graphico_android_promo.jpg

banner_tietzat3b.png

bannerBB2.png

banner_graphicoNL2013.jpg

banner_bvcomapp2013.jpg

Borstvoeding en de introductie van bijvoeding

Klaar voor bijvoeding? Durf je kindje de leiding te geven!

We weten het inmiddels allemaal dat het gewoon goed is en zelfs beter om je kind zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven. Daarna begint de nieuwe periode van bijvoeden naast de borstvoeding. Lees hier meer over het bijvoeden-op-verzoek als logisch vervolg op borstvoeden-op-verzoek en vergeet even de ouderwetse methode van gepureerd eten en een lepeltje.

Klaar voor bijvoeding? Durf je kindje de leiding te geven!
Hoe wisten we dat de baby klaar was voor bijvoeding?
De ontwikkeling van baby's
Altijd beginnen met gepureerd eten?
Hoe zeker zijn we dat een baby toe is aan vast voedsel?
Zelf eten is een continu proces
Niet alle baby's zijn precies op hetzelfde tijdstip klaar voor vast voedsel
Belangrijke vragen en antwoorden
Hoe pak je het aan in de praktijk
Sommige van de voordelen
Referenties
Lees ook
Ervaringen uitwisselen?

Fenna, geboren 1 juli 2004; [met de klok mee] op 6½ maand met broccoli, op 9 maanden met cracker, op 11 maanden enthousiast voor de boterham met pindakaas en met ruim 13,5 maand smult ze van een waterijsje

Hoe wisten we dat de baby klaar was voor bijvoeding?

Het wennen aan en introduceren van vast voedsel kan op geleide van de baby. Jarenlang wist eigenlijk niemand op welk moment een baby zover is dat hij bijvoeding naast de borstvoeding (of kunstvoeding) mag hebben. En daarom nam iedereen maar een eigen standpunt in. Wat waren de redenen om bijvoeding te gaan geven?

  • 'Het staat in het boek' is er zo eentje. Onduidelijk, want het hangt er maar vanaf welk boek je voor je hebt.
  • Als de gewichtstoename langzamer werd zou het moment aangebroken zijn om met vast voedsel te beginnen. Toch is dit uitgangspunt omstreden. De gewichtstoename van een borstgevoede baby is rond de derde maand vaak minder snel dan in de periode daarvoor. Met kunstvoeding gevoede baby's groeien in die periode vaak harder door.
  • Dan zijn er de ouders die met stelligheid beweren dat hun kindje honger heeft. Omdat hij 's nachts wakker wordt! Kleine beetje vast voedsel bieden niet de oplossing; vaak heeft eenkind veel meer aan een extra slok moedermelk en troost in de nacht.
  • Kindjes reageren als ze hun ouders zien eten. Maar... de enige ervaring die de baby heeft met eten is het drinken van melk. De baby wil mee doen in de activiteit, niet met het eten.
  • Veel mensen gebruiken het feit dat een baby dingen in de mond gaat stoppen als argument dat de baby klaar is voor vast voedsel, en dat de baby dus wel honger zal hebben. Dat lijkt terecht, maar het in de mond stoppen van van alles en nog wat is vooral een uiting van een ontwikkelingsfase. Een kind stopt ook kralen, zand of poep als het de kans zou krijgen, in zijn mond. Dat staan we toch ook niet toe.
  • Het staat op de potjes! Ja, het staat inderdaad op sommige potjes. Maar we hoeven natuurlijk niet alles te geloven wat fabrikanten ons voorspiegelen! We weten bovendien dat elke baby tot zes maanden genoeg heeft aan zijn dagelijkse porties moedermelk. Baby's jonger dan zes maanden hebben geen fruit- en groentehapjes nodig om groot te worden.
  • Bovendien: àls de baby honger zou hebben, geef hem dan méér moedermelk. Vaker aanleggen verhoogt de productie, zolang de capaciteit van de moeder niet gehinderd is door slechte borstvoedingspraktijken in de vroege weken na de bevalling. Daarnaast is het zo dat de samenstelling van moedermelk verandert en zich aanpast naarmate het kind groeit. De natuur heeft ervoor gezorgd dat de baby meer voedingstoffen krijgt zonder dat de hoeveelheid melk per voeding toeneemt. De met kunstvoeding en de fles gevoedde baby is daarentegen afhankelijk van de toename van het volume van de voeding.

