banner_bvcom.jpgbanner_webshop.jpgbanner_graphico_nederlands.jpgbanner_bvcomapp.jpgbanner_bmbbv1.pngbannerlivredme2.png
Eten voor de kleintjes, een handboek om van te watertanden!

beeld-bmbbv_site_200.jpgVroeg of laat breekt, na maanden uitsluitend borstvoeding geven, het moment aan waarop kindertjes en hun ouders gaan oefenen met het eten en aanbieden van vaste voeding. Alles wat met borstvoeding zo vanzelf ging, wordt ineens een vraag: 'Wanneer? Wat? Hoeveel?' Dan kun je wel wat praktische tips gebruiken en het boek 'Eten voor de kleintjes' van Stefan Kleintjes is daarbij een heerlijk hulpmiddel.

Wat een ontspannen en vrolijke uitstraling heeft het boek al op de cover: een prachtig, genietend kind dat onder de spaghetti zit en een knaloranje snoet heeft. Is dat het vooruitzicht? Ja, met de Kleintjes-methode is dat inderdaad wat je te wachten staat. Dat is voor sommigen misschien wel even slikken: de 'schone' tijden zijn voorbij en hoewel de borstvoeding gewoon doorgaat, komt er een avontuurlijk nieuw onderdeel bij.

Toen onze kinderen klein waren, was ik nog niet zo thuis in deze materie en ik weet niet of ik het aan had gekund, dagelijks al die rommel en al dat geklieder. Toch denk ik wel dat ik ermee aan de slag zou zijn gegaan, omdat ik me in de onderliggende argumentatie zo goed kan vinden. Een kind moet kunnen ontdekken en leren, heeft er baat bij zintuiglijk te worden gestimuleerd en uitgedaagd en het zal er van kunnen genieten onderdeel te zijn van de rest van het gezin en echt te mogen 'meedoen'. Dat zijn zaken die ik ook verder in de opvoeding van groot belang vind, dus stukjeseten past in die visie. In die bijvoedingsvisie blijven borstvoeding en moedermelk overigens de normaalste zaak van de wereld. Door het hele boek heen worden ze als normgedrag beschreven en dat is een verademing, want dat zien we nog veel te weinig.

Menusuggesties

Bijna de helft van het boek is gewijd aan menusuggesties die tjokvol staan met ingrediënten die ik zelf niet zomaar zou kiezen. Daarmee bieden ze aanknopingspunten voor een grote variatie van gebruikte voedingsmiddelen en dat is natuurlijk een superstart voor een brede smaakontwikkeling en een royaal aanbod van alle benodigde vezels, vitaminen en mineralen. Fijn, dat er een register is opgenomen, zodat diverse onderwerpen gemakkelijk terug te vinden zijn.

Stevige uitspraken

Stefan doet in zijn boek diverse stevige uitspraken waar ik blij van word; een aantal voorbeelden:

  • Koemelk, geitenmelk en sojamelk, bewerkt of onbewerkt, zijn niet geschikt voor een jonge of oudere baby. (pagina 25)
  • Eten opdringen, niet iets anders geven, straffen, belonen en dergelijke leiden bijna nooit tot een ander eetpatroon. Maar het leidt er wel vaak toe dat het eten in een machtsstrijd ontaardt en dat je kind later eetproblemen ontwikkelt. (pagina 70)
  • Begin maar niet met prakjes. Het naar binnen schuiven van gepureerd eten met een lepeltje heeft niets te maken met leren eten en bevredigt slechts jouw eigen onrust. (pagina 71)
  • Door je kind een toetje te beloven of het toetje te onthouden probeer je bepaald gewenst gedrag te stimuleren; je verbindt zo het eten met gedrag, liefde, omkopen en manipulatie. Daar is eten niet voor. (pagina 73)
  • Ook overheidsinstanties en jeugdgezondheidszorgbureaus die gesponsord worden door de voedingsmiddelenindustrie of productschappen, geven per definitie geen onafhankelijk en dus betrouwbaar voedingsadvies. Wees daarop bedacht. (pagina 74)
  • Een kind dat geen borstvoeding krijgt, heeft een grotere kans op het ontwikkelen van overgewicht op jonge en op latere leeftijd. (pagina 104)

Met al deze zinnen wordt een krachtig statement neergezet en het boek onderscheidt zich daarmee van bronnen die via minder uitgesproken visies proberen niemand voor het hoofd te stoten. Dat leidt vaak tot teksten die, om in de context te blijven, vlees noch vis zijn en waaraan je dus niet zoveel hebt.

