Borstvoeding natuurlijk, maar ook voor mij?

verhaal-110b-1.jpg
Vóór mijn zwangerschap had ik al besloten dat ik borstvoeding wilde geven. Ik zag borstvoeding als iets wat zo geregeld is door de natuur. Iets dat je doet omdat het zo hoort.
Ik had vertrouwen in mijn lichaam. Dat vertrouwen werd ernstig geschaad tijdens de zwangerschap. Ik had last van extreem zwangerschapsbraken en heb daarvoor in het ziekenhuis gelegen. Met twintig weken krabbelde ik weer wat op, met 23 weken kreeg ik last van bekkeninstabiliteit en rond dertig weken heftige rugklachten. De gehele zwangerschap heb ik nog last gehad van maagpijn. Door deze klachten heb ik nooit een borstvoedingscursus kunnen volgen. Wel heb ik gelezen wat ik maar kon.

Direct na de bevalling om tien uur ’s avonds gaf ik al aan dat ik mijn dochter wilde aanleggen. De verpleegster hielp hierbij door mijn shirt omhoog te doen, verder niet. Mijn dochter was heel alert en wilde meteen happen. Wat deed dat zeer! Ben toch niet bepaald kleinzerig. Hoewel ik nog niet overeind kon zitten probeerde ik op te letten of ze goed aanlag. Ik gaf aan dat het heel veel pijn deed en de verpleegster adviseerde om de andere kant even te proberen. Dat deed net zoveel pijn, ik had meteen de neiging mijn dochter van me af te rukken!

Natuurlijk had ik wel gelezen over de toeschietreflex, dat dat eigenaardig kan voelen. En dat het in het begin wat gevoelig kan zijn om aan te leggen, maar dit was mij te gek. Ik maakte me er zorgen over, en zag op tegen de volgende poging. Mijn tepels deden nog twee uur lang zeer. Rond 00.00 kwam er weer een verpleegster helpen met aanleggen. In de hoop dat de pijn bij de eerste keer zou blijven, probeerde ik het, maar het viel niet mee. Ook na deze poging bleven mijn tepels pijn doen, zo’n drie uur lang.

De bevalling had twintig uur geduurd en ik was uitgeput. Toen mijn man naar huis was viel ik na een paar uur eindelijk in slaap. Ik sliep zo diep dat ik midden in de nacht om vijf uur pas wakker werd toen er een andere verpleegster met mijn huilende dochter al op haar arm stond. Ik voelde me superschuldig, wat een slechte moeder, ik word niet eens wakker van mijn eigen baby!

De humeurige verpleegster vroeg of ik nog wilde aanleggen, en natuurlijk wilde ik dat wel. Ze commandeerde dat ik maar op mijn zij moest gaan liggen, kneep in mijn tepel tot die hard was en drukte hardhandig mijn dochters’ hoofdje tegen mijn borst aan. Ze hapte en ik voelde weer die vreselijke pijn. Andere borst idem. De verpleegster werd ongeduldig en zei dat ik straks nog maar een tepelhoedje moest proberen. Ik dacht; prima, als die pijn maar weggaat. Ze kwam terug met een tepelhoedje, maar met dat ding deed het nog veel zeerder.

Ik begon te huilen. De verpleegster schonk daar geen aandacht aan. Ze zei: ‘Je dochter doet het goed hoor, dus het ligt toch echt aan jou. Niet aan je dochter. Anders moet je morgen maar proberen te gaan kolven.’
Wat voelde ik me slecht en mislukt. Zwanger zijn kon ik al niet fatsoenlijk en nu kon ik ook mijn eigen kind niet voeden. Er werd een flesje klaargemaakt, en ik vroeg of dat geen kwaad kon. Tenslotte had ik overal gelezen dat dat niet goed was i.v.m. tepel-speenverwarring en het op gang komen van de borstvoeding. Verpleegkundige zei: ‘Ach, daar geloven wij niet zo in, in die verwarring.’ Labiel en uitgeput als ik was nam ik het aan voor waar en probeerde de voeding te geven. Mijn dochter wilde niet echt drinken. Ze was misselijk van het vruchtwater. Mijn tepels brandden tot ik in slaap viel.

verhaal-110b-3.jpg
De volgende morgen kwam er een broeder aan mijn bed. Hij pakte mijn patiëntenkaart en zei: ‘Oh, was dat bij jou dat de borstvoeding zo’n pijn deed?’
Ja, zei ik. ‘Nou, daar moet je maar aan wennen’, zei hij en voor ik kon antwoorden liep hij weg. Ik stond perplex en voelde me ook boos worden. Toen mijn man kwam vertelde ik hoe alles gegaan was. Mijn dochter werd onrustig en wilde haar wat te eten aanbieden. Maar aanleggen wilde ik niet meer proberen in het ziekenhuis. Met dat ellendige geknijp in mijn tepels en geduw aan mijn dochters hoofdje. Niet met die broeder die zo onbegripvol was. Ik belde om een fles, en nu moest er opeens overlegd worden of dat wel mocht. Ik stond erop en kreeg hem ook.

We mochten naar huis en wachtten tot de kraamhulp er was. Ze vroeg of ik nog wilde aanleggen, maar ik wilde niet nog een keer met negatieve gevoelens naar mijn dochter kijken, met het gevoel haar van me af te willen rukken. Ik wilde niet over mijn dochter denken; ga weg jij!
De kraamhulp gaf aan me te steunen in welke beslissing ik ook maakte, en liet me in mijn waarde. Mijn man ging snel op pad voor een kolf. Zodra hij thuis was probeerde ik het, maar het voelde net zo ellendig, of misschien nog wel erger. Na tien lange pijnlijke minuten en anderhalve druppel colostrum vond ik het best en zei tegen mijn man: maak het pak flesvoeding maar open, want ik stop ermee. Weer drie uur lang brandende tepels.
Na een dag of drie, vier, begon de welbekende stuwing. Volle borsten waar druppels colostrum uitliepen als mijn dochter huilde. Wat vond ik het zonde.

Als ik nu terugkijk op het gebeurde, zie ik dat door de zwangerschap geestelijk en lichamelijk uitgeput was. Daardoor, en door de slechte begeleiding heb ik niet de motivatie gehad door te zetten. Misschien als ik een doortastende kraamhulp had gehad die me gemotiveerd had om het toch nog een keer te proberen, was het wel anders gelopen. Misschien als ik wel een cursus had kunnen volgen het beter was gegaan. Misschien lag mijn dochter wel gewoon verkeerd aan en was met fatsoenlijke begeleiding de pijn minder geweest. Misschien, misschien, misschien.

Achteraf ben ik nog meer info en ervaringen gaan zoeken en ik vraag me af; waarom hebben zoveel moeders moeite met het opstarten van borstvoeding? Waarom hebben zoveel mensen hier hulp bij nodig? Het is toch natuurlijk, waarom moet je dan een cursus volgen? Zijn wij dan zover van ons instinct verwijderd?

Wendy