Geen van de genoemde argumenten lijkt een solide basis voor het onderbreken van een exclusieve borstvoedingsperiode van zes maanden.

De ontwikkeling van baby's

Hoe zit het met de puur lichamelijke ontwikkeling van het kind? Naylor en Morrow's onderzochten dat en kwamen tot de conclusie dat de gemiddelde baby zo rond de zes maanden 'klaar' is voor vast voedsel. Het immuunsysteem is dan redelijk ontwikkeld, het spijsverteringskanaal is dan in staat vast voedsel te verwerken en tot slot is de baby dan redelijkerwijs in staat te kauwen, ofwel het voedsel heen en weer te bewegen. Het lijkt een goed teken: alles is tegelijk in orde voor vast voedsel op hetzelfde moment.

De onderzoekers Illingworth en Lister keken op een andere manier naar de ontwikkeling van baby's. Hun theorie was dat er kritieke periodes zijn om nieuwe vaardigheden te leren. Als we niet op het juiste moment de juiste prikkels aanbieden gaat de ontwikkeling van kinderen niet verder. Dus als we hen geen kennis laten maken met pakken, kauwen en slikken op het juiste moment zullen zij dit niet leren. Hun onderzoek echter had voornamelijk betrekking op in hun ontwikkeling geremde gehandicapte kinderen. En is dus niet automatisch toepasbaar op de gemiddelde baby.

Altijd beginnen met gepureerd eten?

iedere ouder wil uiteindelijk dat hun kind met de pot mee eet. Gaat dat lukken als je hem voor de zes maanden geen gepureerd voedsel geeft? Of is het zo dat je als baby eerst gepureerd voedsel moet leren eten voordat je vast voedsel kan eten? En hoe zit het dan met die vaardigheid om met een lepel te kunnen eten? Hoe essentieel is dat? Is het echt zo dat het eten van gepureerd voedsel je helpt om te leren kauwen?

Baby's leren geen mijlpalen, baby's kunnen op een bepaald moment dingen doen. Voor elk normaal kind verloopt dat ongeveer in dezelfde volgorde. Kindjes lopen niet voordat zij kunnen zitten, zij zeggen geen 'mammie' voordat zij 'mama' kunnen zeggen.
Ergo: baby's van zes maanden kunnen kauwen, niet omdat zij dit hebben geleerd doordat zij gepureerd eten kregen. Zij kunnen kauwen omdat hun ontwikkeling hen daartoe in staat stelt.

Een baby die kan kauwen heeft dus geen gepureerd eten nodig. Gepureerd voedsel is ontwikkeld om ons in staat te stellen eten (naast melk) te geven aan baby's die te jong waren om te kauwen – met het verkeerde idee dat zij dit nodig hadden. Nu we weten dat baby's onder de zes maanden geen ander eten nodig hebben want moedermelk levert alles! Is er dan nog reden om gepureerd eten aan baby's te geven? Nee! Als zij kunnen kauwen, is de tijd voor gepureerd eten voorbij.

Gebrek aan gelegenheid om te oefenen hindert de ontwikkeling. Als een bepaalde ontwikkelingsfase is bereikt, dan is de gelegenheid om de nieuwe vaardigheid te oefenen belangrijk om er goed in te worden. Daarom kan het blijven geven van gepureerd voedsel aan baby's van zes maanden hun ontwikkeling hinderen. Wanneer dit gebeurt, krijgen we peuters die alleen maar gepureerd eten accepteren.

Dus kunnen we het proces van zogenaamd 'wennen aan vast voedsel' overslaan. Dat maakt het leven een stuk eenvoudiger en vermindert het risico dat baby's niet leren hoe ze moeten kauwen.

In Nederland zijn naar mijn [SK, kinderdiëtist] weten nog nooit onderzoeken gedaan naar enerzijds kindjes die gepureerd eten gevoerd kregen en anderzijds naar kindjes die zelf het initiatief werd gelaten en die vast voedsel in grote stukken aangeboden kregen. Groepen kinderen met controlegroepen werden nooit gerandomiseerd en dubbelblind onderzocht. Het is niet duidelijk welke kindjes meer kokhalzen en/of zich meer verslikken en welke kinderen later betere etertjes worden. Kortom, naar geen enkele manier van bijvoeden is nog onderzoek gedaan. Prakjes versus stukjes is nooit op wetenschappelijke wijze met elkaar vergeleken.