Punt van zorg: vitamine D

Een belangrijk punt van zorg geldt het vitamine D-advies op pagina 86. Daar wordt het advies besproken zoals dat door de Nederlandse Gezondheidsraad wordt gehanteerd. Er is veel wetenschappelijk onderzoek dat laat zien dat de aanbevolen suppletiehoeveelheden volstrekt ontoereikend zijn. Iets daarvan sijpelt al door in de referentiewaarden die door sommige bloedonderzoekslaboratoria worden aangehouden. In dit overzicht wordt een waarde van meer dan 80 nmol/L in het bloed pas als toereikend beschouwd. Daaronder is er sprake van 'hypovitaminose', een tekort dus. Wanneer meer moeders en baby's zouden worden onderzocht, zou waarschijnlijk blijken dat velen een deficiëntie hebben. Daarom wordt er immers ook suppletie aanbevolen, maar de hoeveelheden zijn te gering. Bovendien is er in een groot deel van het jaar helemaal geen vitamineaanmaak mogelijk, hoe bloot en hoe veel je ook buiten bent en hoe licht van kleur je huid ook is.

Daarnaast is het zo omdat borstvoeding de norm is (en Stefan onderschrijft dat), we ervan uit moeten gaan dat een kind via de melk van de moeder krijgt wat het nodig heeft. Vitamine D is tenslotte een cruciaal vitamine voor heel veel lichaamsfuncties. Het uitgangspunt zou daarom moeten zijn dat een moeder zoveel vitamine D moet hebben (en dus mogelijk moet slikken) dat haar melk voldoende bevat voor haar baby, die dan niet gesuppleerd hoeft te worden. Met dat in gedachten moeten de ADH's flink worden opgehoogd en de informatie over vitamine D verdient dan ook een aanpassing aan de nieuwste inzichten. Wellicht kan dit in een volgende druk?

Om te glimlachen

Om met een vrolijke noot te eindigen, citeer ik graag een aantal opmerkingen die mij een glimlach om de mond geven:

  • Houd het [vocht in het tweede halfjaar] beperkt, vooral als je graag nog een paar jaar wilt blijven voeden. (pagina 50)
  • De gaatjes in een tepel worden met de maanden ook niet groter, dus er is geen enkele reden om op den duur een speen te nemen met een groter gat. (pagina 65)
  • Het beste tussendoortje is een gewoon stuk fruit, een stuk broodkorst, een slok water of borstvoeding. Je geeft je kind dus gezonde voeding en nee, dat is echt niet zielig! (pagina 79)
  • In de loop van de tijd worden het soms drie tot vier voedingen, met daarbij dus de troost- en knuffelvoedmomenten. Tot twee, drie of vier jaar kan dit zo blijven. (pagina 116)

Tot slot, als essentiële uitsmijter in dit smaakvolle boek:

  • Kinderen die zichzelf mogen zijn, kinderen die gewaardeerd worden, kinderen die de wereld in hun eigen tempo mogen ontdekken, ontwikkelen eigenwaarde. Met een gezonde dosis eigenwaarde en zelfrespect kun je zorgelozer in het leven staan en ben je uiteindelijk ook een liefdevoller mens.

Kortom: een heerlijk boek dat een geweldige steun zal zijn voor ouders die met behoud van borstvoeding hun kind vaste bijvoeding willen aanbieden!

Marianne Vanderveen-Kolkena,
lactatiekundige IBCLC, Borstvoedingscentrum Panta Rhei

Meer lezen en/of gelijk bestellen

Gerelateerde artikelen