banner_bvcom.jpgbanner_webshop.jpgbanner_graphico_nederlands.jpgbanner_bvcomapp.jpgbanner_vbtb20173.bmp bannerlivredme2.png
Ontlastingspatroon van borstgevoede baby's

luier14.jpgHet aantal vieze luiers van borstgevoede baby's is een indicatie van de melkinname van de baby. Het ontlastingspatroon ondergaat namelijk een aantal voorspelbare en zichtbare veranderingen. In dit artikel bespreken we het normale ontlastingspatroon van borstgevoede baby's.

Normaal ontlastingspatroon van een borstgevoede baby

De eerste ontlasting, meconium, is plakkerig en donkergroen tot zwart van kleur. Als de melkproductie op de derde of vierde dag op gang komt, verandert de ontlasting geleidelijk van kleur en samenstelling. De ontlasting kleurt van donker via groen naar geel en de structuur wijzigt van plakkerig naar zacht tot vloeibaar.

luier1.jpgluier2.jpgluier3.jpgluier4.jpgluier5.jpgluier6.jpgluier7.jpgluier9.jpgluier10.jpgluier11.jpgluier12.jpgluier13.jpg

Als colostrum is overgegaan in rijpe moedermelk wordt de ontlasting gewone borstvoedingpoep: smeuïg, soms waterig met vlokjes of klontjes en friszuur ruikend. De kleur is (mosterd)geel, al kunnen andere tinten ook voorkomen. Veel baby's produceren dagelijks meerdere keren ontlasting. Dit is meestal meer dan een veegje in de luier en soms zit het tot aan de nek. Het is niet ongewoon dat de ontlasting eruit ziet alsof er 'zaadjes en pitjes' in zitten.

Opvallend is dat halverwege de tweede maand het ontlastingspatroon bij veel borstgevoede baby's verandert waarbij de ontlasting vaak wat steviger wordt. De frequentie kan afnemen tot slechts één keer per week. Er zijn zelfs baby's die twee tot drie weken geen ontlasting hebben, zonder daar last van te hebben. Als de ontlasting dan komt is dit veel en zacht. Dat is geen darmverstopping, maar een normale variatie op het ontlastingspatroon van borstgevoede baby's. Hoewel weinig ontlasting er bij baby's ouder dan zes weken ook op kan wijzen dat de borstvoeding niet lekker loopt.

Overzicht van het ontlastingspatroon van borstgevoede baby's

PeriodeAantal per dagUiterlijkHoeveelheid
0-2 dagen1 of meerPlakkerig en donkergroen tot zwart van kleurGering tot overvloedig
3-4 dagen1-3Donker via groen naar geelToenemend in volume
4-7 dagen1-4 of meerGeel, klontjes, vloeibaar, zachtOvervloedig
1-6 weken3-5 of meerGeel, klontjes, vloeibaar, zachtOvervloedig
6 wkn-6 mnd3-5, kan ook dagen overslaanGeel, zacht, kan dikker worden door veranderingen in de melkOvervloedig en kan minder vaak komen
Na 6 maanden Zacht, kleur en aroma veranderen na introductie vaste voeding 
  • Bron: Riordan, J. & Wambach, K. (2009) Breastfeeding and Human Lactation (fourth edition). Sudbury: Jones and Barlett Publishers. 8: 272.

Verklaring voor de verandering van het ontlastingspatroon

Moedermelk bevat de eiwitten wei en caseïne. Wei bevat veel afweerstoffen. Caseïne is van belang voor de beschikbaarheid van calcium en fosfaat. In de vroege borstvoedingsperiode bevat moedermelk 9 delen wei-eiwit op 1 deel caseïne-eiwit. De verhouding tussen de wei en de caseïne verandert gedurende de borstvoedingsperiode, en loopt gelijk op met de toenemende bot- en spierontwikkeling en bewegelijkheid van de baby.
Het aandeel van wei neemt af en het aandeel caseïne neemt toe. De verhouding verandert naar 6 delen wei op 4 delen caseïne of zelfs 5 delen wei op 5 delen caseïne. Dit geeft iets dikkere, meer gevormde ontlasting.

luier15.jpgDe hoge frequentie van ontlasting in het begin is gerelateerd aan de onrijpheid van de darmen. Passieve doorlaatbaarheid van water en actieve absorberende mechanismen van de darm, veranderen als de baby ouder wordt. Daarom heeft de baby op den duur minder vaak en steviger ontlasting.
Als de baby niet meer exclusief borstvoeding krijgt, bijvoorbeeld door het bijvoeden met kunstvoeding of starten met vaste voeding, wordt de ontlasting donkerder en steviger met een sterkere andere geur.