Als tegenargument van de Rapley-methode wordt nog wel eens aangevoerd dat een kind van zes maanden nog niet kan kauwen. Dat klopt. Maar er is ook niemand die 'stukjes-eten' propageert, die dat beweert. Ergens in de loop van het tweede halve levensjaar veranderen de anatomie en fysiologie van alle organen en lichaamsdelen die betrokken zijn bij het eten van een kind zodanig dat hij kan overgaan van zich predominant zuigend voeden naar predominant kauwend eten. Een kind kan dit kauwen leren en oefenen wanneer hem oefenmateriaal en oefensituaties worden aangeboden. Een kind voeren van met prakjes eten op een lepeltje levert een kind geen oefenmateriaal en geen oefensituatie.

Opvoedkundig gezien is het oefenen van nieuwe vaardigheden onder eigen regie [dus zelf pakken, zelf in de mond doen, zelf onderzoeken, zelf een manier vinden om eten klein te maken, zelf leren hoe je iets moet doorslikken en tot slot zelf leren verteren], in plaats van met een lepel onder regie van de ouder/verzorger geprakt eten in de mond gestopt krijgen, effectiever en beter voor de ontwikkeling de motoriek, het gevoel van eigenwaarde en zelfverantwoordelijkheid.

Hoe zeker zijn we dat een baby toe is aan vast voedsel?

Zelf eten begint bij de geboorte. Als moeder schept de gelegenheid door haar kind dicht bij zich te nemen en in de buurt van haar borsten te leggen. Het is de pasgeboren zuigeling zelf die zijn kans grijpt, toehapt en zichzelf voedt. Baby's doen het zelfs beter als zij zelf initiatief mogen nemen. Je kunt een kindje niet dwingen zich aan de borst te voeden. Dwingen voordat ze er aan toe zijn eindigt meestal niet in een goede voeding en leidt vaak tot aanlegproblemen bij verdere voedingen.

Dus: baby's kunnen zichzelf voeden als zij de gelegenheid krijgen. We willen ook dat peuters zo rond de leeftijd van drie jaar zelf eten. Dit proces begint bij de geboorte, gaat door en rond de drie jaar houden we ons er maar niet meer mee bezig. Waarom zouden we deze natuurlijke gang van zaken verstoren door de boel over te nemen en halverwege het eerste levensjaar de baby met de lepel te gaan voeden?
Dit moest wel toen we hapjes aanboden op de leeftijd van drie à vier maanden, want dan kan een kindje echt niet zelf al met een lepeltje eten. Maar op de leeftijd van zes maanden is dat toch echt anders.

Zelf eten is een continu proces

geboorte6-12 mnd3 jaar
==================================================>
zelf eten?zelf eten

Dit idee over een continu proces duidt ook op een belangrijk verschil tussen borst- en flesvoeding. Een speen -met fles- kun je in de mond van een baby plaatsen, ook al is hij niet geïnteresseerd in voedsel of zuigen. Voeden met een lepel past in het continu proces van flesvoeding. In de lijn van borstvoeding-geven-op-verzoek past dan het idee van bijvoeding-geven-op-verzoek.

Niet alle baby's zijn precies op hetzelfde tijdstip klaar voor vast voedsel

Dat klopt, en ook niet alle baby's gaan op hetzelfde tijdstip praten of lopen. Dus begin je met de bijvoeding ergens als je kind zes maanden is, in de wetenschap dat het belangrijk is dat een baby in de eerste zes maanden exclusief de borst hoort te krijgen.
Nu we weten dat het goed is om je kind te helpen met het oefenen van vaardigheden zodra hij deze gaat ontwikkelen, komt natuurlijk de vraag naar boven: met welke signalen geeft je kind je aan dat hij, gezien zijn ontwikkeling, toe is aan vast voedsel?

Nog even over het leren lopen. Niemand zal zijn kindje dwingen te lopen. Het zou ook niet kunnen: je kindje valt gewoon om, dus... Wanneer hij er wel klaar voor is zal hij lopen. We kennen de signalen die aangeven wanneer het ongeveer zo ver is en laten hemzelf het exacte tijdstip bepalen. Zo kan het ook met het leren eten.

