig medicatie moet gebruiken dat absoluut niet samen met borstvoeding kan; bijvoorbeeld bij een chemokuur
  • je de borstvoeding al gedeeltelijk hebt afgebouwd en je kindje nu geen interesse meer in de borst heeft
  • je er je eigen persoonlijke redenen voor hebt.

Is je kindje niet in staat is om effectief aan de borst te drinken, dan hoef je de melkproductie niet af te bouwen. Je kan ervoor kiezen om alle melk af te kolven en dit met een zuigfles, beker, kopje of sonde aan je kindje te geven. Zo krijgt je kindje toch een deel van de voordelen van borstvoeding mee, ook al kan hij of zij niet aan de borst drinken.

Als je kindje plotseling niet meer aan de borst wil drinken of heel onrustig drinkt, kan het zijn dat hij de borst gedeeltelijk of volledig weigert. Borstweigeren is meestal een tijdelijke situatie. Een medewerker van een van de borstvoedingorganisaties in Nederland of België kan je gerichte informatie hierover geven.

Vraag en aanbod

Als je borstvoeding geeft, hou je je melkproductie op peil door regelmatig te voeden of te kolven. Als je te weinig melk hebt, voed of kolf je vaker. Als je te veel melk hebt, kan je soms minder vaker voeden of kolven of wissel je minder vaak van borst. Elke keer dat je voedt of kolft, krijgt je lichaam een teken dat er weer melk moet komen. Elke keer dat er wat meer tijd is tussen de voedingen of kolfbeurten of elke keer dat je kindje minder drinkt, krijgt je lichaam een signaal dat er minder melk mag zijn. Zo zorgen jij en je kindje samen ervoor dat de melkproductie optimaal is en blijft.

Als je dus de melkproductie wilt afbouwen, moeten je borsten regelmatig een teken krijgen dat er minder melk mag zijn. Als je kindje niet aan de borst drinkt, doe je dit zelf door steeds minder vaak en/of lang te kolven.

Als je niet gewend was om alle voedingen af te kolven, kan het nuttig zijn om een paar dagen lang net zo vaak te kolven als dat je kindje normaal gesproken dronk. Je kolft dan ook steeds totdat je borsten helemaal soepel en 'leeg' zijn. Zo krijg je een indruk van hoeveel melk je aanmaakt en hoeveel je moet afbouwen.

Steeds minder vaak kolven

Je kunt de melkproductie dus afbouwen door steeds minder vaak te kolven. Verdeel de kolfbeurten dan zo gelijk veel mogelijk over het etmaal. 's Nachts zit er wel wat meer tijd tussen. Maar als je vaker dan zes keer per etmaal moet kolven, is het goed mogelijk dat je ook 's nachts een keer moet kolven. Bij elke kolfbeurt kolf je je borsten totdat ze soepel en 'leeg' zijn.

Als je eerst acht keer per etmaal kolft, kolf je dan zeven keer per etmaal. Na een paar dagen tot een week, verminder je het aantal kolfbeurten weer. Dus in dit voorbeeld van zeven naar zes keer. De kolfbeurten verspreid je telkens weer zo veel mogelijk over het etmaal. Je gaat zo door totdat je twee keer per etmaal kolft.
Sommige vrouwen kunnen, aangekomen bij twee keer kolven per etmaal nog een kolfbeurt laten vallen. Anderen vrouwen moeten nu per kolfbeurt de hoeveelheid af te kolven melk minderen voordat ze de een na laatste kolfbeurt kunnen laten vallen.

Steeds minder per keer kolven

Als je al wat minder vaak per etmaal kolft, kan je overwegen om per keer steeds minder te kolven. Als je gewend was om per kolfbeurt 100ml te kolven, kolf je gedurende een paar dagen tot een week steeds 80ml. Daarna kolf je gedurende een paar dagen tot een week 60ml per keer. Zo bouw je de hoeveelheid per kolfbeurt af.
Bij deze methode kan het goed zijn om daarnaast nog eens per etmaal je borsten te kolven totdat er geen melk meer komt. Als je per keer maar weinig melk kolft, kan je ook kolfbeurten laten vallen.

Een keer per etmaal

Als je nog een keer per etmaal kolft, kan het zijn dat je deze kolfbeurt zomaar kunt laten vallen. Maar het kan ook zijn dat het toch te abrupt is en je borsten toch nog te vol raken. In dat geval laat je eerst om de dag een kolfbeurt vervallen, daarna om de twee dagen, en daarna om de drie dagen. Dus: eerst kolf je elke 24 uur. Daarna kolf je een aantal keer om de 36 uur en dan om de 48 uur. Zo bouw je de laatste deel van de melkproductie ook geleidelijk af.

Ook al bouwde je je melkproductie geleidelijk af, toch kan het zijn dat je in de dagen of weken daarna merkt dat je borsten vol of onaangenaam aanvoelen. Dan kan het nuttig zijn om je borsten nogmaals een keer 'leeg' te kolven of om onder de douche wat melk eruit te masseren. Zo voorkom je dat je na afloop van de borstvoedingperiode alsnog een borstontsteking krijgt.