Plasluiers

Het aantal plasluiers is ook van belang. In de eerste dagen na de geboorte plast een baby die alleen colostrum krijgt één of twee luiers per dag nat. Als de melkproductie op dag drie of vier op gang komt, zou de baby zes tot acht natte katoenen luiers of vijf tot zes wegwerpluiers per 24 uur moeten hebben. Urine hoort helder en licht van kleur te zijn. Een volle plasluier van een jonge baby bevat niet één grote plas, maar meerdere kleinere plasjes. Als de baby groter wordt neemt het blaasvolume toe. Hij plast minder vaak en een grotere hoeveelheid per keer.

Afwijkend of veranderd ontlastingspatroon

Overzicht van een aantal mogelijke oorzaken van een afwijkend en/of tijdelijk veranderd ontlastingspatroon bij borstgevoede baby's.

  • Niet optimaal borstvoedingsmanagement
    • Een erg ruime melkproductie, lange tijd tussen voedingen of het te snel wisselen van borst tijdens een voeding kunnen ertoe leiden dat de baby grote hoeveelheden relatief magere melk binnenkrijgt. Door het lagere vetpercentage blijft de melk minder lang in de maag en zal de darm in korte tijd veel melk te verwerken krijgen. In de darmen moet het melksuiker lactose afgebroken worden door het enzym lactase. Komt er erg veel melk in korte tijd in de darmen, dan kan er een relatief tekort aan lactase ontstaan. De overmaat aan lactose in de darmen geeft gisting van deze suikers. Dit kan gasvorming, krampjes, dunne groene en schuimende ontlasting veroorzaken.
    • Te weinig melkinname is de meest voorkomende oorzaak van te weinig ontlasting in de eerste weken. Vaker voeden en effectievere voedingen geven snel verandering van het ontlastingspatroon. Als een baby voldoende plasluiers en geen ontlasting heeft, kan dit een aanwijzing zijn voor caloriearme en vetarme melkinname. Veranderen van het borstvoedingspatroon, waarbij de baby de kans krijgt de eerste borst goed leeg te drinken voordat hij de andere borst krijgt, geeft de baby de mogelijkheid vettere melk te drinken.
  • Diarree, sterk ruikende dunne ontlasting meer dan tien keer per 24 uur, kan voorkomen bij een maagdarminfectie. Hierna kan tijdelijke lactase-tekort voorkomen door schade aan darmwand waardoor melksuikers niet goed verwerkt worden.
  • Signalen voor een overgevoeligheid voor iets uit de voeding van de moeder of een supplement dat aan de baby wordt gegeven zijn: groene, waterige ontlasting, een vieze geur, chronische diarree of juist verstopping, met slijm of een spoortje bloed.
  • Antibiotica die de moeder of baby gebruikt, kan ook leiden tot darm- en verteringsproblemen bij de baby. En is een verhoogd risico voor het ontstaan van spruw.
  • Bij doorkomende tanden of kiezen melden ouders vaak dat de ontlasting vaker komt, losser van structuur is, soms zurig ruikt en richting groen van kleur is. Ook wordt irritatie van de huid in het luiergebied gezien. In de literatuur wordt deze relatie niet onderschreven.
  • Bij verkoudheid kan ingeslikt slijm teruggevonden worden in de ontlasting.
  • Cystic fibrosis of taaislijmziekte is een aandoening van de exocriene klieren. De slechte opname van vetten geeft vettige, puddingachtige en stinkende ontlasting.
  • Bij een pasgeborene kan een darmafsluiting optreden door een darmverstopping van de eerste ontlasting. Dit geeft symptomen als uitzetten van de buik, spugen en afwezigheid van ontlasting.
  • Erg bleke ontlasting en donker gekleurde urine bij een baby met geelzucht kan wijzen op een lever- en of galblaasafwijking. Bilirubine komt bij deze baby's in de urine terecht en minder tot niet in de ontlasting.
  • Met de borstvoeding kan een baby bloed van zijn moeder binnenkrijgen als de moeder bloedende tepelkloven heeft of een bloeding dieper in de borst. Ontlasting van de baby kan hierdoor donkerder tot teerachtig zwart van kleur worden.
  • Spoortjes helder bloed in de ontlasting kunnen het gevolg zijn van een scheurtje bij de anus, een anatomische afwijking of een ontstekingsreactie in de darm van de baby.
  • Anatomische afwijkingen zoals
    • De ziekte van Hirschsprung waarbij obstipatie en uitgezette buik symptomen zijn die al snel na de geboorte optreden.
    • Niet aangelegd zijn van een deel van het maagdarmstelsel waarbij de baby zijn ontlasting helemaal niet kwijt kan.

