Pindakaas

verhaal-151.jpgIk ruik pindakaas. Niet gek, mijn dochter van net twee is er dol op. Op ieder willekeurig moment van de dag komt ze me vragen om een broodje ‘taas’. De indringende geur van pindakaas hangt om haar en mij heen. Ik veeg de laatste restjes van haar wangen en hoop daarmee het euvel opgelost te hebben.

Nadat we broerlief naar school gebracht hebben, gaan we boodschappen doen. En weer ruik ik pindakaas. Ik check haar lange blonde haren op sporen van het bruine goedje, maar kan niets vinden.

Thuisgekomen ruik ik het weer. De pot pindakaas op het aanrecht, die daar bijna woont gezien de grote hoeveelheid boterhammen pindakaas die er gegeten worden, staat open. Ah, dop dicht, probleem opgelost?

Rond de lunch, met, jawel, boterhammen pindakaas, ruik ik het weer. Ik controleer mijn en haar kleding op vlekken, vegen en vingertjes. Met een doekje veeg ik iets weg wat op een veegje pindakaas lijkt.

’s Middags ruik ik… pindakaas. Onder de bank ontdek ik een korstje van iets wat ooit een broodje pindakaas was. Deze breng ik snel naar de container in de hoop de boosdoener ontdekt te hebben. Niet dus.

Onder het koken ruim ik de pot pindakaas maar eens op. Misschien dat die geur dan eventjes verdwijnt? Tevergeefs. Hoewel de geur van gebakken aardappels zijn best doet, vlak na het eten, bij het inruimen van de vaatwasser ruik ik het weer.

’s Avonds voor het slapen gaan, bereid ik me al voor op een leven lang pindakaasgeuren. Het is me duidelijk, ik kom er nooit meer van af. Ik kleed me uit en de geur wordt sterker. Hoe kan dat nou? Op de slaapkamer wordt écht geen pindakaas gegeten.

En dan ontdek ik een grote bruine veeg op mijn rechterborst, want naast broodjes pindakaas is en blijft drinken aan de borst toch ook wel heel lekker.

Geschreven door Martine