Naylor en Morrow hadden voor ons al ontdekt dat de 'rijpheid' voor vast voedsel in drie ontwikkelingsgebieden samenvalt. Verder lijkt het redelijk om er van uit te gaan dat een baby die iets voorloopt op andere baby's ook eerder toe is aan vast voedsel. Maar of dat echt zo is blijft natuurlijk gissen.
Dit weten we: de pasgeboren baby laat ons zien dat hij klaar is om aan de borst te gaan door het te doen. Laat een wat oudere baby ons op dezelfde manier zien dat hij toe is aan vast voedsel? Kan hij dat? Kunnen we een kind gewoon eten aanbieden, desnoods vanaf de geboorte, en kijken wat hij ermee doet? Is het te vergelijken met het op de grond zetten van je kindje en maar zien of het gaat kruipen? Kunnen we het juiste moment vergeten en ons concentreren op de gelegenheid?

De onderzoekster Gill Rapley heeft een aantal ouders gevraagd om het juiste moment te vergeten en zich te concentreren op de gelegenheid. Hieronder volgen haar bevindingen.

  • In de vierde maand waren de baby's er niet aan toe zelf te eten. Maar rond de zesde maand konden zij eten in hun mond stoppen, gingen zij doelmatig eten. Ze gingen het eten ontdekken, in de mond stoppen, en hadden daarvoor klaarblijkelijk geen tanden nodig.
  • In de negende maand konden ze zelf eten, en... leken zij handiger dan andere kindjes van die leeftijd die volgens de klassieke methode te eten hadden gekregen. De kindjes uit de onerzoeksgroep genoten van de etenstijd en weigerden het eten niet. Ze kozen zelf wat ze wilden eten en in welke volgorde. Ze wilden niet gevoed worden met een lepel, maar begonnen zelf te eten met een lepel.
  • De moeders die meededen met het experiment zagen dat hun kindje echt genoot van het eten en hadden bijvoorbeeld niet gedacht dat hij rozijnen zou eten. Ze besloten ook om het bij een volgend kind op dezelfde manier te doen.

Fenna, geboren 1 juli 2004; hier [boven] 9 maanden en onder 11 [links] en ruim 13,5 maanden [rechts]

Belangrijke vragen en antwoorden

  • Het kan vies worden?
  • Ja, logisch. Kleine kindjes maken wel meer vies. De aanschaf van een groot stevig stuk plastic lijkt gerechtvaardigd!

  • Is er gevaar voor verslikken?
  • Elke manier van voeden kan onveilig zijn. Het is belangrijk dat je je kindje, net als altijd, in de gaten houdt. Baby's laat je niet alleen als ze eten. Misschien is het eten van ongepureerd eten wel minder riskant dan de gepureerde, klassieke hapjes. Want we verslikken ons gemakkelijker in vloeistof dan in vast voedsel. Bij baby's is dat hetzelfde. Verslikken gebeurt als je tegelijkertijd kauwt en ademt. Je verslikt je het snelst als je onverwacht iets achter in je keel krijgt. Dit is het makkelijkst met vloeibare dingen, of eigenlijk met alles wat we opzuigen. Jonge baby's die gewend zijn aan zuigen, doen dat ook met voedsel op een lepel. Zij doen dit niet met eten wat zij zelf in hun mond stoppen.

    Baby's zijn op een bepaald moment in staat om eten in hun mond te stoppen en te kauwen voordat zij in staat zijn om het naar achter te bewegen en te slikken. Daarom is het het beste om alles aan de baby over te laten en er voor te zorgen dat hij goed rechtop zit. Baby's van zes maanden zijn trouwens onhandig: ze kunnen geen kleine stukjes oppakken, maar alleen grote stukken. Ook de pakmotoriek moet zich ontwikkelen. Tegen de tijd dat ze erwten of rozijnen kunnen pakken zijn ze ook al heel bedreven in het eten. En zeker als je ze de gelegenheid hebt gegeven om te oefenen.

  • Kunnen flesgevoede baby's dit doen?
  • Ja hoor! Drinken aan de moederborst is natuurlijk de ideale voorbereiding op het eten van vast voedsel want het bevordert een goede ontwikkeling van de mond- en kaakspieren. Bovendien maakt je kindje kennis met een variëteit aan smaken in de moedermelk. Flesgevoede kinderen hebben deze voorbereiding niet, zij hebben leren zuigen. Een reden te meer om ook hen zo snel mogelijk juist die controle over het eten weer terug te geven.