Indicator voor voldoende inname van moedermelk?

Minder dan vier luiers met ontlasting op de vierde dag na de geboorte van de baby of niet op gang komen van de melkproductie wijzen op problemen met borstvoeding. Een borstgevoede baby jonger dan zes weken krijgt zeer waarschijnlijk genoeg voedingsstoffen binnen als hij minstens twee tot vijf keer per 24 uur ontlasting heeft. Het komt voor dat een goed groeiende baby minder vaak ontlasting heeft.
Het aantal luiers met ontlasting is niet specifiek genoeg als enige aanwijzing dat borstvoeding niet goed zou lopen. Het is belangrijk dat je kijkt naar de gewichtstoename en ontwikkeling van de baby in combinatie met de manier van borstvoeding geven.
Als er bij een baby jonger dan zes weken meer dan 24 uur geen ontlasting is geweest, is het aan te raden een baby door een arts te laten nakijken om een medische oorzaak uit te sluiten.

Conclusie

luier16.jpgUit studies blijkt dat het aantal vieze luiers een bruikbare aanwijzing kan zijn voor goedlopende borstvoeding. Waarbij het aantal vieze luiers niet specifiek genoeg is om als enige richtlijn te worden gebruikt.
Het is handig om te weten wat een normaal ontlastingspatroon is van borstgevoede baby's, waarbij het belangrijk is om te weten dat er variatie mogelijk is. Een veranderd of afwijkend ontlastingspatroon kan wijzen op een probleem bij de baby of met de borstvoeding. Hierbij is het belangrijk om ook naar andere factoren te kijken zoals gedrag, groei, ontwikkeling en algehele gezondheid van de baby.

Casussen

Lees ook

Literatuur

  • Heyman, M.B. (2006). Lactose intolerance in infants, children and adolescents. Pediatrics, 118, 1279-1286.
  • Hesketh, K., Lucas, J., Wake, M. (2000). Teething and tooth eruption in infants: A cohort study. Pediatrics, Dec, 106(6), 1374-9.
  • Lawrence, R. & Lawrence, R. (2005). Breastfeeding, a Guide for the Medical Profession (pp. 310, 547-549). Philadelphia: Elsevier Mosby.
  • Nommsen-Rivers L.A., Heinig M.J., Cohen R.J., Dewey K.G. (2008). Newborn wet and soiled diaper counts and timing of onset of lactation as indicators of breastfeeding inadequacy. Journal of Human Lactation, 24(1), 27-33.
  • Overfield, M., Ryan, C., Spangler, A., Tully, M. (2005). Clinical Guidelines for the Establishment of Exclusive Breastfeeding. Verkregen op 16 januari 2010.
  • Riordan, J. & Wambach, K. (2009). Breastfeeding and Human Lactation (pp. 127, 255, 272-273). Sudbury: Jones and Barlett Publishers.
  • Tunc V.T., Camurdan A.D., Ilhan M.N., Sahin F., Beyazova U. (2008). Factors associated with defecation patterns in 0-24-month-old children. European Journal of Pediatrics, 167(12), 1357-62.

Copyright

© Kenniscentrum Borstvoeding | Kleintjesconsult | Op dit artikel rust copyright

Gerelateerde artikelen

meer info