banner_bvcom.jpgbanner_webshop.jpgbanner_graphico_nederlands.jpgbanner_bvcomapp.jpgbanner_bmbbv1.pngbannerlivredme2.png
Kleine voetjes, soms grote voetafdruk

2week43-f.jpgBorstvoeding en milieu gaan goed samen. Jullie voetafdruk is klein: je eet wat meer, je verzamelt wat spulletjes rondom dit thema, en je blijft voeden. Jarenlang en je voetafdruk blijft klein en overzichtelijk. Gebruik van kunstmatige zuigelingenvoeding is een heel ander verhaal. Dat is iets met zevenmijlslaarzen zo groot. Enorm.
We publiceren hier een verkorte versie van het artikel dat eerder hier verscheen.

Enorme ecologische voetafdruk van poedermelk

nwsbrcht-flesje.jpgPoedermelk voor baby's heeft een enorme ecologische voetafdruk. Onnodig, zo stelt actiegroep IBFAN in hun nieuwste rapport. Maar de keus tussen kunstmatige zuigelingenvoeding of moedermelk wordt zwaar bevochten. Daarbij is het milieu zelden een overweging.
Het milieu, dat is misschien wel het laatste waar je in je kraambed aan denkt. Hormonen zorgen ervoor dat jouw wereld alleen bestaat uit de baby. Soms bewust, soms noodgedwongen kiezen veel moeders voor kunstmatige zuigelingenvoeding. Ruim zestig procent van de baby's wereldwijd wordt daarmee gevoed. Die beslissing heeft ongemerkt een enorme impact op het milieu. Waar moedermelk klimaatneutraal is, laat kunstvoeding een zware ecologische voetafdruk achter.

Afgelopen najaar kwam IBFAN, het International Baby Food Action Network, met een rapport over de gevolgen van moedermelkvervangers op het milieu. Het rapport Formula for Disaster stelt dat het produceren van kunstvoeding een enorm en bovendien onnodig gebruik van kostbare middelen en energiebronnen is. Het rapport somt op wat deze miljardenindustrie van de aarde vraagt. En met een productie van 1,8 miljard kilo kunstvoeding per jaar (2010) is dat nogal wat.

Koemelk en meer

column_14-2.jpgKunstmelk bestaat in verschillende varianten. Het meest gebruikt is industrieel bewerkte koemelk waaraan voedingsstoffen zijn toegevoegd. Daarmee is deze industrie onderdeel van de problemen die de grootschalige melkveehouderij veroorzaakt, zoals ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen.
Om één kilo melkpoeder te maken is ongeveer tien liter melk nodig. IBFAN becijfert wat dat op jaarbasis betekent: gemiddeld heeft een kilo melkpoeder een CO₂-uitstoot van 21.8 kilo CO₂. Vermenigvuldigd met de jaarlijkse wereldwijd geproduceerde kunstmatige zuigelingenvoeding is dat 39,24 miljoen ton CO₂. Om een beeld te krijgen: dat is meer dan vijftien keer de CO₂ vastgelegd in de Nederlandse bossen, of net zoveel uitstoot als 42,19 miljoen vluchten van Amsterdam naar New York.

De kunstmelkindustrie is onderdeel van de ontbossing en klimaatverandering die de melkveehouderij veroorzaakt

'Een getal voor de globale CO₂-emissie van de kunstvoedingsindustrie is er echter niet', zegt Alison Linnecar, auteur van het rapport. 'Onder andere doordat de CO₂-emissie van een liter koemelk per land verschilt. En hoewel de samenstelling van kunstvoeding wettelijk is vastgelegd, is het niet te achterhalen hoeveel procent melkpoeder een kilo kunstvoeding bevat.'
Want kunstvoeding bestaat uit méér dan poedermelk alleen, en de vetten, suikers en micronutriënten die eraan toegevoegd worden hebben hun eigen voetafdruk. Zo wordt er gebruik gemaakt van soja- en palmolie, ingrediënten die een flinke milieu-impact kunnen hebben. Daarbij is het aantal voedselkilometers hoog, doordat productie plaatsvindt in slechts 40 tot 50 fabrieken in melkproducerende landen.
Ook het gebruik veroorzaakt veel impact, stelt IBFAN, soms op onverwachte manieren. Er is uiteraard schoon water nodig, brandstof, een zuigfles, een speen. Minder voor de hand ligt dat de menstruatiecyclus van moeders die kunstvoeding geven sneller weer op gang komt. Verwaarloosbaar? Niet wanneer je een voorraad tampons en maandverband voor meer dan een jaar vermenigvuldigt met 136 miljoen jonge moeders. En volgens IBFAN is deze impact dus grotendeels onnodig. Is dat zo?

