banner_bvcom.jpgbanner_webshop.jpgbanner_graphico_nederlands.jpgbanner_bvcomapp.jpgbanner_vbtb20173.bmp bannerlivredme2.png
Als je wilt inbakeren, de borstvoedingskant

Mogelijk overweeg je om je kindje in te bakeren of doe je dit al. Het inbakeren wordt soms aangeraden als een kindje 'onrustig' is of 'slecht' slaapt. Vaak zijn 'onrust' of 'slecht' slapen echter hongersignalen, of onderdeel van het normale gedrag van een baby. Een baby kan ook huilen omdat er iets met hem aan de hand is. Hij kan pijn hebben of erge buikkrampjes.
Inbakeren kan bij sommige moeders en/of kindjes problemen bij de borstvoeding geven. In dit artikel kun je meer lezen over hoe het inbakeren de borstvoeding kan beïnvloeden en wat je kunt doen om de kans op problemen te beperken.

Op verzoek voeden

Bij een gezond, op tijd geboren kindje heeft de borstvoeding het beste kans van slagen als je op verzoek voedt. Als je op verzoek voedt, leg je je kindje aan als hij door middel van vroege hongersignalen aangeeft dat hij aan de borst wil drinken. Zo kan het zijn dat je kindje voor en/of na het slapen of gewoon tussendoor aan de borst wil drinken. Door op verzoek te voeden, zorgen jij en je kindje er samen voor dat je kindje genoeg melk binnen krijgt en dat jij je melkproductie op korte en langere termijn optimaal op gang brengt en houdt.

Voorbeelden van vroege hongersignalen zijn: zuigbehoefte; zoeken met het mondje; hap-, mond-, tong- of lipbewegingen; wakker worden; bewegen met het lijfje; de handjes naar het mondje brengen; 'zwaaien' of 'maaien' met de handjes; smakgeluidjes; mopperen; en dieper of sneller gaan ademen.

Huilen is een laat hongersignaal! Een baby die huilt is doorgaans al langere tijd bezig om met hongersignalen je aandacht te trekken. Het is goed om te onthouden dat de vroege hongersignalen tussen kinderen verschillen en in de loop van de tijd kunnen veranderen.

Inbakeren

Als je je kindje inbakert, wikkel je hem strak in doeken of pak je hem in een inbakerdeken of inbakerslaapzak in. Met het inbakeren hoop je te bereiken dat je kindje wakker in bed gelegd kan worden, eventueel in een andere kamer dan waar jij wilt zijn. Of hoop je dat je kindje door het inbakeren langer zonder voeding of andere aandacht slaapt of alleen wil zijn.

Als je kindje door het inbakeren langer dan de gewoonlijke tijd tussen de voedingen laat of zelfs voedingen overslaat, kan het zijn dat hij niet genoeg voeding krijgt of dat jouw melkproductie op korte en/of langere termijn niet meer voldoende is.
Je kunt door het verminderde aantal voedingen ook last krijgen van overvolle borsten, verstopte melkkanaaltjes of zelfs een borstontsteking. Als je doel is om je baby op een andere kamer weg te leggen, is het goed om te beseffen dat het moeilijker voor hem kan worden om aan te geven dat hij aan de borst wil drinken, en voor jou om zijn hongersignalen goed waar te nemen.

Armpjes niet kunnen bewegen

De inbakermethoden die tegenwoordig in Nederland worden gebruikt, zorgen ervoor dat je kindje zijn armen niet kan bewegen en dat hij zijn benen minder kan bewegen dan in een gewone babyslaapzak of onder een dekentje. Mogelijk baker je je kindje niet in, maar stop je hem in een wieg of ledikant strak in. Ook dit geeft je kindje minder vrijheid om zijn armpjes en beentjes te bewegen.