  • Je geeft je baby de leiding
  • Maar dat wil niet zeggen dat het kind nu alles te vertellen heeft. Je blijft als ouder verantwoordelijk je kindje een gezond en verantwoord voedingspakket voor te schotelen. Voor ouders die zelf gezond eten zal het kiezen van gezonde voeding voor hun baby geen probleem zijn. Maar voor ouders die zelf slecht eten zal het moeilijker zijn een evenwichtige voeding voor hun kind te kiezen. Het gebruik van potjes en andere kant en klare babyvoeding stimuleert natuurlijk niet om na te denken over verantwoord baby-eten. De aanmoediging om je kind zelf te laten bepalen wanneer en hoeveel hij eet leidt meestal tot een langere borstvoedingsperiode. En in de praktijk blijkt, onder andere op het bijvoedingsforum, dat de meeste ouders zelf gezonder gaan eten.

  • Geen ander vocht aanbieden
  • In principe bied je je kindje geen ander vocht aan dan moedermelk. De borst blijft de belangrijkste bron voor het drinken. Het resultaat kennen we: je productie blijft op peil en je blijft er van verzekerd dat je kindje én voldoende vocht binnen krijgt én vooralsnog de juiste uitgebalanceerde voeding.

  • Hoe kiest mijn kindje het juiste voedsel kiest?
  • Honderd procent zeker weten doe je dat nooit. Er is wel wat bewijs dat kinderen spontaan gezond voedsel kiezen, maar hard bewijs is het niet. Het lijkt er op dat de kinderen die zelf de leiding mogen houden een grote verscheidenheid aan voedsel lekker vinden en dat zij nieuwe smaken makkelijker accepteren.

  • Je eigen rol!
  • Je zult er misschien aan moeten wennen dat je geen gepureerd eten hoeft te geven. Maar deze nieuwe aanpak komt pas echt tot zijn recht als je je kindje het ritme kunt laten bepalen en als je hem helemaal zelf de controle in handen durft te geven.

  • En de zorgverleners?
  • Ga er 's mee aan de slag en informeer je. Als je er aan gewend bent en de voordelen ziet van de borstvoeding-op-verzoek gevolgd door de bijvoeding-op-verzoek, kan je andere ouders misschien ook op dit spoor zetten.

Hoe pak je het aan in de praktijk

  • Samen eten helpt. Betrek je kindje erbij als er iemand gaat eten in plaats van hem in afzondering te voeden. Als je al oudere kinderen hebt is dit mogelijk gemakkelijker in de praktijk te brengen.
  • Zet je kindje rechtop en geef hem zonodig steun. Zo behoudt hij zelf controle en het helpt om verslikken te voorkómen.
  • Bied stukjes aan ter grootte van hun vuistje, dus bied eten aan dat makkelijk te pakken is. Schijfjes, lange reepjes, brokken zijn goed. Voor een klein kindje is vastpakken gemakkelijker dan loslaten. Broccoli is helemaal goed, want dat heeft een natuurlijk handvat. Groenten net kort koken, wel gaar maar niet te zacht.
  • Verder geef je je kind die soorten fruit en groenten die je normaal ook gegeven zou hebben. Begin met die soorten fruit en groenten die je zelf ook eet of at. Met de moedermelk heeft je kindje al kennis gemaakt met die smaken, dus is de kans dat hij juist dat eten accepteert groter.
  • Fruit en groente uit het seizoen zijn goedkoper en vitaminerijker. Groenten zijn doorgaans nitraatarmer als ze geteeld zijn in het seizoen, dus niet speciaal gekweekt in de kas. Kleine kindjes zijn nog niet goed in staat om nitraten te verwerken. Dus geef je per week maximaal twee keer nitraatrijke groente.
  • In eerste instantie is spelen en ontdekken voor je kindje het belangrijkst. Kleine kindjes zijn toch nieuwsgierig. Het ontdekken dat iets lekker smaakt is een beloning. Het heeft allemaal nog niet veel met honger te maken. Voor honger is er nog steeds de borst. En het spelen met eten gaat ook weer vanzelf over.
  • Natuurlijk blijf je borstvoeding geven op verzoek. Langzaamaan zal het eten van vast voedsel belangrijker worden dan de borst. Er is dus geen plan nodig om af te bouwen, het gaat vanzelf. Ouders die omgaan met eten als een spel, en dus niet speciaal iets als voeding, zullen het het makkelijkst hebben.
  • Doorgaan met het borstvoeding geven en het onthouden van andere soorten vocht betekent een goede inname van borstvoeding en dus goede voeding.Voor een flessekindje is dit anders. Je zult hem naast de fles ook ander drinken moeten aanbieden. Gewoon water? Ja, gewoon water is het beste. Extra calorieën zijn vaak niet nodig. En suiker en zoet al helemaal niet. Als je het kunt, als het je lukt om je kindje de leiding te laten houden, dan zul je vast ontdekken dat het wennen aan vast voedsel begint op het juiste moment, in het juiste tempo verloopt, leuk is en ook veilig blijkt. Het voedselintroductieschema geeft je een handig houvast bij de keuze van de juiste voedingsmiddelen. Het geeft je een idee hoe je de verschillende voedingsmiddelen in de loop van de tijd kunt introduceren aan je kindje.