Kindersterfte

nwsbrcht-who.jpg

Als je het aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Unicef vraagt is het antwoord simpel: ja. Op een korte lijst medische aandoeningen na, waarbij een moedermelkvervanger nodig kan zijn, is volgens hen moedermelk altijd te verkiezen boven poedermelk. Dit heeft echter niets met milieu te maken, maar met een andere statistiek: kindersterfte.

Volgens Unicef is borstvoeding de eerste en belangrijkste preventieve maatregel voor het terugdringen van de bijna 7 miljoen kinderen onder de vijf die jaarlijks overlijden. De kans om in de eerste zes levensmaanden te overlijden voor baby’s die kunstmatige zuigelingenvoeding krijgen is veertien maal groter. Zowel Unicef als de WHO onderstrepen dat hierdoor wereldwijd (dus niet alleen in arme landen) minimaal achthonderdduizend baby's per jaar sterven. Ze stellen óók dat vrijwel iedere moeder succesvol borstvoeding kan geven.

Twijfels over het hebben van voldoende melk en problemen met aanleggen?

Maar er zijn toch ook vrouwen die geen melk aanmaken? Gonneke van Veldhuizen-Staas, lactatiekundige IBCLC, verduidelijkt: 'Daar zijn geen exacte cijfers over. De twee procent die wel genoemd wordt, komt uit de biologie en de zoölogie. Daarnaast zijn er vrouwen die als gevolg van een borstoperatie niet of slechts gedeeltelijk lacteren. Bij elkaar zal dit onder de tien procent blijven.'

Milk nurses

Door de tijd heen is de keuze voor al dan niet zelf voeden een kwestie geweest van status, schoonheidsidealen en maatschappelijke ontwikkelingen rond werk. Rond 1850, zet historicus Paul Doolan uiteen, werd technologie een derde factor. De uitvinding van poedermelk, de zuigfles en de rubberen speen viel samen met een aanzienlijke groei in de zuivelproductie, en de markt breidde zich snel uit van vondelingen en wezen naar de democratisering van de keuze om niet zelf te voeden. Rond 1960 werden pasgeborenen in Amerika en Engeland massaal gevoed met kunstvoeding en namen moeders lactatieremmers, schrijft Doolan. Veranderingen zoals verstedelijking en buitenshuis werken, droegen bij aan het succes.

In ziekenhuizen werden pasbevallen moeders geadviseerd door verkoopsters verkleed als verpleegsters

nwsbericht_politics.jpgDaarna breidde de markt uit naar armere werelddelen, en dat ging niet altijd even netjes, schrijft Palmer in haar boek The Politics of Breastfeeding, when breasts are bad for business. Een berucht voorbeeld waren de 'milk nurses' van kunstvoedingsfabrikanten: verkoopsters gekleed als verpleegkundigen. In ziekenhuizen of thuis werden pas bevallen moeders door deze melkzusters geadviseerd. Effectief, want wanneer een baby vlak na de geboorte gevoed wordt met kunstvoeding, komt de melkproductie onvoldoende op gang, waarna de moeder afhankelijk is van een moedermelkvervanger. Deze praktijk resulteerde er bijvoorbeeld in dat in 1970 87 procent van de Nigeriaanse moeders kunstvoeding gebruikte, omdat ze in de veronderstelling waren dat gezondheidswerkers hen dit geadviseerd hadden. Het gevolg was een sterke stijging in babysterfte.

