Indonesië een ontwikkelingsland? Niet als het om borstvoeding gaat!

verhaal-142-1.jpg
Als klein meisje groeide ik op onder een bergstam van het huidige Papua. Vanuit de praktijk leerde ik hoe het werkt om borstvoeding te geven. Totdat ze een jaar of drie waren, zag je de kinderen vooral bij de moeder, een veilige plek waar ze zo vaak als ze wilden even een slokje bij konden drinken. Ik speelde dit na met mijn Papua vriendinnetjes als we de poppen in allerlei mogelijke houdingen vasthielden en zogenaamd de borst gaven.

Zo’n dertig jaar later. Wat was ik dankbaar getrouwd te zijn met een Indonesiër. Zwanger van ons eerste kind twijfelde ik geen moment of ik wel borstvoeding zou geven. Je legt een poesje toch ook niet bij een hond terwijl de mama poes gewoon beschikbaar is? Ook twijfelde ik niet of ik het wel zou kunnen. Al die Papua vrouwen kunnen het, ik heb gezien hoe het moet.

Na de keizersnee was de verpleging in het ziekenhuis verbaasd hoe goed het direct ging met voeden. Voor mijn ingetrokken tepels kreeg ik een heel handig hulpmiddeltje en Julius dronk meteen krachtig. Eenmaal thuis zat ons huis steeds vol visite wat de eerste 40 dagen af en aan loopt. Vrouwen die me adviezen gaven en zo de rol op zich namen van lactatiekundige. Ik hoefde me nergens voor te schamen. Het was de normaalste zaak van de wereld. Gaf Julius wat kreetjes dan werd hij bij me gebracht om te drinken. Niemand die zich hardop afvroeg of het zijn ‘tijd’ al wel was.
Toen Julius een jaar oud was namen we hem mee naar Nederland. Als borstvoedende moeder voelde ik me bepaald niet altijd gemakkelijk. ‘Sjonge, voed je hem nog steeds? Dat is zwaar voor je!’ of ‘Wordt het niet eens tijd om hem te spenen?’, waren opmerkingen die ik regelmatig kreeg. Hoezo zwaar? Het is juist ontzettend makkelijk op reis en in een ander land met ander eten. Nu weet ik in ieder geval dat hij een goede basis binnenkrijgt.
Terug in Indonesië kreeg ik deze website onder ogen. Het steunt me geweldig om te weten dat er ook in Nederland vrouwen zijn die hun groter wordende kind nog steeds zelf voeden tegen alle stroming in. Petje af!

verhaal-142-2.jpg
Julius is alweer twee jaar oud. Als Nederlandse vrouw vraag ik me wel eens af of het nu toch geen tijd wordt om te stoppen. Moet een peuter rond deze leeftijd niet al ‘los zijn van zijn moeder?’. Vrouwen hier laten me echter het tegendeel zien. Toen Julius tijdens de kerkdienst een slokje wilde en ik me tegenover mijn buurvrouw verontschuldigde dat hij al zo groot is zei ze al schouderophalend: ‘ach, wat geeft het’. Mijn schoonmoeder keek me vragend aan toen ik overwoog om Julius te gaan spenen en zei: ‘wacht nog even, hij is nog maar twee’. En niet in het minst heb ik steun aan mijn man die me als ik twijfel steeds weer vraagt: ‘waaróm wil je stoppen? Zie je niet hoe gezond hij is en hoe goed het hem doet dat hij dit plekje bij mama nog heeft?

Het zet me aan ’t denken. Misschien dat de ‘terrible two’s’ daarom hier nooit ter sprake komen. Een tweejarige heeft nog een veilig plekje waar ook nog eens iets lekkers en supergezonds te halen valt.

Antke

Noot van de reactie
Lees ook: New Indonesia breastfeeding law stokes controversy