Als een kindje zijn handjes niet kan bewegen, kan hij veel vroege hongersignalen niet uiten. Sommige kindjes hebben ook moeite om de vroege hongersignalen te vertalen in late, duidelijker hongersignalen, vooral als hun bewegingsvrijheid door doeken, dekens of een slaapzak beperkt is. Na het vertonen van vroege hongersignalen worden ze niet volledig wakker, maar gaan ze weer slapen. Hiermee lopen zij het risico om te weinig melk binnen te krijgen, wat kan leiden tot stille ondervoeding. De moeder loopt het risico dat de melkproductie niet goed op gang komt of ernstig terugloopt.

Rust en regelmaat

Vaak wordt er aangeraden om naast het inbakeren je kindje aan een schema te onderwerpen waarbij de volgorde van je handelingen vast staat.
Hierbij voed je je kindje alleen meteen na het slapen waarna je je kindje, na even samen spelen, alleen laat 'spelen'. Zodra je kindje 'tekenen van vermoeidheid' laat zien, leg je hem wakker in een bedje, eventueel met een fopspeen [1]. Zo hanteer je een voedingsschema waarbij 'alleen direct na het slapen gevoed mag worden'. Soms wordt ook aangegeven dat er minimaal twee uur en maximaal vier uur tussen de voedingen mag zitten.

Bij borstvoeding kan deze methode van verzorging ook problemen geven. Door het gebruik van dit schema kan de baby moeite hebben om genoeg melk binnen te krijgen en kunnen je borsten te weinig gestimuleerd worden om je melkproductie goed op gang te brengen en te houden. Het gebruik van een fopspeen heeft ook duidelijke nadelen bij borstvoeding. Bovendien twijfelen veel moeders of bepaald gedrag een 'hongersignaal', een 'teken van vermoeidheid' of misschien allebei is. Bij borstvoeding is het niet nodig om 'honger' en 'vermoeidheid' als twee aparte behoeftes te zien. Het drinken aan de borst is rustgevend en slaapverwekkend, en het zorgt ervoor dat het kindje in ieder geval genoeg voeding binnen krijgt.

Maar het kindje van de buurvrouw...

Het inbakeren kan het risico op problemen bij de borstvoeding verhogen, maar niet iedereen zal hierdoor in de problemen komen. Sommige vrouwen kunnen zonder enig probleem gedurende langere tijd borstvoeding geven, ook als ze hun kindje inbakeren, de tijd tussen voedingen rekken of volgens een schema voeden. Het is dus goed mogelijk dat je van een buurvrouw of kennis hoort dat zij haar baby heeft ingebakerd en borstvoeding heeft gegeven en dat jij dat 'zeker ook kunt'. Het is hierbij belangrijk je te realiseren dat iedere borstvoedingsrelatie uniek is. Jij bent je buurvrouw niet, en jouw kindje is niet haar kindje. Het blijft belangrijk naar je eigen lichaam en je eigen kindje te luisteren en te kijken, en niet af te gaan op wat je in je omgeving hoort of leest.

Bijzondere omstandigheden

In sommige situaties, zoals wanneer een kindje in de couveuse ligt of een neurologische afwijking heeft, kan de lactatiekundige aanraden om het kindje tijdens de borstvoeding in te wikkelen. Vaak wordt hierbij een andere methode van inwikkelen gebruikt, waarbij het kindje gebogen ligt en de handjes eventueel kan bewegen. Deze manier van inwikkelen kan sommige kindjes helpen om hun bewegingen en dus ook het zuigen beter te coördineren. In deze situaties vraagt de borstvoeding altijd om speciale aandacht, en het is belangrijk om dan de hulp van een goede lactatiekundige te hebben. Zij kan moeder en kind stapsgewijs begeleiden naar een situatie waarin het kindje uiteindelijk zonder hulpmiddelen goed en efficiënt aan de borst kan drinken.
Lees meer in het Prematuren Protocol.