Sponsoring

In Nederland wordt uitvoering gegeven aan delen van de code in de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding, en verder ingezet op zelfregulering. De Voedsel- en Warenautoriteit controleert de naleving. Uiteraard wordt er nog steeds aan marketing gedaan door kunstvoedingsfabrikanten. Zo sponsoren zij onderzoeksbeurzen, gezondheidsinformatie, cadeaus, conferenties en scholingsevenementen. Tot aan de grens van de Warenwet en de gedragscode, en er soms dus overheen. 'Wij verzamelen overtredingen via een formulier op onze website en melden ze bij de NVWA', zegt Anke Tijtsma van de Stichting Babyvoeding. 'We krijgen zo'n vijf tot acht meldingen per maand.'

Donormelk

De WHO, ondertussen, noemt als eerste alternatief voor borstvoeding: donormelk. Sinds de opmars van kunstmatige zuigelingenvoeding sloten officiële moedermelkbanken hun deuren, maar de laatste jaren is doneren weer in opkomst, met 203 moedermelkbanken in Europa, vooral in Scandinavië. De eventuele risico’s worden ondervangen door donateurs te screenen en testen op overdraagbare ziektes. De melk wordt microbiologisch getest en vaak gepasteuriseerd. Voor omstandigheden waarin bloedonderzoek onmogelijk is, denk aan afgelegen gebieden in Afrika, bestaat er de Pretoria of Flash pasteurisatie, een verhittingsmethode waarna een HIV-geïnfecteerde moeder haar baby kan voeden met eigen melk.

logo_mmnetwerk.jpgNederland kent sinds enkele jaren het Moedermelk Netwerk, dat donateurs aan behoeftigen koppelt. 'Wij proberen dit zo veilig mogelijk te maken, door moeders te screenen en een bloedonderzoek aan te bieden. We hebben ook een behandelprotocol voor melk', aldus oprichtster Chella Verhoeven, lactatiekundige IBCLC. In korte tijd breidde dit non-profit, via internet geïnitieerde donormelkconcept zich uit naar vijftig landen.
Zou donormelk kunstvoeding overbodig kunnen maken? 'Wij merken een grote donorbereidheid. Toch zeggen moedermelkbanken en gezondheidsmedewerkers dat er een tekort zou zijn', aldus Verhoeven. Wat kan helpen: 'De bloedtest kost nu 95 euro. Als we die goedkoper konden aanbieden of de zorgverzekering die zou vergoeden, zou de drempel omlaag gaan.'

Geen argument

Google 'Greenpeace' en 'babyvoeding' en je vindt een succesvolle campagne om de kunstvoedingsindustrie te laten stoppen hun babymelkpoeder te verpakken in papier van het destructieve Asia Pulp&Paper. Een campagne geheel zonder te praten over de ontbossing door de kunstvoeding zelf. Milieu Centraal heeft het wel over de impact van luiers, maar niet over die van poedermelk. Milieudefensie richt zich vooral op een betere melkveehouderij in het algemeen. Tegelijk hebben ook borstvoedingsorganisaties milieu minder scherp op de radar. 

Klimaattop

Wie er wél laten weten aan het milieu te denken: de kunstvoedingsfabrikanten. Zij geven desgevraagd aan te werken aan verduurzaming van hun productieketen.

De vraag blijft natuurlijk of certificering van grondstoffen of carbon credits oplossingen zijn voor problemen die ontstaan door een industrie waar we grotendeels buiten kunnen. IBFAN stelt op haar website campagne te willen voeren op de klimaattop in december. Het is volgens de actiegroep van kritiek belang dat besluitvormers weet hebben van iedere factor die bijdraagt aan klimaatverandering.

Lees hier het volledige artikel Kleine voetjes, grote voetafdruk, het verscheen eerder in: Down to Earth 30 (augustus 2015) en werd geschreven door: Merel van Goor den Held