Afbouwen door steeds alleen de spanning af te kolven

Soms word je aangeraden om alleen de spanning eraf te kolven als je wilt afbouwen. Als je dat wilt doen is het belangrijk dat je ten alle tijden kan kolven. Je weet namelijk nooit van tevoren wanneer je borsten 'te vol' zullen raken.
Je hebt, als je ervoor kiest om op deze manier af te bouwen, meer kans dat je borsten overvol raken of dat je last van verstopte melkkanaaltjes of zelfs een borstontsteking krijgt. Dit risico kun je verkleinen door je borsten een keer per etmaal helemaal 'leeg' te kolven.

Overvolle en pijnlijke borsten

Bij het actief afbouwen van de borstvoeding is het normaal dat je borsten soms wat vol aanvoelen. Toch is het niet de bedoeling dat je borsten heet of pijnlijk worden of dat je harde plekken of rode strepen krijgt die na het kolven niet weg zijn. Deze kunnen erop duiden dat je probeert om de melkproductie te snel af te bouwen of dat er een borstontsteking aan zit te komen.

Voelen je borsten heet aan of pijnlijk, krijg je harde plekken of rode strepen? Ga dan weer vaker kolven en kolf bij elke kolfbeurt je borsten zo leeg mogelijk. Hierbij kunnen warme kompressen op je borsten voor en tijdens het kolven en de neusspray met kunstmatige oxytocine eventueel nuttig zijn. Als je borsten weer gedurende een paar dagen normaal aanvoelen, kan je verder gaan met het afbouwen van de melkproductie zoals je dat daarvoor al deed. Maar doe dat dan wel in een iets rustiger tempo.

Extra hulp bij het afbouwen van de melkproductie

Soms schrijven artsen geneesmiddelen voor om de melkproductie te remmen en je te 'helpen' bij het afbouwen. Deze medicatie voorkomt echter dat de melkproductie op gang komt. Ze stoppen de melkproductie niet als die eenmaal op gang is. Het is een misverstand dat deze medicatie zou helpen om de borstvoeding af te bouwen. Deze medicijnen zijn alleen maar van nut in de eerste paar dagen na de geboorte.
Als je de melkproductie sneller wilt verminderen, kan je overwegen om saliethee te drinken. Maar, let op: saliethee mag je niet gebruiken bij een (vermoeden van) zwangerschap omdat het een miskraam kan opwekken. Ook heeft de gewone (combinatie) anticonceptiepil bij sommige vrouwen een remmende werking op de melkproductie.

Wat doe je met de melk?

Als je de melkproductie actief en kolvend afbouwt, mag je de melk met een kopje, beker, sonde of fles aan je kindje geven of laten geven. Behalve als je medicatie hebt gebruikt die niet samen gaat met borstvoeding. Dan moet je de moedermelk weggooien.

Tot de leeftijd van zes maanden is uitsluitend borstvoeding het beste voor je kindje. Als borstvoeding niet mogelijk is, is je eigen gekolfde moedermelk de beste keuze. Maar, als volledige borstvoeding of gekolfde moedermelk niet mogelijk is, is er geen ondergrens aan de hoeveelheid moedermelk dat waarde voor je kindje heeft. Als je niet genoeg moedermelk hebt voor alle voedingen of zelfs een voeding, kan je deze met kunstvoeding aanvullen. Je geeft dan de moedermelk die je hebt en daarna vul je de behoefte van je kindje aan melk aan met kunstvoeding. Je kunt ook ervoor kiezen om moedermelk met kunstvoeding te mengen. Je maakt dan eerst de kunstvoeding volgens de aanwijzingen op de verpakking klaar en mengt het daarna met de moedermelk.

Als je kindje geen moedermelk meer drinkt en je zelf gezond bent, kan je overwegen om je melk via het Moedermelknetwerk af te staan. Mogelijk is jouw melk voor andere kindjes waardevol.

Je gevoelens

Tijdens of na het afbouwen van de borstvoeding, kan je je anders of somber gaan voelen. Dit geldt zeker als je de borstvoeding actief afbouwt of liever langer daarmee had willen doorgaan. Deze gevoelens kunnen komen door de verandering in je hormonale huishouding omdat je niet meer of steeds minder aan de borst voedt en omdat je productie mindert.
Dat je gevoelens veranderen kan ook een teken zijn voor het feit dat je er emotioneel toch nog niet helemaal klaar voor was om met de borstvoeding of het kolven te stoppen.
Tenzij je kindje geen moedermelk meer mag hebben of jij bepaalde geneesmiddelen hebt gebruikt waardoor je moedermelk langdurig niet meer geschikt is voor je kindje, kan je -gedurende het actief afbouwen- altijd alsnog beslissen om toch te blijven voeden of kolven.
Je kunt dan weer een paar keer per etmaal de borst gaan geven of de kolffrequentie weer opvoeren.
Ook als je al gestopt was en je terug wilt komen op je beslissing, kan je besluiten om te gaan relacteren.

Lees ook

Copyright

© Kenniscentrum Borstvoeding | Kleintjesconsult | Op dit artikel rust copyright

Gerelateerde artikelen