Sommige van de voordelen

  • Het is niet meer nodig om het eten fijn te maken. Het is verbazingwekkend om te zien wat een kindje allemaal kan eten met zijn handjes. Je kunt de stukken groente of brood aanbieden op een groot bord of in een kom. Op een goed moment kun je er ook yoghurt bijgeven, waar lekker met brood in gesopt kan worden.
  • Eigenlijk wordt het zo allemaal veel makkelijker, en dat is ook wat de moeders die aan het onderzoek meegedaan hebben zeiden. Je hoeft zelfs niet meer echt te beslissen wanneer je ermee begint. Zolang als je de baby eten aanbiedt, en niets in zijn mondje stopt, zal hij het pakken en eten wanneer hij er klaar voor is.
  • Baby's gaan gevarieerder eten. En omdat het leuk is, ontwikkelen ze bij deze methode een grotere variatie aan smaak. Sommige van de baby's uit dit onderzoek aten op de leeftijd van negen maanden ansjovis en olijven. Voedsel weigeren komt zelden voor en uit eten gaan is makkelijker.
  • Een ander voordeel van het los aanbieden van eten, in plaats van gemengde hapjes zoals bijvoorbeeld kip-en-groentepuree, is dat je kindje het eten apart kan proeven. Hij laat misschien de koolrabi staan, maar eet dan wel de kip, aardappels en wortelstukken. Wanneer alle ingrediënten door elkaar zitten, kan één sterke smaak er voor zorgen dat de baby alles afwijst.
  • Baby's zullen ook eerder de smaak met het uiterlijk leren associëren. En zo voedsel leren herkennen. Als kinderen voedsel afwijzen, is dat vaak omdat ze het niet kennen en mogelijk wantrouwen.
  • Zelf voedsel pakken stimuleert de oog-hand coördinatie. In culturen waar baby's gestimuleerd worden om met alledaagse dingen te spelen, is speelgoed een onbekend fenomeen.
  • Het gezin kan samen eten, waardoor het een sociaal gebeuren voor het hele gezin wordt. En zo krijgen baby's de ruimte om lang te doen over het eten wat het leuker maakt. En wat misschien voor de spijsvertering ook nog wel eens een voordeel zou kunnen zijn. Daarbij vervalt de noodzaak om apart te koken en de baby eerst te eten geven.

Referenties

  • Naylor en Morro, 2001, onderzochten de relevante literatuur m.b.t. baby's immunologische ontwikkeling, gastro-enterale ontwikkeling en orale motorische ontwikkeling.
  • Illingworth, RS & Lister, J. (1964). The critical or sensitive period, with special reference to certain feeding problems in infants and young children. Pediatrics, 65, 839-848.

Lees ook

Ervaringen uitwisselen?

Artikelgegevens

  • Stefan Kleintjes kinderdiëtist, bewerkte de presentatie van Gill Rapley op het Congres Borstvoeding Leeft! in oktober 2005
  • Een vergelijkbare versie van dit artikel is eerder geplaatst in Borstvoeding Natuurlijk van VBN nummer 1-2005

Gerelateerde artikelen