Tips rondom inbakeren bij borstvoeding

  • Bespreek je voornemen om je kindje in te bakeren op het consultatiebureau. Het is heel belangrijk dat een arts je kindje goed onderzoekt vóórdat je gaat inbakeren, en dat je je kindje op een veilige manier inbakert.
  • Pak je kindje tijdens de voedingen uit. Een kindje gebruikt reflexen in het hele lichaam om goed en efficiënt aan de borst te drinken. De baby stimuleert ook de aanmaak van hormonen die bij borstvoeding een rol spelen door tijdens de voeding je borsten aan te raken.
  • Observeer je kindje goed als hij is ingebakerd, zodat je ook dan zeker weet wat zijn hongersignalen zijn. Als je ervan overtuigd bent dat het beter is dat hij in een andere kamer slaapt dan waar jij normaal gesproken bent, neem dan ruim de tijd om naast hem te zitten, zodat het je duidelijk is of hij de vroege hongersignalen snel kan vertalen in signalen die je vanuit een andere kamer kunt waarnemen.
  • Wees je ervan bewust dat er bij borstvoeding geen wet is die zegt dat een kindje alleen na het slapen honger kan hebben, of dat er minimaal twee uur tussen de voedingen moet zitten. Het is ook heel normaal dat een kindje een deel van het etmaal, vaak aan het eind van de middag en/of 's avonds, heel vaak of bijna continu, aan de borst wil drinken. Dit heet clusteren.
  • Wees je ervan bewust dat ook het geven van een fopspeen of de pink problemen kan geven. Lees er hier meer over.
  • Als je twijfelt of je kindje honger- of slaapsignalen laat zien, leg hem dan aan. Een kindje dat geen behoefte heeft aan voeding zal niet drinken. Sommige baby’s ontwikkelen een techniek waarbij ze wel zuigen maar niet veel melk binnen krijgen. Mits je kindje goed is aangelegd, kan dit geen kwaad. Ook korte voedingen of 'een paar slokjes' zijn zeker waardevol voor je kindje. Je kunt je kindje over het algemeen niet teveel moedermelk geven.
  • Houd het aantal voedingen per etmaal in de gaten. Het is heel normaal dat een jonge baby acht tot twaalf voedingen of meer per etmaal nodig heeft om genoeg melk binnen te krijgen. Ook om de melkproductie goed op gang te krijgen en op peil te houden kan dit belangrijk zijn. Bedenk dat de melkproductie pas na zes weken volledig op gang is.
  • Houd de lengte van de slaapperiodes van je kindje in de gaten, en leg hem de eerste weken 's nachts uiterlijk na vijf tot zes uur slapen weer aan.
  • Houd de luiers en de groei van je kindje goed in de gaten. Of je baby wel genog krijgt lees je hier.
  • Laat je kindje eventueel wat vaker wegen. Als hij niet (meer) optimaal groeit, is het mogelijk dat hij door het inbakeren niet vaak genoeg aan de borst drinkt en dat zijn 'onrust' hongersignalen waren.
  • Sommige moeders kiezen ervoor om hun kindje de hele nacht of een deel daarvan bij zich in bed te nemen of om de nachtvoedingen liggend in bed te geven. Het is gevaarlijk om een ingebakerd kindje bij je in bed te nemen omdat hij zijn armen niet kan gebruiken om je te waarschuwen als hij niet meer veilig is. Pak dus je kindje altijd uit voordat je hem bij je in bed neemt, ook al is het maar voor eventjes. Lees hier meer over veilig samen slapen.
  • Bouw het inbakeren tijdig af. Het consultatiebureau kan je hierin begeleiden.
  • Wees je ervan bewust dat er ook andere manieren zijn om voor je kindje te zorgen. Veel kindjes hebben, ook als ze wat ouder zijn, vaak en kleine voedingen nodig. Ze vinden het heel fijn om in een draagdoek te zijn, en slapen het liefst heel dichtbij hun moeder of vader. Dit is geen ongezond gedrag dat gecorrigeerd of aangepakt moet worden, maar een volkomen normaal onderdeel van het natuurlijke gedrag van baby's.

Lees ook

Copyright

© Kenniscentrum Borstvoeding | Kleintjesconsult | Op dit artikel rust copyright

Gerelateerde artikelen

meer info